Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken

Print
Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken

Van grote merken als Citroën tot de kleine Rotterdamse startup YKS1: dwergauto’s zijn helemaal terug . Afbeelding: AD

Zo’n 50 jaar geleden verdween het fenomeen ‘dwergauto’, ingehaald door betere alternatieven, plotseling uit het straatbeeld. Sinds kort zijn de mini-modellen juist weer in opkomst: deze piepkleine auto’s, als je ze al zo mag noemen, staan klaar om de binnenstad te veroveren.

De BMW Isetta, de Messerschmitt en de Goggomobil: zo maar wat voorbeelden van piepkleine automodellen uit de jaren ‘50. Tijdens de wederopbouw waren die kleintjes de manier voor autofabrikanten (danwel voormalig vliegtuigbouwers) om het grote publiek weer mobiel te krijgen. In eerste instantie bleek dat een goed idee, maar al snel werden de dwergauto’s uit de markt gedrukt door de Citroën 2CV, de Volkswagen Kever, de Mini en de Fiat 500. Die waren ruimer, veiliger en sneller, terwijl ze nauwelijks meer kostten dan hun kleinere rivalen. En zo viel binnen tien jaar het doek alweer voor de meeste modellen.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
De originele BMW Isetta uit de jaren vijftig. Nu inspiratie voor een nieuwe generatie minimodelletjes. Foto: BMW

Avontuurlijk

Anno 2020 maakt de supercompacte auto een heuse comeback. Van avontuurlijke startups tot de grote, serieuze autofabrikanten: steeds vaker flirten ze met de toekomst door extra kleine modellen aan te kondigen. Dat heeft alles te maken met de verwachte toename van het aantal megasteden: volgens diverse voorspellingen woont in het jaar 2050 zo’n 66 procent van de wereldbevolking in een stedelijk gebied. Ruimte in die binnensteden wordt alsmaar schaarser en autofabrikanten spelen in op die ontwikkeling.

Inwoners van onder meer Amsterdam en Rotterdam zijn inmiddels bekend met de Biro, een wat vreemd ogend vierkant deelautootje dat gebruikers te pas en te onpas op de stoep parkeren. Stadsbesturen broeden nog altijd op (parkeer-) regels voor dit soort voertuigen, maar het is een feit dat er meer modellen aan komen. Stuk voor stuk zijn ze elektrisch, de één is nog extremer dan de andere maar al deze moderne mini’s hebben gemeen dat je ze – nu of straks – daadwerkelijk kunt kopen.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
De Biro rijdt al rond in onder meer Rotterdam en Amsterdam, ze worden steeds meer gebruikt. Foto: Frank de Roo

Toyota: 10 jaar studie

Ook één van de grootste autobouwers ter wereld let op de kleintjes. Toyota bestudeert al 10 jaar hoe een ideale stadsauto er uit moet zien. In 2013 kwam het met de i-Road, een geinige tweezitter die kantelt als een motorfiets in bochten. Na een mislukt deelproject in Tokio en Grenoble besloot Toyota een serieuzer alternatief te ontwikkelen: in de 2.49 meter lange ‘Ultra Compact BEV’ (een werknaam, aldus Toyota) kunnen twee mensen naast elkaar zitten, 100 kilometer elektrisch rijden met een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Eind 2020 komt hij naar alle waarschijnlijkheid al op de markt, om te beginnen in Japan.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
De Toyota i-Road (links) en de Ultra Compact BEV, die dit najaar in Japan op de markt moet komen. Foto: Toyota

Ami: ‘brommobiel’ van Citroën

Waar Renault al jaren weinig succes boekt met de Twizy, zoekt landgenoot Citroën de andere grens op van het fenomeen ‘auto’. De 2.41 meter lange Ami is feitelijk een brommobiel: hij kan 45 kilometer per uur en valt te besturen zonder autorijbewijs. De Ami is bedacht als deelauto (in Frankrijk rij je hem voor zo’n 26 eurocent per minuut) maar is straks ook beschikbaar tegen een maandbedrag van 20 euro. Daarmee heeft Citroën vooralsnog verreweg de goedkoopste ‘stadsauto’, al blijft de inzetbaarheid relatief beperkt. Later dit jaar komt hij ook naar Nederland, onze prijzen zijn nog niet bekend.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
Citroen Ami. Foto: RV

YKS1: Rotterdamse innovatie

‘Ik zie de toekomst van persoonlijke mobiliteit en stedelijk transport.’ YKS1, spreek uit ‘Iksie’, is een Nederlandse vinding uit het creatieve brein van Rotterdammer Ronald Schoonrok. Zijn speelse, moderne design sprak diverse investeerders aan en nu is dit ‘sexy stadsautootje’ echt in ontwikkeling. YKS1 haalt maximaal 80 kilometer per uur en biedt plaats aan één inzittende (‘80 à 90 procent zit toch alleen in de auto’) die bovengemiddeld veel plezier moet beleven aan een ritje door de stad, met dank aan een kantelende cabine en speelse rijeigenschappen.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
Ronald Schoonrok met zijn creatie ‘YKS1’, een multifunctioneel maar bovenal ‘sexy stadsauto’. Foto: videostill

e.Go: plek voor 4

Waar veel moderne dwergauto’s hooguit twee personen kunnen meenemen, biedt de 3.34 meter lange e.Go plek voor vier. De startup uit Aken ontwikkelde eerder een elektrische bezorgauto voor onder meer DHL en kwam meerdere malen in financiële problemen, maar inmiddels is de levering van de e.Go Life gestart. De goedkoopste variant kost in Nederland 16.500 euro en komt zo’n 100 kilometer ver, de duurdere varianten moeten 113 en 145 kilometer halen. De topsnelheid ligt op minimaal 112 kilometer per uur.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
De e.Go Life komt uit Duitsland en biedt plaats aan vier personen. Foto: E.Go

Isetta’s: rechtszaak-retro

In 2016 onthulde het Zwitserse Micro Mobility de Microlino. Het tweepersoons bolletje, inclusief retro uiterlijk geïnspireerd op de originele BMW Isetta, was een hit met 17.000 bestellingen. Die auto ging echter nooit in productie vanwege allerhande rechtszaken over plagiaat. Het Duitse Artega ontwierp namelijk een eigen Isetta, de Karo.

Inmiddels is de ruzie bijgelegd en komen beide bedrijven met hun eigen variant op de markt. Zowel de Microlino als de Karo haalt (afhankelijk van het accupakket) 125 of 200 kilometer op één acculading en redt 90 kilometer per uur. De basisprijzen verschillen flink: de Microlino gaat zo’n 12.000 euro kosten, terwijl Artega 17.995 euro vraagt voor de Karo.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
Vrijwel identieke retro-Isetta’s die allebei op de markt komen: links de Duitse Artego Karo Isetta, rechts de Zwitserse Microlino. Foto: Microlino en Artega

Smart en Mini: de volhouders

Op dit moment is de Smart Fortwo EQ de kleinste elektrische stadsauto die je kunt kopen. Hoewel het Daimler-concern Smart voor 50 procent aan het Chinese Geely heeft verkocht, komt er over enkele jaren een compleet nieuwe generatie Smarts aan.

Tegelijkertijd gaat Mini terug naar z’n basis met een écht kleine Mini: in 2022 presenteert het merk de productieversie van de Rocketman (foto), die zo’n 40 centimeter korter is dan de huidige Mini driedeurs. Ook hier een samenwerking met China: moederbedrijf BMW maakt de elektrische mini-Mini samen met het Chinese autoconcern Great Wall.

Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
Mini stoft de Rocketman Concept af en brengt binnenkort een compactere, volledig elektrische stadsauto. Foto: Mini
Comeback van de kleintjes: waarom automerken ineens weer op dwergauto’s duiken
De Smart EQ Fortwo is er alleen nog elektrisch, maar kampt met tegenvallende verkoopcijfers. Foto: Daimler AG

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Sluit je daarom ook aan en kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt. Juist in deze onzekere tijden.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen