Cultuurhistorische Vereniging d’Arberg uit Elsloo wil historie levend houden

Print
Cultuurhistorische Vereniging d’Arberg uit Elsloo wil historie levend houden

Regiment d’Arberg in vol ornaat bij een van hun optredens. Afbeelding: CHV d’Arberg

Elsloo -

De Cultuurhistorische Vereniging d’Arberg uit Elsloo, in de volksmond Regiment d’Arberg, is op zoek naar mannen en vrouwen die de historie levend willen houden.

„In het bijzonder spelen we de geschiedenis van Elsloo en haar kasteel uit de hele achttiende eeuw en de Bokkenrijderstijd na”, vertelt Guus Peters, secretaris en initiatiefnemer. Peters richtte de vereniging 29 mei 2012 op nadat hij zag dat de dorpscultuur minder door de eigen mensen gedragen werd. „Wil je het dorp als dorp houden, dan moet je de cultuur en de tradities in stand houden,” is Peters’ mening.

Oprichting

Het laatste zetje voor oprichting kreeg hij toen hij een film over de Bokkenrijders zag, gemaakt in Schinnen. „Dat wilde ik voor Elsloo ook, de puzzel was compleet.” De vereniging is vernoemd naar graaf Nicolaas Antoine van Arberg, de laatste echte kasteelheer van Elsloo. Hij had een eigen regiment soldaten onder Oostenrijkse vlag, dat IR55 heette. Regiment d’Arberg draagt de nagemaakte uniformen van 1765. „Dat zorgt voor eenheid. Ook plaatst het je gemakkelijk terug in die tijd.”

Evenementen

Gemiddeld zijn er vijf jaarlijkse evenementen: het plaatsen van de meiboom de laatste zondag van mei, het meelopen in de stoet van de Ridderorde van Horst, de Sint-Maartensoptocht en de Sinterklaasaankomst. „Daarnaast organiseren we elk jaar een toneelstuk voor de broodnodige inkomsten,” vertelt Peters.

Zoektocht

Iets groter willen ze nog wel worden. „Naast vaste krachten zoeken we nu ook oproepkrachten. Dan zijn we toch met voldoende bezetting om te kunnen meedoen bij optredens. Er zijn rollen voor geweerdragers, marketentsters en een tamboer. Repetities hebben we niet, wel volgen geweerdragers een basistraining exercitie.”

Lerarenoverschot

Guus Peters werkte tot zijn pensioen als financiële man. „Werken is nou eenmaal niet altijd leuk.” Had hij niet geschiedenisleraar willen worden? „Jazeker, maar daar was toen (red. 1977) geen droog brood in te verdienen door het lerarenoverschot,” vertelt hij. Rouwig dat zijn pad anders liep, is hij niet. „Om de geschiedenis te begrijpen, moet je de economie kennen, dus raakvlakken waren er wel.” Nu heeft hij volop ruimte voor zijn passie. „Er waren tijden waarin ik meer met de geschiedenis bezig was dan met de mensen om me heen.”

In Elsloo noemde men hem eerst de ‘Aelseroloog’, nu de streekhistoricus. Zelf blijft hij er bescheiden onder. „Dat is de mentaliteit van ons dorp en de hele Maaskant.”

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen