Zeg het maar… Jonathan Felix

Print
Zeg het maar… Jonathan Felix

Jonathan Felix. Afbeelding: Oorlogsgravencomité Sittard

Born / Buchten / Holtum / Papenhoven / Geleen / Graetheide / Sittard / Windraak / Limbricht / Einighausen / Guttecoven / Munstergeleen / Obbicht / Grevenbicht -

Oorlogsgravencomité Sittard maakte zondag bekend dat de ze het adoptieregister gaan heropenen. Bestuurslid Jonathan Felix (22) weet daar alles van af.

U bent 22 jaar en bestuurslid van het Oorlogsgravencomité Sittard. Hoe is dat zo gekomen?

„Ik ben voorzitter van de LEO Club Sittard. Wij ondersteunen verschillende projecten zoals het Oorlogsgravencomité. Dat doen we niet alleen financieel, maar we zijn ook actief bezig. Zo hebben we dit jaar bijvoorbeeld stolpersteine gepoetst. Van het een kwam het ander.”

Bent u de jongste van het gezelschap?

„Dat klopt, maar het comité denkt ook aan de toekomst en daarbij is verjonging van belang. Ik zit er inmiddels twee jaar bij en het bevalt me prima.”

Hoe komt het dat jullie de oorlogsgraven weer opnieuw ter adoptie aanbieden?

„Decennia geleden was dit ook al het geval. Destijds werd dit ondersteund door een nationale stichting en verliep de administratie centraal. Nu gebeurt dit niet meer en pakken wij het lokaal op. Echter respecteren we de mensen die destijds al een graf hebben geadopteerd. Zij hebben het eerste recht op adoptie.”

Waar en hoeveel oorlogsgraven zijn er eigenlijk in Sittard-Geleen?

„In Ophoven zijn 239 graven te vinden op het oorlogskerkhof. In Born liggen op de algemene begraafplaats drie militairen en in Grevenbicht twee. Op de algemene begraafplaats van Sittard zijn 20 soldaten begraven.”

Waar kunnen geïnteresseerden zich melden?

„Degene die al een graf ter adoptie hadden kunnen zich melden via adoptie@stichting-ocs.nl. Vanaf 1 maart stellen we de adoptie open voor iedereen. De kosten bedragen 5 euro ter dekking van de administratiekosten. We houden de kosten bewust beperkt en willen het niet commercieel maken. Daarnaast willen we de verhalen en achtergronden van de soldaten blijven vertellen.”