Van nul tot nu

Gedenkwaardige Limburgers in Franse dienst

Print
Gedenkwaardige Limburgers in Franse dienst

Met Napoleon naar Rusland. Afbeelding: Archief Martin van der Weerden

Nuth / Schimmert / Hulsberg / Wijnandsrade / Merkelbeek / Schinveld / Jabeek / Vaesrade / Schinnen / Klein-Doenrade / Doenrade / Bingelrade / Puth / Sweikhuizen / Amstenrade / Oirsbeek / Ransdaal / Craubeek / Klimmen / Weustenrade / Fromberg / Kunrade -

In 1812 trok een jonge arts uit Grijzegrubben bij Nuth mee met Napoleons rampzalige veldtocht naar Rusland.

Joseph Romain Louis Kerckhoffs zag op 3 september 1789 het levenslicht in een gehucht bij Nuth. Op 16-jarige leeftijd werd de intelligente jongeman door zijn vader naar de universiteit van Heidelberg gestuurd om daar rechten te gaan studeren. Eenmaal daar besloot de koppige Joseph om voor geneesheer te gaan studeren. Met veel succes. Op 22-jarige leeftijd promoveerde hij aan de universiteit van Straatsburg. Het Franse militaire hoofdkwartier lijfde hem meteen in voor de veldtochten van 1812, 1813 en 1814. In die tijd vochten zo’n 15.000 mannen van Nederlandse afkomst in het Franse leger, waaronder ettelijke honderden Limburgers. Uit onze streek zijn luitenant Henckens uit Eygelshoven en d’r Kuub van Heerlen bekend geworden.

Verdienstelijk

Tijdens de fatale oorlog in Rusland was Kerckhoffs lijfarts van maarschalk Ney. In tegenstelling tot Napoleon zelf bleven Ney en Kerckhoffs gedurende de moeizame terugtocht zo lang mogelijk bij hun soldaten. Na het uiteenvallen van het Franse leger werden aan Kerckhoffs vanuit verschillende landen banen aangeboden. Hij koos er voor om in dienst te treden van het kersverse Koninkrijk der Nederlanden. Hij kreeg de verantwoording over het militaire hospitaal in Antwerpen. Toen in die stad de gevreesde cholera uitbrak wijdde hij zich dag en nacht aan de zieken, ook als die uit de arme volksbuurten kwamen. Hij kreeg internationale bekendheid vanwege zijn vele publicaties in medische tijdschriften. Naast zijn medische loopbaan maakte hij zich verdienstelijk voor de archeologie en de geschiedschrijving. In 1842 werd hij in de adelstand verheven. Zijn achternaam veranderde hij toen in Burggraaf de Keckhove van der Varent.