’Dit is de grootste gezondheidscrisis sinds de Spaanse Griep van 1919’

Print

Afbeelding: Harry Heuts

Maastricht / Itteren -

Hij is dé deskundig duider van Limburg in de nu al weken durende coronacrisis. Christian Hoebe (52), hoofd infectieziektebestrijding bij de GGD Zuid Limburg. „Dit is de grootste gezondheidscrisis sinds de Spaanse Griep van 1919.” De mens achter de specialist.

Wie dezer dagen wat langer met hem wil praten, moet vroeg uit de veren. En zo zitten we om kwart voor acht ’s ochtends al in gesprek. Bovenin het Heerlense kantoor van de GGD, waar de meeste bureaus nog gewoon gevuld zijn. Er wordt hier niet massaal thuisgewerkt.

Om half tien wacht zijn volgende overleg van het Outbreak Management Team (OMT). De landelijke groep van twintig experts die, onder leiding van RIVM-baas Jaap van Dissel, het kabinet adviseert over passende maatregelen in onze strijd tegen het nieuwe coronavirus. Christian Hoebe is er aan het begin van de epidemie, drie weken geleden, voor gevraagd in zijn specialisme als hoogleraar sociale geneeskunde en infectieziektebestrijding. We zien wat wallen onder de ogen.

Hoe gaat het?

„Ik maak zeldzaam lange dagen. Dertien uur aan het werk en dan ’s avonds thuis nog allerlei telefoontjes. Goed proberen te slapen, dat is mijn medicijn. Afschakelen probeer ik door op de mountainbike te stappen, samen met een paar vrienden en mijn schoonvader. Normaal twee keer per week. Heerlijk door het Heuvelland. Het is er deze maand nog maar één keer van gekomen en zelfs tijdens die rit werd ik diverse keren gebeld. Ja, dan pak ik wel op.”

Werk is belangrijk voor je?

„Ik ben een harde werker. Zeker nu, want dit is een échte crisis en slecht nieuws voor veel mensen. Ouderen die zich zorgen maken, mensen die een dierbare verliezen, bedrijven die in financiële nood raken. Mijn vrouw is huisarts in Heerlen. Ook zij moet vol aan de slag nu. Ze weet hoe het is, een crisis. In 2009 lag haar praktijk in het epicentrum van de Q-koorts-uitbraak in Zuid-Limburg, rond de geitenboerderij in Ransdaal. We zitten in dezelfde ‘wereld’, geven elkaar tips, delen emoties. Dat voelt goed.”

Je praat in deze corona-crisis mee met het OMT. Hoe gaan die gesprekken?

„In het OMT zitten virologen, epidemiologen en infectiologen. Ik ben de enige Limburger en bekijk de crisis vanuit het belang voor de publieke gezondheid. Mijn vakgebied is de sociale geneeskunde. Ik kijk niet naar individuele patiënten, maar naar de groep. Hoe kunnen we die het best bereiken en met welke maatregelen. De gesprekken in het OMT zijn overigens vertrouwelijk.”

Zijn jullie het altijd met elkaar eens?

„Nee. Er zit soms marge in de meningen. De een vindt dat de maatregelen strenger moeten, de ander juist niet. Uiteindelijk adviseren we echter eenduidig. Over de scholen bijvoorbeeld. Er zijn gewoon geen aanwijzingen dat kinderen een grote rol spelen bij de verspreiding van dit coronavirus. Premier Rutte is gezwicht voor de maatschappelijke en politieke druk. Het zij zo. Ik ben er trots op dat Nederland zich in het crisisbeleid baseert op ons, de wetenschap. Op feiten. In andere landen zie je allerlei symboolmaatregelen. Het sproeien van straten met desinfecterende vloeistof is onzin. Aan de grens bij mensen de temperatuur meten; het heeft geen toegevoegde waarde. Wat je beter kunt doen en wél effectief is: ‘sociale onthouding’. Zorgen dat mensen die ziek zijn veertien dagen thuisblijven.”

Toch is er ook kritiek dat het OMT en het kabinet te afwachtend zijn geweest.

„Er is altijd een glijdende schaal, wanneer neem je welke maatregel? Het had een dag of twee eerder gekund, wat mij betreft. Het was hard nodig, thuiswerken en de horeca dicht. Eén dag maakt niet het grote verschil, maar je ziet wel dat het snel gaat nu.”

Ook jijzelf sprak drie weken geleden nog relatief rustig over de epidemie, die niet ernstiger leek dan een flinke griep. Hebben we het onderschat?

„Wat ik toen heb gezegd, klopt nog steeds. Corona is geen griep, het is écht een ander virus. Er zijn wel wat vergelijkingen te maken met de griep, het influenzavirus. De ergste griepgolf van de afgelopen tien jaar, het seizoen 2017/2018, toen werden 950.000 mensen ziek. Zo’n 10 procent belandde in het ziekenhuis. Dat percentage is hetzelfde als nu bij corona. In 2017 stierf 1 procent van de patiënten, ook dat lijkt nu niet veel anders. Het schommelt tussen 1 en 2 procent. Hét grote verschil is dat niemand nog immuun is voor dit nieuwe virus, terwijl bij de gewone ‘wintergriep’ veel mensen wel al wat weerstand hebben opgebouwd. Daarom verspreidt het zich nu zo snel en doen we er alles aan doen om het verspreiden te beperken, voordat ons zorgstelsel overbelast raakt. Er is trouwens ook nog steeds goed nieuws: bij 80 procent van de mensen die besmet raakt zien we een mild ziektebeloop.”

In Limburg is dat sterftepercentage nu 5 procent, uitgaande van 19 doden en 331 zieken.

„Ik hoor en lees het, mensen trekken snel conclusies. Dat is gevaarlijk op basis van zulke kleine getallen, zelfs nationaal. We testen inmiddels al lang niet iedereen meer. Ik denk dat in werkelijkheid al duizenden Limburgers ziek zijn. Als gezegd: vaak met weinig klachten. Zet 17 doden af tegen duizenden zieken en je krijgt een heel ander percentage. De meeste mensen worden gewoon beter. Maar het aantal sterfgevallen zal nog fors stijgen, vrees ik.”

Dat klinkt toch anders dan de mededeling twee weken geleden ‘we hebben dankzij onze contactonderzoeken alles onder controle.

„Dat was toen ook zo en hoorde echt bij die fase. We hebben hier keihard gewerkt om als detectives op zoek te gaan naar met wie die patiënten, de eerste zieken die terugkwamen uit Italië, contact hadden gehad? We hebben tweehonderd mensen in monitoring gehad. Gevolgd. In thuisisolatie. Hadden we dat niet gedaan, dan was het nu al erger geweest. Ik heb toen meteen gewaarschuwd voor de ernstige uitbraak in Heinsberg, ook in het OMT. Honderden zieken vlak over de grens: daar moeten we op acteren. Het kantelpunt kwam toen het virus opdook in het verpleeghuis Hoogstaete en we de bron van die besmetting niet konden achterhalen. Dan raak je de regie kwijt.”

Het OMT heeft het kabinet begin deze week geadviseerd te kiezen voor het scenario van groepsimmuniteit. De reacties zijn verdeeld.

„Bij groepsimmuniteit kies je ervoor om het virus zich langzaam verder in de populatie te laten verspreiden. Tegelijkertijd zorg je voor maximale controle met sociale onthouding. Zo zal uiteindelijk, denken we, 20 tot 50 procent van alle Nederlanders de komende maanden met Covid-19 besmet raken. Die maken, als ze het virus overwinnen, antistoffen aan. Daar kunnen ze anderen, vooral zwakkere ouderen, uiteindelijk mee beschermen. Want als het rondwarend virus straks bij genoeg mensen tevergeefs ‘aanklopt’, krijg je de epidemie weer onder controle. Hoe lang dat duurt? Maanden zeker, wellicht een half jaar. Wel heb je kans dat het virus aan de andere kant van de wereld overwintert en volgend jaar terugkomt. Dan zal het echter, door die groepsimmuniteit ook, zeker minder slachtoffers maken.”

Sommige critici spreken van Russisch roulette en het spelen met mensenlevens.

„Ja, er zullen doden te betreuren zijn. Als je uitgaat van die 1 procent sterfte en 20 procent van de Limburgers die besmet raakt, zou je op 2.000 doden kunnen uitkomen. In theorie, op basis van modellen. Het alternatief is een totale lock-down, het land totaal platleggen. Geen treinen of bussen meer, alle winkels dicht, iedereen verplicht thuis en boetes voor wie toch op straat loopt. Dat komt daadkrachtig over, maar heeft ook grote nadelen. Het risico van die strategie is dat je geen groepsimmuniteit opbouwt en zodra je de lock-down opheft het virus toch weer opduikt en je een tweede golf zieken krijgt. Of je moet het volhouden tot er een vaccin is. Dat duurt nog minstens een jaar.”

Hoe staat het met dat vaccin?

„Een Duits biotechbedrijf werkt er nu aan. De EU heeft er 80 miljoen euro in geïnvesteerd, maar het heeft tijd nodig. Intussen lijkt het anti-malariamiddel chloroquine te helpen, wordt er geëxperimenteerd met anti-virale middelen en is in het lab van het Erasmus MC een anti-lichaam gevonden in een oud vaccin tegen SARS. De druk is groot om met iets te komen.”

Sommigen maken al een vergelijking met de Spaanse Griep van 1919.

„Die is niet helemaal onterecht. Covid-19 is onze grootste gezondheidscrisis en uitdaging in honderd jaar, al zal het zo erg als toen niet worden: 20 tot 100 miljoen doden. De omstandigheden waren ook anders, de kwaliteit van de gezondheidszorg. We kwamen net uit de Eerste Wereldoorlog. Veel armoede en ellende, een slechte hygiëne in de huizen. Mensen waren al verzwakt en kregen deze griep eroverheen. Ook nu is de situatie ernstig, het kost alleen tijd om dat bij de mensen te laten indalen: blijf thuis, hou je aan de regels. We hebben het ergste van de epidemie nog niet gehad. De grote golf verwacht ik in april, mei. Kijk naar China, daar heeft het met draconische maatregelen maanden geduurd. Nu stabiliseert het daar. Ook Italië heeft nog volop te maken met coronazieken, wij krijgen nog wat zij hebben gehad.”

In 2009 hadden we de Mexicaanse Griep, daar waren we toen aanvankelijk erg bang voor.

„Die bleek uiteindelijk erg mee te vallen. Dat had te maken met het feit dat, totaal anders dan nu, veel mensen van 50 jaar en ouder juist allemaal nog beschermd bleken. Ze hadden een gelijksoortig virus al eens doorgemaakt. Er was geen probleem. De eerste berichten uit Mexico waren alarmerend. Onterecht. Bij influenza zijn kinderen wél een belangrijke speler als het gaat om verspreiding. Juist jongeren zijn dan vatbaarder, want onbeschermd. Bij dit coronavirus is dat niet zo, niemand is beschermd en ouderen kwetsbaarder door hun broze gezondheid. Jongeren zijn sterker, want vitaler.”

Toch hoor je nu dat ook jongeren ziek worden.

„Dat klopt, maar veel minder dan ouderen en mensen met onderliggend lijden. Omdat de getallen groter worden, het totale aantal zieken, zie je daar nu ook kinderen en jongeren onder. Die jongen van zestien die in Breda op de IC ligt, komt dan in het nieuws. De kans is klein dat het gebeurt, maar er is een kans”.

Christian Jean Pierre Antoine Hoebe (52) werd geboren in Alkmaar en kwam in 1993 naar Maastricht om geneeskunde te studeren. „Het toen nieuwe probleemgestuurd onderwijs aan de universiteit hier sprak me aan. Dat paste perfect bij mijn grote nieuwsgierigheid. Ik stel voortdurend vragen en wil weten hoe het zit.”

Dat kwam direct van pas in zijn functie als arts-infectieziekten bij de GGD, waar hij in 1996 aan de slag ging en volop in een aanvankelijk raadselachtige hepatitis-A-epidemie op een school in Heerlen dook. Hoebe haalde zijn doctorstitel in 2004 met een promotieonderzoek naar hoe Nederland afgelopen decennia na de uitbraak van diverse epidemieën acteerde. Sinds 2012 is hij hoogleraar sociale geneeskunde en infectieziektebestrijding aan zijn ‘eigen’ universiteit in Maastricht. „Deze week heb ik nog een webinar gegeven over corona.”

Het is een redelijk steile carrière. Ben je ambitieus?

„Ik ben ambitieus, maar heb niet van tevoren gedacht ‘ik moet hoogleraar worden’. Ik ben nieuwsgierig, wil weten hoe dingen zitten en als ik iets doe, wil ik het goed doen. Ik vind onderzoek doen super. Als er een infectieziekte rondwaart in de regio, zoek ik dat goed uit. Als je het goed heb uitgezocht, waarom zou je het dan niet opschrijven? En als je dat hebt gedaan, waarom zou je er niet op promoveren? Zo is het gegaan. Ik ben geen stilzitter.”

Waar wil je over tien jaar staan?

„Ik heb het hier goed naar mijn zin. Vind de combinatie mooi van enerzijds wetenschap en anderzijds met twee voeten in de klei zien wat er om je heen gebeurt. Ik kan de universiteit helpen met een verbinding naar de praktijk en andersom. Zo worden we steeds beter, want dat wil ik wel: beter worden.”

Je bent op televisie, staat in de krant, midden in de belangstelling. Geniet je daarvan?

„Dit is precies de vraag waarom ik heb getwijfeld of ik dit interview wel zou moeten doen. Ik ben goed in mijn vak, kan complexe dingen makkelijk uitleggen en het is mooi dat ik nu deze rol heb. Maar ik ben niet ijdel.”

Het is niet professioneel je finest hour?

„Ik geniet ervan als dingen goed zijn gelukt. Als het lukt om goed in de krant of op televisie te krijgen wat ik wil zeggen over corona, als tegenwicht van al het fakenews op sociale media. Zoals in het begin, dat je niet meer uit eten kunt bij de Chinees. Vreselijk. De mensen goed informeren, dat telt. En natuurlijk zit ik nu in een flow, ik ren me rot.”

Je leidt je afdeling bij de GGD, praat met huisartsen, ziekenhuizen en bestuurders. Iedereen kijkt naar je en vraagt ‘meneer Hoebe wat moeten we doen?’ Lig je wel eens wakker?

„Meer van alles wat nog moet gebeuren dan dat ik twijfel of bang ben iets verkeerd gezegd te hebben. Volgens mij hebben we de grote lijn en beste strategie goed in de smiezen.”

Wat staat er bovenaan je bucketlist?

„Ik was eigenlijk van plan om over drie weken naar de Himalaya te gaan. De Manaslu Circuit Trek. Wandelen tot boven 5.000 meter. Dat moet ik helaas afzeggen nu. Die tocht staat wel ver bovenaan. Dat wil ik zeker straks inhalen.”

Wat is Christian Hoebe voor mens?

„Ik hou van resultaten, dat dingen worden afgehandeld én dat het goed gebeurt. Afspraak is afspraak. Het hoeft niet altijd een tien te zijn, maar wel zo goed mogelijk. Een perfectionist? Nee ik ben meer een pragmatist. Maar als ik zie dat mensen niet het beste uit zichzelf halen, dan vind ik dat jammer.”

Wat is je minst mooie eigenschap?

„Soms kan ik, als ik dingen gedaan wil krijgen, wat drammerig zijn. Ik vind het belangrijk de persoon achter de mens te zien, maar in de vaart der volkeren vergeet ik dat wel eens.”

Waar word je blij van?

„Als dingen lukken. Maar ook van een goed gesprek met een student. Of van een zaal die ademloos luistert als ik er vertel over de uitbraak van een infectieziekte. Dat is ook gewoon een spannend en fascinerend verhaal. Ik heb het mooiste vak van de wereld.”

Het virus blijft ons verrassen. Waar de hoop was dat het in de zomer zou uitdoven, zie je nu toch besmettingen in Afrika en Zuid-Amerika.

„Bij eerdere coronavirussen hebben we inderdaad gezien dat ze slecht tegen vochtige lucht kunnen. In de winter is de lucht koud, met minder vocht. ’s Zomers kan de lucht meer vocht bevatten. Dat er nu toch meer gevallen opduiken op het zuidelijk halfrond, dat is geen goed teken. Het tempert de hoop dat het in de zomer allemaal voorbij is.”

Het virus heeft ook een psychologisch effect. Mensen gaan massaal toiletpapier te hamsteren.

„Het was een bericht uit Australië dat viral ging op sociale media: er is hier een tekort aan toiletpapier. Ik heb nog genoeg. Tsjonge. Wat ik wel heel mooi vind, is dat het virus zoveel goede dingen boven brengt bij mensen. Naastenliefde, zorg voor je buren in quarantaine of boodschappen doen voor alleenstaande, eenzame. Het initiatief als #coronahelpt en dat publieksapplaus voor onze ‘helden in de zorg’. Prachtig die solidariteit.”

Wonderlijk is het wel zo’n minuscuul virus dat de hele wereld in zijn greep heeft.

„Er zijn niet zoveel virussen die dat lukt. Ja, dit Covid-19 virus is superefficiënt. Het eerste SARS-coronavirus dat in 2011 uit China kwam, gaf lagere luchtweginfecties en een ernstig ziektebeeld. Daardoor was het beter in te dammen en lukte het verspreiding volledig te stoppen. Dit virus heeft een enorm scala van mogelijkheden om ziek te worden, van bijna geen klachten tot zeer ernstig. Het glipt overal tussendoor en is voldoende besmettelijk. Omdat niemand beschermd is, heeft het de hele wereld als speelveld. Uiteindelijk zullen we ook met dit virus in een evenwicht komen, net als met influenza. Maar hoe dat eruit gaat zien weet niemand nog.”

Vertel eens wat over thuis, vroeger…

„Mijn vader was bankier, mijn moeder huisvrouw. Mijn vader is vroeg overleden, toen ik 18 jaar was. Ik deed net eindexamen. Dat was een lastige periode. Ik wist nog niet precies wat ik wilde worden, heb nog een blauwe maandag in Delft rondgelopen. Ik dacht dat ik iets met computers wilde gaan doen, maar uiteindelijk trok de geneeskunde. Ons menselijk lichaam is razend interessant. Infectieziekten, het is een soort puzzel, je zoekt oplossingen. Wat kun je het beste doen om een epidemie te voorkomen of in te dammen?”

Hoe ziet die puzzel eruit?

„Tegenwoordig kunnen we van virussen op moleculair niveau nagaan hoe ze eruitzien. We weten dat het virus kleine veranderingen doormaakt op z’n reis door de mens. Het vermenigvuldigt zich. In je neus en in je keel. Daarbij maakt het foutjes. Kleine mutaties die het ziektebeeld niet meteen veranderen maar waarmee het virus een vingerafdruk achterlaat. Zo zien we in Limburg dit coronavirus met verschillende vingerafdrukken. Duitse en Italiaanse. Als er veel verschillende vingerafdrukken zijn, weet je dat er veel verspreiding is. En dus dat scherpere maatregelen nodig zijn in de strijd tegen het virus. De genetica heeft ons daarbij geholpen.”

Je zou ook zelf ziek kunnen worden, letterlijk door het virus gegrepen.

“Dat kan gebeuren, maar zou wel balen zijn. Ik wil graag, zeker nu, aan het werk blijven.”

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen voor nog geen 1,50 per week.

Bekijk de aanbieding →