Waat e waer

‘Er komt een heus hippisch defilé onder de Martinustoren, afgenomen door keurmeesters van de Paersfemiêlie die zonder ‘aan de tand voelen’ toch tot het betere paerskuuëtele komen’

Print
‘Er komt een heus hippisch defilé onder de Martinustoren, afgenomen door keurmeesters van de Paersfemiêlie die zonder ‘aan de tand voelen’ toch tot het betere paerskuuëtele komen’

Afbeelding: De Limburger

Laar / Weert / Altweerterheide / Stramproy / Tungelroy / Swartbroek -

COLUMN - Een goed paard is ‘van zessen klaar’. Dan heeft het vier stevige benen en twee klare ogen. Daar komt de uitdrukking vandaan, van de paardenmarkt dus. Ik zie de klassieke beelden voor me van mannen – sorry dames, voormalige ponymeisjes – die met stofjas, pet, klompen en bamboestok keurend langs hoeven, schenkels, flanken, schoften en manen gaan, om daarna van geen corona bewust in de handen te spuwen voor handjeklap loven en bieden. Alles op een plein met aanpalende horeca waar bij een Elske, pilske of beide de contante flappen in navolging van de paarden van eigenaar wisselen.

Een traditie, meest van eeuwen. In Limburg alleen nog in Lottum en Weert. In Lottum al vier eeuwen op de eerste maandag na de 11e van de 11e. In Weert waren er sinds 1563 zelfs drie, vergund door graaf Philips de Montmorency. Daar was er tot vorig jaar nog één van over. Die vond oorspronkelijk plaats op donderdag en vrijdag vóór Papenvastelavont - de zondag waarop de hervormde kerk de psalm Esto mihi zingt; de zondag vóór de katholieke Aswoensdag.

Op 2 maart 1825 lieten ‘Burgemeester en Schepenen der stad Weert’ nog per annonce weten dat de jaarlijkse paardenmarkt een groot aantal schoone paarden van Hollandsche en vreemde rassen vereenigd zou laten zien; kijk, toen nog wel… In 1794 waren er zelfs nog Franse keurmeesters speciaal naar Weert afgereisd om de beste dieren van de Paersmêrrentj op te eisen voor Napoleon. Zo ver reikte toen nog centrumpromotie. Het was jaren geleden in Weert één groot maarts feest voor aanvang van de lente, compleet met een jaarmarkt waar St. Joep in Sittard een puntje aan kon zuigen. Op een dag in maart, zo kalm en bedaard / En maar schommelen en maar kijken naar de kont van ’t paard, zongen Wim Sonneveld en Leen Jongewaard.

Zoiets mag niet verdwijnen, zoals nu dreigt. Gelukkig neemt de ‘Graaf van Horne’ als reddend ruiterstandbeeld a.s. zaterdag persoonlijk de teugels in handen, begeleid door traditiebewakers van De Aldenborgh. Er komt een heus hippisch defilé onder de Martinustoren, afgenomen door keurmeesters van de Paersfemiêlie die zonder ‘aan de tand voelen’ toch tot het betere paerskuuëtele komen. Daarna ment ‘Frits van de Wertha’ de bierwagen langs stadsherbergen voor aflevering van vers gevulde kratjes uit de Stadsbrouwerij: een uniek brâwsel vör behaod vanne Paersmêrrentj; Hop Perdje Hop!’ Daarna blijft het net zolang onrustig in de Weerter binnenstad totdat de Paersmêrrentj weer definitief op de regionale agenda staat.

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Sluit je daarom ook aan en kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt. Juist in deze onzekere tijden.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen