Kunstenaar pleit voor educatieve invulling voormalig Woonoord Tungelroy

Print
Kunstenaar pleit voor educatieve invulling voormalig Woonoord Tungelroy

De barakken van Woonoord Tungelroy in vroeger tijden. Afbeelding: Erfgoed Tungelroy

Laar / Weert / Altweerterheide / Stramproy / Tungelroy / Swartbroek -

Kunstenaar Kasper de Gouw loopt geregeld met z’n partner en kunstenaar Gerard van den Oetelaar door de Tungelerwallen, een natuurgebied ten westen van Tungelroy en ten oosten van Altweerterheide. „Als je goed kijkt zie je nog resten van de funderingen van de barakken van voormalig Woonoord Tungelroy. Maar de natuur woekert door. Als we niks doen, zijn straks de laatste tastbare resten van dit stukje cultureel erfgoed van Weert verdwenen.”

Vanaf begin jaren vijftig tot eind jaren zestig deden de barakken in de Tungelerwallen dienst als opvang voor Ambonezen, die als militair in dienst waren geweest van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). In de houten barakken van Woonoord Tungelroy woonden tientallen gezinnen. Inmiddels zijn de meeste Woonoorden in Nederland verdwenen. In Weert werden de barakken gesloopt. Maar met een geoefend oog zijn bepaalde resten nog zichtbaar. „Een paar jaar geleden stond de rechterhelft van de toegangspoort er nog. Door verval en de overwoekerende natuur is die vergaan. Nog even en alles is weg.”

De Gouw speelt al langer met het idee om dit culturele erfgoed te behouden en een educatieve functie te geven. „Allereerst zal het terrein ontdaan moeten worden van het woekerende groen. De grote bomen kunnen blijven staan. Die accentueren dat het om een natuurgebied gaat.” Hij maakt een vergelijking met de schoonmaak bij het Openluchttheater De Lichtenberg door leerlingen van Het Kwadrant en in 2015 door vrijwilligers. „Het is veel werk, maar zeker niet onmogelijk. Het zal wel blijvend onderhouden moeten worden.” Volgens hem kan dat gefinancierd worden met Europese subsidies.

Vervolgens ziet De Gouw meerdere educatieve en toeristische mogelijkheden. Hij heeft als leerkracht handvaardigheid in het onderwijs gewerkt en weet hoe belangrijk het is dat leerlingen dingen met hun eigen ogen zien. „Ga met de kinderen naar de Tungelerwallen, vertel over het Ambonezen Woonoord en laat ze daar vooral de resten zien. Hij denkt verder aan het nabouwen van een barak als een soort informatiepunt. „De barak inrichten met spullen zoals het was. Met oude foto’s aan de wand. Zo wordt de beleving nog intenser.” De Gouw wil ook mensen van buiten Weert trekken. Bijvoorbeeld door er een stopplaats voor wandelaars en fietsers van te maken. Het Woonoord ligt in een bijzonder stuifzandgebied. Bestaande wandelpaden lopen door het gebied. Ook ligt het op de route van het fietsknooppuntennetwerk. „Met wat kleine aanpassingen zou je de recreanten naar het informatiepunt kunnen lokken. En als je daar ook iets te drinken aanbiedt, krijgt het nog meer een toeristische functie. Hoe het wordt ingevuld, maakt me niet uit, als dit stukje cultureel erfgoed maar niet verloren gaat,” benadrukt hij. Inmiddels zijn zijn ideeën gedeeld met wethouder Geert Gabriëls. Zijn reactie: „Ik sta positief tegenover het educatieve idee. Gebiedseigen verhalen zichtbaar maken past helemaal in de natuur- en landschapsvisie van de gemeente Weert.”

„Het stukje bos in de Tungelerwallen herbergt meer geschiedenis dan je verwacht,” vertelt Paul Lammeretz. Hij onderhoudt de site www.erfgoedtungelroy.nl en is voorzitter van de werkgroep Erfgoed Tungelroy. Door de jaren heen heeft hij vele foto’s en artikelen verzameld. Begin 1900 waren de Tungelerwallen een stuifzandgebied met akkers eromheen. Als het waaide, verspreidde het zand zich over de akkers. Om dat tegen te gaan, plantten boeren bomen rond de akkers. Deze bomen groeiden uit tot een klein bos. Daar hield de Ontspanningsvereniging Weert-Tungelroy begin 1900 activiteiten voor de inwoners. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er burgerwachten in Nederland. Ook in Weert. De burgerwacht van Weert bestond in eerste instantie uit vijf groepen: het Vendel Weert, Nederweert, Leuken, Tungelroy en het Vliegend Vendel. Het Vendel van Tungelroy legde een schietbaan aan in de Tungelerwallen. „We weten dat er een schietbaan heeft gelegen van 1919 tot 1940. In januari 2016 ontdekten leden van het Erfgoed Tungelroy daadwerkelijk de resten van een waarnemingsput, bestaande uit drie compartimenten. Eindelijk hadden we tastbare bewijzen van de voormalige schietbaan,” vertelt Paul. In 1941 werd de Nederlandse Arbeidsdienst opgericht. Een overheidsinstelling, oorspronkelijk zonder nationaal-socialistische opzet. Naast marcheren en exerceren, hield de Arbeidsdienst zich onder andere bezig met grondwerken, bosbouw en grondbewerking. Voor huisvesting van de arbeiders in Weert werden zeventien barakken in de Tungelerwallen neergezet. „De barakken waar de Ambonezen na de Tweede Wereldoorlog in hebben gewoond. Als je goed kijkt, zie je de resten van de funderingen nu nog liggen,” aldus Paul Lammeretz. Het Erfgoed Tungelroy verzorgt momenteel al begeleide wandelingen door het gebied en heeft voor de toekomst nog meer plannen.

De geschiedenis in een notendop

De relatie tussen de Tungelerwallen en de onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië gaat verder dan alleen de Ambonezen in Woonoord Tungelroy. Direct na de Tweede Wereldoorlog riep Soekarno de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland wilde haar voormalige kolonie behouden en probeerde met het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) de oude orde te herstellen. Nederland stuurde naast KNIL-militairen ook oorlogsvrijwilligers en vele dienstplichtigen naar Indonesië. Vanuit Stramproy gingen meer dan vijftig jongens zo vanachter de ploeg op de boot richting Nederlands-Indië. Vier jongens uit Stramproy kwamen niet meer terug: twee KNIL-soldaten en twee dienstplichtigen.

Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over en erkende officieel De Republiek Indonesië. Ondertussen riepen de Molukken op 25 april 1950 een eigen republiek uit. Maar die werd niet erkent door Indonesië en Nederland. Omdat de KNIL-soldaten het slachtoffer dreigden te worden van de politieke spanningen, werden zij in 1951 overgebracht naar Nederland voor een tijdelijk verblijf. Ze werden opgevangen in woonoorden, waaronder het voormalige kamp van de Dienst Uitvoering Werken in de Tungelroy. Bronnen: Het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM) en Ministerie van Defensie.

