Oetgesjtreke

‘Ja, ik mis ook wel de plagerijen, de roddels, de werk-ergernissen en -successen van alledag, maar ik kom mijn dagen wel door’

Print
‘Ja, ik mis ook wel de plagerijen, de roddels, de werk-ergernissen en -successen van alledag, maar ik kom mijn dagen wel door’

Afbeelding: De Limburger

COLUMN - „Hoe is het nou met je, na zo’n bijna twee weken social distancing en thuiswerken? Zal wel niet meevallen?” vraagt een bezorgde collega me aan de werktelefoon. Het is zo’n zeldzame collega uit de jongere generatie, die een voor zijn leeftijdscategorie niet zo gebruikelijke betrokkenheid bij het wel en wee van de oudere medemens heeft. Bij mij dus.

Heb me dat in onze dagelijkse kantoorpraktijk met serieuze en luchtige momenten nooit zo gerealiseerd, maar door de huidige situatie ben ik in een keer zijn risicovollere oudere kamergenoot. Door zijn vraag, meer dan door zijn houding tegenover mij, besef ik nog maar eens, dat ik niet alleen in mijn beleving maar ook feitelijk hard op weg ben de relativerende leeftijdsfase van mijn werkzame leven te bereiken, overgaand op termijn in pensioen. Wat dat betreft is deze periode van solidariteits-huisarrest, deze ophokplicht, al een beetje een proefperiode van wat me tegen die tijd te wachten staat: opstaan met het vaste voornemen er een actieve dag van te maken, meer thee of koffie drinken dan nodig en verantwoord is, uiteindelijk toch minder doen dan vooraf bedacht en bezig zijn in het verlengstuk van smartphone en laptop.

Doordat ik parttime werk heb ik overigens al een beetje kunnen wennen aan het samen thuis zijn met mijn echtgenote. We verstaan ons er goed in en wisselen samen-activiteiten af met lekker ons eigen ding doen. We vinden het heerlijk samen een klus te klaren en er met voldoening op terug te kijken, maar net zo goed kunnen we van tijd tot tijd zonder schuldgevoel voor een dagje de boel de boel laten.

Hoe is het nou met me? Nou niets bijzonders. Ja, ik mis ook wel de plagerijen, de roddels, de werk-ergernissen en -successen van alledag, maar ik kom mijn dagen wel door. Ook zonder dat ik zelf roofexpedities onderneem naar de plaatselijke supermarkt, klapsessies houdt op mijn balkon voor hard pezende medeburgers in vitale beroepen, zonder langdurige nachtelijke Netflix-sessies, zonder het delen van schijtlollige thuisfilmpjes, sentimentele dichtregels of tranentrekkende chansons. Zo goed en zo kwaad als het gaat thuiswerkend en vervolgens zappend langs talkshowtafels gevuld met virologen en ernstig kijkende BN’ers; kijkend naar scoreborden met de actuele RIVM-cijfers van het journaal. Vooralsnog heb ik geen telefoonnummers bij de hand liggen of nodig van psychologen die me van mijn hypochondrie of stervensangst af moeten helpen. Eigenlijk kan ik dus wel stellen dat het goed gaat met me. Ondanks alles. Of moet ik zeggen: dankzij alles.