Floddergats

Een gezin in de frontlinie

Print
Een gezin in de frontlinie

De dorpskern van Hout-Blerick in 1945, links deel restanten van de Sint-Josephkerk. Afbeelding: collectie Sef Derkx

Blerick -

Op de dag dat de bevrijding van Blerick werd herdacht, herlazen we de kroniek ‘Een gezin de frontlinie’ van Jan Smets (1910-1982).

Jan woonde in het najaar van 1944 met zijn vrouw Lies (1913-2004) en hun drie kinderen aan het Lambertusplein 26 in Blerick. Hij was werkzaam voor de firma Linssen-Derkx, een groothandel in religieuze artikelen. Als vrijwilliger was hij in zijn wijk betrokken bij de Luchtbeschermingsdienst (LBD). De organisatie zag toe op de verduistering en schoot te hulp bij bombardementen. Op zaterdagmiddag 28 oktober rond vier uur vallen bommen in de buurt waar het gezin woont. We laten Jan Smets aan het woord: ‘Er kwam geen einde aan het akelig suizen van de bommen. Het was gruwelijk. Hardop baden de kinderen. Toen de geluiden verstomden naar buiten. Overal kapot gegooide huizen.’ Met een ander lid van de LBD is hij op zoek onder het puin naar slachtoffers, als er weer bommen neerkomen. ‘Vijftig meter verder stort weer een huis in. Geheel bepoeierd met kalk en stof halen we enkele mensen uit de kelder. Bij een familie alle kinderen dood. Daarnaast riep een vader “haal toch mijn vrouw en kinderen eruit”. Ze waren dood. De vrouw en een jongen heb ik mee naar boven gedragen.’ In de dagen die volgen op de bombardement, wordt verder gezocht naar slachtoffers. Jan’s zenuwen zijn gespannen. Nieuwe bombardementen op de Maasbruggen dreigen. De Grüne Polizei kan onverwachts opduiken om de hulpverleners aan te houden en af te voeren naar Duitsland.

Op zondag 5 november 1944 besluiten Jan en Lies om met hun kinderen weg te gaan van het Lambertusplein, dat dichtbij de bruggen en dus in de gevarenzone ligt. Ze vinden onderdak in de kelder van de pastorie in Hout-Blerick. Twee dagen later hoort hij van een ‘Unteroffizier’, dat het niet veilig is bij de kerk: ‘De toren is namelijk zwaar geladen. Als de Duitsers terugtrekken zal hij zeker springen en onze kelder is er nog geen twintig meter vanaf. Veel zorg maken we ons hier niet over. We hebben wel meer meegemaakt.’ Op vrijdag 17 november gaat als een lopend vuurtje door Hout-Blerick het gerucht, dat de laatste Duitsers hun spullen aan het pakken zijn. ‘We rekenen ermee dat morgenavond de Engelsen hier zijn. Tot twee uur ’s nachts bleven we op en dronken met Pastoor nog een fles wijn.’ De zaterdag breekt aan, maar geen Tommie is te zien. Het front nadert echter en waar al lang voor wordt gevreesd, gebeurt op maandag 20 november. De neo-romaanse Sint-Josephkerk van Hout-Blerick, die pas tien jaar ervoor in gebruik genomen is, wordt door de bezetter opgeblazen. Verbitterd noteert Jan in zijn kroniek: ‘Duitsers zijn barbaren. Ze vernielen de kerk en staan erbij te lachen. Wat een triestig gezicht. Het regent. Pastoor Crasborn struikelt over de brokstukken van zijn pas nog zo prachtige kerk.’

Precies een week later ziet hij opeens een groep Engelse militairen. Ze sluipen richting puinhopen van de kerk en gebruiken de pastorie als dekking: ‘Vanuit het geopende raam spreek ik met ze. Ze krijgen juist gebakken koekjes. Ze geven sigaretten. Onze kinderen zeggen good morning.’ De volgende dag geven de laatste Duitsers zich over in Hout-Blerick.

We maken een sprongetje naar zondag 3 december 1944, de dag van de bevrijding van Blerick. Om drie uur ’s nachts schrikt iedereen op uit zijn slaap door het inslaan van granaten, mitrailleurvuur en geweerschoten. Niemand durft de kelder van de pastorie uit. Het zijn beklemmende uren. In het helse lawaai, zingen de kinderen opeens Sinterklaasliedjes. Om vier uur ’s middags wordt het rustiger en waagt Jan zich uit de kelder: ‘om uit te gaan om brood. Hout-Blerick geeft thans een echt beeld van de oorlog. Straten omgewoeld, huizen geheel of gedeeltelijk vernield. Het geheel troosteloos en verlaten.’ De volgende dag wordt de schade in Blerick opgenomen. In hun huis aan het Lambertusplein: ‘heerst een onbeschrijflijke wanorde. Alles, alles hebben de moffen omver geworpen, alle kasten en laden leeggegooid. Daaroverheen de inhoud van inmaakglazen leeggegooid. Overal afgeschoten hulzen. Kogelgaten in meubels en muren.’ (volgende week het slot van deze indrukwekkende kroniek).’

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen voor nog geen 1,50 per week.

Bekijk de aanbieding →