Rechter: ‘Vervolging IS-verdachte stopzetten als terughalen te lang duurt’

Print
Rechter: ‘Vervolging IS-verdachte stopzetten als terughalen te lang duurt’

Een Europese IS-vrouw in detentiekamp Al Hol in Syrië. Afbeelding: AFP

De vervolging van Syriëgangster Ilham B. uit Gouda moet worden stopgezet als het ministerie van Justitie niet kan aantonen dat het zich inspant om de vrouw terug te halen naar Nederland. Dat stelt de rechtbank Rotterdam woensdagmiddag.

Daarmee zouden B. en tientallen andere Nederlandse jihadisten mogelijk hun straf ontlopen als ze ooit terugkomen naar Nederland, aangezien ze niet twee keer voor hetzelfde feit kunnen worden vervolgd.

Gevaar

Ilham B. wordt sinds 2016 in Nederland vervolgd omdat ze uitreisde naar Syrië en zich daar aansloot bij terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). In dat jaar werd ook een internationaal arrestatiebevel tegen haar uitgevaardigd. Inmiddels zit de Goudse met haar kinderen al ruim twee jaar vast in een Koerdisch detentiekamp in Noord-Syrië. De rechtbank heeft twee jaar geleden een ‘bevel tot gevangenneming’ uitgevaardigd en om uitlevering gevraagd. Ook B. wil naar Nederland om aanwezig te kunnen zijn bij haar eigen proces.

Het ministerie van Justitie staat al jaren op het standpunt dat het de 35 Nederlandse IS-vrouwen (en hun 90 kinderen) die gevangenzitten in de kampen, niet terug wil halen. Ze kunnen een gevaar voor de Nederlandse veiligheid vormen.

Grote consequenties

De advocaat van Ilham B. vroeg daarom om stopzetten van de vervolging van de vrouw: de zaak sleept al jaren voort en het ziet er niet naar uit dat B. binnenkort naar Nederland kan komen. Dat verzoek kan grote consequenties hebben: als een zaak gesloten is, kan een verdachte niet nogmaals voor hetzelfde feit worden vervolgd. Daardoor zouden B. en nog zo’n 30 andere IS’ers voor wie de rechtbank om repatriëring heeft gevraagd in Nederland vrijuit kunnen gaan. Als ze ooit alsnog een keer terugkomen.

De rechtbank in Rotterdam oordeelt woensdag dat blijkt ‘dat de minister niet uitdrukkelijk op het standpunt staat dat de vrouw in Nederland voor de rechter komt’. ,,Nu de minister hecht aan enerzijds de nationale veiligheid en aan anderzijds de berechting voor een rechter en dus niet noodzakelijkerwijs de Nederlandse rechter en verder gelet op de lange duur van de vervolging en het ontbreken van concrete stappen om verzoekster naar Nederland over te brengen, is de rechtbank onder de huidige omstandigheden van oordeel dat het onredelijk is dat de vervolging in Nederland thans nog langer doorgang vindt.”

De rechtbank stopt die vervolging echter niet direct. De officier van justitie heeft nog drie maanden de tijd om ‘duidelijkheid te krijgen over de voortgang in de zaak.’