Impassant

‘Het noodlot tarten om je vertrouwen in God te laten zien, ik snapte dat toen nog niet’

Print
‘Het noodlot tarten om je vertrouwen in God te laten zien, ik snapte dat toen nog niet’

Afbeelding: De Limburger

Maastricht / Itteren -

COLUMN - We mogen voorlopig niet meer actief aan het buffet staan. Sjansen, speechen en stagediven zijn ook taboe. Salueren zou van overheidswege wél mogen: een veilige groet die het uitproberen waard is. Past ook mooi in de augustus 1914-stemming die over velen van ons is gekomen: die oorlog gaan wij snel winnen, met Kerstmis zijn we thuis.

Nee, laat dat salueren maar. Blijf liever helemaal thuis. Nergens kun je beter inactief zijn dan daar. Een pas op de plaats. Reflecteren. Mijmeren. Gelukkig hebben we als mensen daar iets voor uitgevonden: geschiedenis. Je eigen geschiedenis, die van je familie of stad, die van de mensheid en de kosmos. Meer dan genoeg om je voorlopig koest te houden.

Mijn gedachten gaan naar de Sint Pietersberg in de jaren vijftig. Komt door het woord ‘salueren’, hierboven. Op zondag liepen we vanuit ons huis op de Luikerweg niet naar rechts, naar de stad, maar naar links, de berg op. Want de zondag was voor meneer pastoor, maar ook voor de verstrooiing. Het chalet heette niet voor niets ‘Bergrust’. Het uitzicht op Maastricht dat ‘zweeft in een woud van torens’, zoals ik later bij de dichter Jan Engelman las, gaf rust in de ziel. Limonade op, kinderen? Gaan we verder! Nog een klein stuk helling, het donkere deel, en dan waren we op het oogverblindende plateau. Opnieuw kwamen we families tegen die alweer op de terugweg naar de stad waren. Mijn moeder knikte ze toe en mijn vader - nu komt dat salueren weer - bracht twee vingers naar zijn hoed.

Verder door op het plateau hielden we altijd stil bij de Rochuskapel. Wie was Rochus? De katholieke kerk had nog meer heiligen dan Maastricht cafés had, maar mijn ouders kenden ze allemaal. Ook hun attributen, hun ondergane martelingen en waar ze tegen hielpen. Sint Rochus met de pelgrimsstaf was patroon tegen besmettelijke ziektes. Hij had zelf ook de pest. Daar schaamde hij zich niet voor. Hij trok zijn kleed op en toonde aan iedereen zijn open been. Zijn hond mocht zijn wonden zelfs likken.

Het verhaal bracht me van mijn stuk. Hondentongen waren toch vies en gevaarlijk? Wij moesten voor alles oppassen, maar Rochus zei: kom maar woefke. Het noodlot tarten om je vertrouwen in God te laten zien, ik snapte dat toen nog niet. Ook nu wordt door sommigen eerder op de Voorzienigheid gerekend dan op de Deskundigheid. Onbegrijpelijk.

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Sluit je daarom ook aan en kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt. Juist in deze onzekere tijden.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen