Sport tijdens Spaanse griep: ook vitale atleten overleden aan virus

Print
Sport tijdens Spaanse griep: ook vitale atleten overleden aan virus

Een honkbalduel in Amerika ten tijde van de Spaanse griep. Afbeelding: Getty Images

Ruim een eeuw geleden doodde de Spaanse griep tientallen miljoenen mensen. Ook toen lag de sportwereld lange tijd nagenoeg stil. De harde les van toen: een pandemie laat zich niet in een paar maanden tijd indammen. Houdt het IOC die les ook nog in het achterhoofd?

Joe Hall speelde in 1919 met zijn ploeg de Montreal Canadiens de finale van de Stanley Cup, de beroemdste ijshockeywedstrijd ter wereld. In de eerste drie ontmoetingen tegen Seattle Metropolitians gingen Hall en zijn team hard onderuit. In het vierde duel wonnen de Canadiens, maar middenin de wedstrijd stortte Hall plots in. De 37-jarige verdediger bleek de Spaanse griep te hebben, kreeg longontsteking en vier dagen later was hij dood.

Ruim honderd jaar geleden werd de wereld ook keihard getroffen door een pandemie. De Spaanse griep greep aan het eind van de Eerste Wereldoorlog om zich heen en kostte aan tientallen miljoenen mensen het leven. Exacte cijfers zijn er niet, maar schattingen door wetenschappers lopen uiteen van 20 miljoen tot 100 miljoen doden in 1918 en 1919. Er waren drie golven: in het voorjaar van 1918, het najaar van 1918 en het voorjaar van 1919. Hall overleed in de derde golf, toen sport alweer volop beoefend werd na eerdere stilleggingen.

Babe Ruth

In tegenstelling tot COVID-19 leden ook jonge mensen onder de ziekte. Het waren juist de vitale twintigers en dertigers onder wie het virus rondging. Daarmee werd de sport op een andere manier getroffen dan nu. In de huidige pandemie zien we vooral sporters die werkloos thuiszitten of, als ze een sociaal hart hebben, zich inzetten voor de goede zaak. Maar de Spaanse griep velde sporters, soms letterlijk, zoals Hall. In die Stanley Cup, zo schrijft de Britse krant Guardian, kregen nog vier spelers de Spaanse griep en de finale werd stopgezet. In Amerika overleden verschillende topsporters aan de ziekte. Ook de legendarische honkballer Babe Ruth kreeg de Spaanse griep, maar kwam er weer bovenop.

Ook ons land werd zwaar getroffen, met naar schatting zo’n 30.000 tot 40.000 doden. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren schreef recent een artikel over de sport in Nederland ten tijde van de Spaanse griep. De gevolgen voor de sport liepen sterk uiteen. Zo waren er ook in ons land atleten die het leven lieten, zo wist Van de Vooren terug te vinden. De paardensport lag stil, omdat de paarden nodig waren voor de vele begrafenissen, zo schrijft de sporthistoricus. Feyenoord moest in het najaar van 1918 een duel spelen in Amsterdam, maar bij de tegenstander waren liefst zeven zieke spelers. Verschillende competities werden stilgelegd, niet zozeer om mensenmassa’s te voorkomen, maar puur omdat er niet genoeg sporters meer waren. Toch waren er ook evenementen die uit voorzorg werden geannuleerd. In Almelo en Wageningen kwam een compleet verbod op openbare vermakelijkheden, dus ook voetbal, aldus Van de Vooren.

IOC

Overigens kwam de griep niet uit Spanje. De ziekte werd voor het eerst in Amerika geconstateerd en wetenschappers vermoeden dat de griep ontstaan is in Azië. Het werd de Spaanse griep genoemd omdat er in Spanje, dat tijdens de wereldoorlog neutraal was en dus relatief vrije pers had, wel over geschreven werd.

De pandemie duurde ongeveer drie jaargetijden en tegen de tijd dat de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen naderden, was het virus verdwenen. Hoewel de wetenschappelijke kennis en de medische zorg nu vele malen beter zijn dan toen, geeft de Spaanse griep aan dat een pandemie zich niet zomaar de kop laat indrukken. Het is te hopen dat ook het Internationaal Olympisch Comité, dat vooralsnog niets wil weten van het annuleren van de Spelen in Tokio, die les niet vergeten is.