Column

‘Rare dagen: ik zie nu dingen in de buurt die me nooit eerder zijn opgevallen’

Print
‘Rare dagen: ik zie nu dingen in de buurt die me nooit eerder zijn opgevallen’

Afbeelding: Robin Utrecht

Maastricht / Itteren -

COLUMN - Net als u zit ik in ‘quarantaine’. Zo mag je deze sociale beperking toch wel noemen. Ten dele een nieuwe gewaarwording. Thuis zijn vind ik heerlijk, maar verplicht ’opgehokt’ zitten is wennen.

Dat wennen begint al thuis. In het trappenhuis van het appartementencomplex waar ik woon manoeuvreren we als bewoners sinds een week wat onwennig als we elkaar op de trap tegenkomen. Een buurvrouw en haar man passeren met volle kratten boodschappen. „Hou je taai” zegt ze in het voorbijgaan. „Jij ook”, zeg ik vanaf een trap een verdieping lager, op veilige afstand.

Het is nu een kleine week dat ik thuis werk, zoals vrijwel iedereen. Dat is toch anders dan vrijwillig achter de laptop kruipen. Het opent echter nieuwe vergezichten.

Eén van de ‘gewoontes’ die ik heb opgepakt is een dagelijks wandelingetje door de buurt, om de benen te strekken en frisse lucht te happen. Op gepaste afstand andere voetgangers passerend zie ik dingen die ik eerder niet had opgemerkt. Op een muurtje verderop in de straat staat een kastje ‘mini-bieb’, boeken om te lenen en te lezen. En op de hoek zit nu een Grieks vers-marktje in het pand van de bakker.

En nog verwonderlijker: onze wijk heeft nieuwe bewoners. Twee bomen rond de vijver aan de rand van de buurt zijn flink aangevreten door bevers. De gemeente heeft een hekje om de bomen geplaatst.

Terwijl ik terug thuis zit te tikken staan schilders op de steigers om kozijnen een nieuw verfje te geven. Normaliter zou ik me ergeren aan het gebrom van hun schuurmachines. Nu denk ik alleen maar: Ha! Er wordt gewerkt. Het leven gaat door.