Nico Pattinaya vertelt

„Ik heb goede herinneringen aan mijn jeugd in het Woonoord,” vertelt Nico Pattinaya (71 jaar) al bladerend door zijn fotoalbums. “De vrijheid. Het spelen in het bos. We speelden tikkertje of soldaatje, voetbalden, keken naar de vogels. Je kon doen en laten wat je wilde,“ blikt hij met een glimlach terug. Nico is in 1948 op het Indonesische eiland Java geboren. Zijn vader was KNIL-militair. „Mijn vader kon moeilijk met de situatie omgaan, maar als kleine jongen dacht je daar niet zo over na.” In Nederland werd het gezin Pattinaya eerst opgevangen in Woerden en Kesteren. In 1955 kwamen ze naar het Woonoord Tungelroy. Hier hebben ze tot aan het eind, mei 1969, gewoond. „We waren één van de vier gezinnen, die als laatste vertrokken en verhuisden naar een woning op Leuken.” Nico herinnert zich nog goed hoe ze op een matras sliepen. „We lagen op een stromatras met een kussen van stro en een paardendeken tegen de kou.” De dag begon met het appel. De oud-KNIL-soldaten, waaronder mijn vader, stonden dan in militaire kleding in de houding.” Nico ging samen met de andere kinderen naar school. Eerst naar de Openbare Protestantse school aan de Philips van Hornestraat en later naar De Rank op de Dr. Kuyperstraat. „Na schooltijd speelden we met de schoolkinderen in het bos.” Van zijn tiende tot zijn dertiende werkte Nico bij boeren in Tungelroy, Stramproy, Swartbroek en Ell. “Een beetje zakgeld verdienen.” Nico trouwde met Gonnie, een meisje geboren in Ospel. Binnen het gezin zorgde dat voor spanningen. „Mijn vader raakte verbitterd en deed geen moeite om te integreren.” Wat Nico jammer vindt, is dat hij niet heeft kunnen studeren. Al op jonge leeftijd ging hij werken in de fabriek. Hij doorliep de technische vakschool, leerde lassen, deed constructie- en bankwerk en kwam in de machinebouw terecht. Hij heeft onder andere gewerkt bij Tonnaer Machinebouw en de Weerter Scheepsbouw Maatschappij. Bij DAF Eindhoven sloot hij zijn werkzame leven af, waar hij acht jaar in de Ondernemingsraad heeft gezeten. De Molukse kwestie en het Woonoord Tungelroy laten Nico niet los. „Van het Woonoord heb ik een maquette. Na al die jaren weet ik nog precies waar alle barakken lagen.” Nico is voorzitter van de Molukse en Indische Oudervereniging Waringin, die tien jaar bestaat. Ook vertelt hij ieder jaar zijn verhaal tijdens de Avond4Daagse Altweerterheide. Verder is Nico Pattinaya al jaren actief bij SV Laar en geniet hij van zijn vier dochters en acht kleinkinderen.

Sep Hölzken vertelt

„Mijn vader was bij de Inlichtingendienst van het KNIL in Indonesië en getrouwd met een Indonesische vrouw. Ik ben op Oost-Java geboren en heb daar tot mijn veertiende gewoond. Ik heb er leuke jaren als kind gehad. Voetbalde samen met een jongen uit de kampong en als het regende zwommen we in een plas,” vertelt Sep Hölzken (82 jaar). In 1951 werd het gezin Hölzken met spoed op de trein naar Djakarta gezet en met een vrachtboot naar Nederland gebracht. Tijdens de reis mocht Sep koffie brengen naar de bemanning op de ‘brug’. „Dat vond ik geweldig. Daar is mijn interesse voor de zeevaart ontstaan.” In Nederland stond de bus naar het repatriëringskamp in de Tungelerwallen klaar. „Wij hadden een barak, helemaal achteraan. Ik heb het geweldig naar mijn zin gehad in Tungelroy. Ik kreeg een hond, waarmee ik heerlijk in het zand ravotte en door de natuur struinde.” Met de fiets ging Sep naar het Bischoppelijk College. „Fietsen was even wennen. In Indonesië had ik nog nooit gefietst.” Na een jaar kreeg het gezin Hölzken een huis toegewezen op Keent. Vader Hölzken ging werken bij de Koninklijke Militaire School in Weesp en later bij de KMS in Weert. Sep volgde de Zeevaartschool in Amsterdam en heeft vele jaren op de grote vaart gezeten. Toen er kinderen kwamen, was het handiger om aan wal te blijven. Tot aan zijn pensioen heeft Sep Hölzken bij DAF Trucks gewerkt.

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen