De halte

‘Gezelligheid hing in de lucht als een rijpe, zoete vrucht’

Print
‘Gezelligheid hing in de lucht als een rijpe, zoete vrucht’

Afbeelding: De Limburger

Venlo / Hout-Blerick / Boekend / Steyl / Lomm / Tegelen / Velden / Belfeld / Blerick / Arcen -

COLUMN - We hadden het vorige week over Jomanda, het medium dat in de jaren tachtig aan de Wijnbergstraat woonde. Je gaat je afvragen of hier mysterieuze krachten schuilen. Waarom? Aan de andere zijde van de Wijnberg woont heden ten dage het genezend medium Sofie Tachalov. In tijden van stijgende coronapaniek belden we met de vraag naar haar mening over de crisis.

Wanneer we het goed hebben begrepen, moeten de mensen hun geweten zuiveren en positief in het leven staan. Daarmee wordt de pandemie bezworen. Omdat we er zo mee bezig zijn, materialiseren zich onze angsten en verspreidt corona zich. Maar over zes weken is de crisis voorbij en of ik de beste wensen door wil geven aan alle lezers van De Halte. Dit beloofd hebbende, streken we neer in Het Gildehoes. Op tijd, want een dag erna moest de horeca in Nederland sluiten. Het café aan de Stalbergweg is onlangs heropend. De banken van De Gouden Tijger hebben er een nieuwe bestemming gevonden. Het geeft geen pas om als je in een café komt, de signatuur van de schilderijen uitgebreid te gaan bestuderen. We meenden echter twee mooie werken van de Venlose schilder Jean Laudy te ontdekken.

Toen ik hier voor het eerst kwam, zat ik nog op de bewaarschool. Met mijn vader en een broer waren we achter het Akkermansgilde met Flujas en zijn vrouw meegelopen. Ik met de speelgoedtrommel die ik gekregen had voor mijn verjaardag. Het was een broeierige, lome zondag. Tegen een uur of zes begon het te regenen. Met bakken. Iedereen was het café binnengerend. Om niet in de verdrukking te komen, werd ik op een tafeltje geposteerd. Een ideale plek. De mensen stonden dicht opeen gepakt. Consumpties werden boven de hoofden doorgegeven.

Plotseling schalde een stem boven alles uit. In een langgerekt: ‘Wáááát’. Na enige seconden vielen omstanders in met: ‘Zoel d’r in ut fleske zitte?’ Bij het begin van de volgende zin, daverde het door het café. ‘Waat zoel in ut kruukske zien, konjak of roeje wieën of witte of zoel ut alde klaore zien?’ Gezelligheid hing in de lucht als een rijpe, zoete vrucht. Ik trommelde geestdriftig mee. Een gevoel van geluk, met een gouden hoofdletter G, doorstroomde me. Toen in Het Gildehoes, is de kiem gelegd voor een wezenlijke behoefte. De behoefte aan de gezelligheid die je alleen in cafés vindt. Misschien zijn al mijn horecabezoeken een speurtocht naar de gelukzaligheid van die broeierige zomerse zondag zonder zorgen.