Oetgesjtreke

‘We zitten in de twenties. Amper een eeuw geleden waren die nog roaring en liepen ze na een optimistisch begin en economische voorspoed uit op een flinke crisis’

Print
‘We zitten in de twenties. Amper een eeuw geleden waren die nog roaring en liepen ze na een optimistisch begin en economische voorspoed uit op een flinke crisis’

Afbeelding: De Limburger

COLUMN - Zo, de kop is er weer van af, van het nieuwe jaar. We zitten al weer in de derde week van Tweeduizendentwintig. Ruim na de datum waarop we elkaar - familie, kennissen, collega’s - nog hartelijk het beste mogen toewensen voor de pas gestarte jaargang en we hard op weg zijn naar de meest deprimerende dag van het jaar, Blue Monday. Och, die kunnen we maar beter gehad hebben en met zo’n waterig zonnetje en een temperatuur van rond de 12 graden kon het allemaal wel erger.

Ik ben toch benieuwd wat het nieuwe jaar ons weer gaat brengen. We sloten het vorige tiental af met een goed gevoel, al waren er wel wat boze mensen, discussies en dreigingen. Al met al echter heerste toch vooral tevredenheid. Ik zal me nu vanaf deze plaats niet gaan wagen aan Nostradamus-achtige vooruitblikken. Er zijn te veel ongewisse dingen (blessure Depay, bouwplannen Martin Meiland, tweets van Trump, carrièreplanning van Rutte, ambities Angela de Jong, het weer in Tokyo) en de kans dat ik er daardoor naast zit maakt voorspellen riskant en zinloos. Maar benieuwd ben ik als gezegd wel. We zitten in de twenties. Amper een eeuw geleden waren die nog roaring en liepen ze na een optimistisch begin en economische voorspoed uit op een flinke crisis. We hebben nog even, maar toch lijken er wel wat parallellen zichtbaar. Ook nu beginnen we optimistisch en met een economisch positief gevoel aan het decennium. De vraag is of we het vol gaan houden. Immers de consumentenprijzen stijgen harder dan de compensatie via loon, de huizenprijzen gaan nog harder omhoog dan de thermometers in juli, het aantal dure grijsaards met mankementen neemt drastisch toe en de kloof tussen wie veel heeft en wie weinig wordt ook alleen maar groter. Je zou voor minder depressief of reactionair worden. Zelf maak ik me een beetje bezorgd om de generatie die de hele vorige eeuw alleen van verhalen kent. Daar waar wij nog een beetje vasthielden aan het ideaal van ‘huisje, boompje, beestje’ zal ons nageslacht zich door o.a. ontwikkelingen op de woningmarkt, fijnstof en bosbranden, klimaatverandering en voedseldiscussie meer en meer tevreden moeten stellen met minder. Die hebben wel wat anders aan hun hoofd dan praattafels van Op 1 of Jinek, of de vraag wie de mol is. Voor hun geldt meer het vooruitzicht ‘(permanent bewoond) vakantiehuisje, kunstgazonnetje en kweekburgertje’.