De halte

‘Don Camillo in ’t Kerkepäörtje’

© De Limburger

COLUMN - De zondag, waarop iedereen in rep en roer raakte door de overvolle winkelstraten, waren wij ook in de Venlose binnenstad. Op korte afstand van de kooptoeristen. In ’t Kerkepäörtje was het paradijselijk rustig. De anderhalve meter was geen enkel probleem, een enkele passant liep groetend op gepaste afstand voorbij. ‘t Kerkepäörtje is de autovrije verbinding tussen de Grote Kerkstraat en de Prinses Beatrixstraat. Wanneer er een Top Tien gekozen wordt van aantrekkelijke plekken in hartje stad, gooit het binnenstraatje langs de Martinusbasiliek hoge ogen. Het lijkt wel een filmdecor, je zou er zo Don Camillo tegen het lijf kunnen lopen.

Door Sef Derkx

’t Kerkepäörtje was tot in de jaren zestig een enclave, het had een status aparte. De kapelaans en koster woonden er in statige panden, die rond 1900 waren gebouwd in een traditionele stijl. Antares heeft de woningen gekocht, opgeknapt en gesplitst in appartementen. Een beetje weggedrukt in een hoek en terugspringend uit de rooilijn ligt een architectonisch pareltje. Het voormalige repetitielokaal van het kerkkoor, is in 1923 gebouwd naar een ontwerp van architect Jules Kayser in de stijl van de Amsterdamse School. Nu dient het tot woning.

’t Kerkepäörtje is eeuwenlang het kerkhof geweest van Venlo, in 1635 werden er op kosten van de stad roosters gelegd zodat varkens die vrijelijk rondliepen door de straten, er de grond niet konden omwoelen. Eind juli 1796, Venlo was inmiddels een Franse stad geworden, werden op bevel van de bezettende overheid alle grafmonumenten platgelegd. De consternatie zal groot geweest zijn. In de dagen die volgden werd zand aangevoerd en uitgespreid over het kerkhof. Zo ontstond een kraal voor ossen en runderen, bestemd voor de vleespotten van de Franse troepen aan de Rijn. Knarsetandend volgden Venlonaren de ontheiliging van hun kerkhof.

Bij grondwerkzaamheden in 1910 werden enkele beschadigde grafkruisen van hardsteen teruggevonden. Ze dateren uit de zeventiende eeuw, een is mogelijk zelfs vijftiende-eeuws. De kruisen zijn gelukkig niet hergebruikt of nog erger, weggegooid. Ze werden ingemetseld of tegen de kerkmuur geplaatst. Onlangs is er een grafmonument bijgeplaatst en wel dat van Karel Schrijnen (1797-1870). Vanaf 1854 tot aan zijn dood was hij pastoor-deken van Venlo. De conservatieve Schrijnen vervolgde te vuur en te zwaard de vrijmetselaars in Venlo. Ook de in 1842 opgerichte Sociëteit Jocus was de katholieke leidsman een doorn in het oog. Als dam tegen de poel des verderfs die de vastelaovend was, organiseerde Schrijnen in een soort van estafette onafgebroken gebedsdiensten van veertig uur.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal