„We wisten niet beter, we waren met de oorlog opgegroeid!”

Print
„We wisten niet beter, we waren met de oorlog opgegroeid!”

Harrie Peeters, Frans Sampers en Wiel Klercks. Afbeelding: Gemeente Maasgouw

Linne -

Harrie Peeters, Frans Sampers en Wiel Klercks uit Linne waren nog jong tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat hebben ze nog veel herinneringen uit die tijd. Angst kenden ze niet echt. „We waren opgegroeid met de oorlog, we wisten niet beter”, zegt Harrie (84). Hij was destijds 9 jaar. „Het leek meer op vakantie. We hoefden later in de oorlog niet naar school en we probeerden de tijd om te krijgen. We speelden veel buiten en hielden ons bezig met het opruimen van het gesprokkelde hout.”

Maar toch had de inmiddels 89-jarige Wiel niet verwacht dat zijn familie de oorlog zou overleven. Hij was destijds 14 jaar. Een dag voor de bevrijding was hij heel bang. „Aan één stuk door waren er inslagen en we hoorden continu granaatvuur.” Zijn ouders hadden in het dorp een bakkerij. Samen met zijn ouders en zijn oudere broer verbleef hij op dat moment in de kelder van het pand. „We hielden elkaar angstig vast. Nooit gedacht dat we dit zouden overleven.” Een dag later, 25 januari 1945, werd Linne bevrijd.

Ook Frans (88), bij de meeste mensen bekend als Boy, herinnert zich ook nog een moment van angst. De Nederlandse Spoorwegen (NS) waren bezig met het winnen van grind bij de Grinderij in Linne. Daar werd grind gewonnen voor het ballastbed voor spoorlijnen in heel Nederland. „Op een gegeven moment werd een trein van de NS beschoten. De grinderij lag in de buurt van onze school. Wij moesten toen allemaal uit veiligheid op de grond van het schoolplein gaan liggen. Toen was ik wel bang.”

Te vroeg

Frans kan zich de bevrijding ook nog goed herinneren. Alleen werd de bevrijding een dag te vroeg gevierd. „Er verscheen een patrouille met Engelse soldaten in het dorp en wij dachten dat we bevrijd waren. Iedereen kwam uit de kelder waar we op dat moment verbleven. Ook Frans, zijn ouders en vier broers en zussen. Er werd volop feest gevierd.” ’s Avonds vertrokken de Engelse soldaten weer en onverwachts kwamen de Duitsers terug. Ze bombardeerden een deel van de kerktoren. „Snel zijn we uit angst weer de kelder ingekropen. Een dag later kwamen de Engelse soldaten weer terug. En toen werden we echt bevrijd!”

Zo kan Frans zich ook nog heel goed het begin van de Tweede Wereldoorlog herinneren. Op 10 mei 1940 verschenen er enkele Duitse soldaten te paard in de tuin van het ouderlijk huis van Frans. „Mijn vader riep tegen ze dat ze zijn tuin moesten verlaten. De soldaten reageerden meteen en riepen ‘Halt den Mund!’. Mijn vader schrok hier heel erg van. Dat weet ik nog heel goed.”

Harrie Peeters moest met zijn familie na de bevrijding verschillende keren evacueren. Zo verbleef hij met zijn vader, moeder en zes broers en zussen op verschillende plekken in Linne. Uiteindelijk kwamen ze terecht in Brachterbeek. „Mijn moeder was toen zwanger en een dag na de aankomst in Brachterbeek begon de bevalling. Amerikaanse soldaten hebben haar naar het ziekenhuis in Sittard gebracht. Daar werd op 30 januari 1945 mijn jongste broer geboren. Achteraf was dit wel een vreemde situatie”, denkt Harrie terug. „Moeder werd meegenomen en wij bleven alleen achter met vader. Wij wisten op dat moment niet waar moeder naar toe werd gebracht. Gelukkig kwam uiteindelijk alles goed.”

Belangrijk papiertje

Wiel herinnert zich ook nog veel gebeurtenissen uit die tijd. Zo zag hij na een vuurgevecht een zwaargewonde Duitse soldaat op straat liggen. Nieuwsgierig ging hij kijken. De soldaat overleed uiteindelijk. Wiel was inmiddels snel naar huis gerend om vervolgens met een wit laken terug te komen. „Die heb ik toen over de soldaat heen gelegd”, zegt Wiel. Vervolgens werd hij door een andere soldaat meegenomen naar de hoofdcommandant. „Die schreef toen een briefje met de tekst dat ik me overal mocht begeven. Ook stond er een hakenkruis op en de afbeelding van een adelaar. Na de bevrijding heb ik het briefje meteen kapot gescheurd. Ik wilde niets met dat hakenkruis te maken hebben.”

Zo herinnert Wiel zich nog een bizar moment. Na de bevrijding moest zijn familie geëvacueerd worden. In Linne werd het te gevaarlijk. Ze vertrokken te voet naar Maasbracht. Na een minuut of vijf kwam de broer van Wiel tot de ontdekking dat hij zijn typemachine vergeten was. Hij durfde niet alleen terug te lopen. Wiel besloot hem te helpen en liep alleen terug om de typemachine van zijn broer op te halen. Onderweg werd hij door soldaten aangesproken. Ze vroegen hem om even te helpen met het verplaatsen van de lichamen van zeven dode Duitse soldaten. Wiel had voor zijn gevoel geen keus en hielp mee. „Ik herinner me nog dat er ergens alleen een hoofd lag van één van de soldaten. Die heb ik samen met de helm van de soldaat in een gat gelegd een stuk verderop. Vervolgens ben ik snel weer verder gelopen richting mijn familie.”

Blijven herdenken

Voor de drie mannen is het belangrijk dat we de bevrijding van Nederland 75 jaar geleden blijven herdenken. „Het hoort bij de geschiedenis”, zegt Frans. „Het zou jammer zijn als dit in de vergetelheid komt.” Harrie is het duidelijk met hem eens. „Als ik nu terugdenk aan die tijd dan besef ik dat het heel belangrijk is dat we blijven herdenken. Maar het zal heel moeilijk zijn om het gevoel van de oorlog over te brengen aan de jongeren als je het niet hebt meegemaakt.” „Dit moet altijd herdacht worden”, voegt Wiel er verder aan toe. „De mensen beseffen tegenwoordig niet wat vrijheid is. Daarom moet het ieder jaar herdacht worden!”