‘Een metertje of anderhalf blijkt dezer dagen een rekbaar begrip’

Print
‘Een metertje of anderhalf blijkt dezer dagen een rekbaar begrip’

COLUMN - Anderhalve meter is dezer dagen een rekbaar begrip gebleken. Terwijl het toch heel simpel is: één meter en vijftig centimeter. Gelijk ongeveer aan de spanwijdte van een mens met gestrekte armen. Zó veel afstand moet je dus van elkaar houden in tijden van corona. In de supermarkt, tijdens het wandelen, sporten of de hond uitlaten. De praktijk blijkt weerbarstiger. Nog steeds zie je mensen samenscholen. Gezellig op een kluitje, even bijkletsen als ze elkaar treffen tijdens een van de steeds spaarzamer wordende uitjes. Kinderen die hand in hand rondhuppelen over speelveldjes, jongeren al bankhangend in de voorjaarszon.

Menselijk contact is een levensbehoefte. Nu het niet meer mag, merk je ineens hoe fijn het is.

Nog altijd kun je een gesprek aanknopen, maar wel op gepaste afstand. En dat is dus die anderhalve meter! Je zult iets harder moeten praten, de ander meer ruimte moeten geven in de rij - ook die voor het pleepapier en de paracetamol. De tijd van ‘ikke’ is voorbij. Ik hoop dat we deze ellendige tijd gebruiken om de rijen te sluiten. Om – op veilige afstand – als één man deze crisis het hoofd te bieden. Dat zou een belangrijk lichtpunt zijn.