pollux & van de beek

‘Zieken helpen heeft niets met heldendom te maken, fatsoen is zijn drijfveer’

Print
‘Zieken helpen heeft niets met heldendom te maken, fatsoen is zijn drijfveer’

Johan van de Beek. Afbeelding: De Limburger

COLUMN - Toen de net verkozen president Donald Trump in 2017 beweerde dat zijn inhuldiging de drukst bezochte ooit was (ondanks foto’s die het tegendeel bewezen), sprak een van zijn vertrouwelingen over ‘alternatieve feiten’. Dit zorgde, korte tijd later, voor een spectaculaire stijging op de bestsellerlijsten van een klassiek boek: 1984 van George Orwell.

Die in 1949 geschreven roman schetst het leven onder een bewind dat onder andere een ministerie van Waarheid in het leven heeft geroepen om te bepalen wat feiten zijn. Macht is de enige waarheid in zo’n samenleving. De inauguratie-fabel was het eerste maar niet het laatste ‘alternatieve feit’ dat in Washington werd verspreid. Het virus zorgt dezer dagen voor een epidemie van bezweringsformules, leugens, halve waarheden en omkeringen waarbij dingen die gisteren of vorige week werden gezegd glashard worden ontkend.

Het is duizelingwekkend. En opnieuw stijgt een oud boek op de internationale verkooplijsten: De pest van Albert Camus (1941). Met de vondst van een dode rat begint een verhaal dat algemeen wordt gezien als een van de grootste vertellingen uit de naoorlogse geschiedenis. Ik herlas het boek gisteren en onderstreepte een paar passages. ‘De overdreven geruchten die de ronde doen.’ De mensen die ‘vooral gevoelig bleken voor het verstoren van hun gewoontes en voor hun aangetaste belangen’. De ‘goede bedoelingen die niet worden gestuurd door het verstand’, ‘de onwetendheid die alles meent te weten’ en de neiging van het virus om middelmatigheid aan te wakkeren: ‘er was niemand meer met verheven gevoelens.’

Je zou kunnen zeggen dat dit selectieve citaten zijn die ik opdring aan het heden. Mijn eigen ‘alternatieve werkelijkheden’ als het ware. Dat zal voor een deel zo zijn. Het gaat me om het vermogen van mensen te ontkennen dat ze kwetsbaar zijn. Zoals die vrouw die gisteren met veel misbaar weigerde afstand te houden bij de apotheek bijvoorbeeld. „Belachelijk”, siste ze. Het overkomt altijd anderen. Maar niet hen. Uiteindelijk, te laat dus, zien zij hun onnozelheid en egoïsme onder ogen. Zoals ook in De pest. Een van de ‘helden’ in het verhaal is dokter Rieux. Hij haat die term overigens en verliest telkens zijn geduld met de toon in de kranten die hem ‘aan een heldenepos en een prijsuitreiking’ doen denken. Wat hij doet, de zieken helpen, heeft niets met heldendom te maken. Het gaat, zegt hij, om fatsoen. Dat is zijn drijfveer. Maar wat is fatsoen, is de vraag. Waarop Rieux zegt: „In mijn geval weet ik dat het betekent dat ik mijn vak uitoefen.”