Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis

Print
Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis

Patrick Vranken geeft een inkijkje in het bestaan op een binnenvaartschip. Afbeelding: Ron Langenveld

Maasbracht -

Varen op een binnenvaartschip is een vak, maar vooral een manier van leven. Op de Dag van de Binnenvaart geven Patrick en Petra Vranken uit Maasbracht een kijkje in de keuken van hun bestaan. L-magazine voer mee over de Duitse Rijn.

Het is vreemd om je eigen auto aan hijsbanden boven het water te zien zweven. Spannend ook. Zou die kraan het wel houden? „Man, die kan tweeënhalf ton aan”, verzekert schipper Patrick Vranken (43) zonder een spoortje twijfel over een goede afloop, terwijl hij vanaf het dek de afstandsbediening hanteert. Dat zijn fraaie Audi op dezelfde manier op het achterdek van het vrachtschip terecht is gekomen, stelt enigszins gerust. Bovendien: er is geen andere optie voor wie als gast wil meevaren op de Lutin van de Vrankens om een inkijkje te krijgen in het leven van een schippersgezin. „Als je ’s avonds stroomopwaarts weer van boord gaat, heb je tenslotte toch je auto nodig om weer naar huis te rijden”, had Vranken aan de telefoon al laten weten. De reis gaat van het Duitse Bendorf naar Bingen am Rhein, zo’n zeventig kilometer verderop. „Over het mooiste stukje Rijn dat er is”, heeft Vranken beloofd. De Lutin zal daarna verder varen naar eindbestemming Mulhouse in Frankrijk om daar maandag de berg klei af te leveren die verderop vanaf de laadkade met een enorme grijper in de buik van het schip wordt gestort.

Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis
Foto: Ron Langenveld

Bendorf, 7.50 uur

‘Slechts’ 2200 ton vermeldt de digitale display op het supersonische beeldscherm in de stuurhut van de Lutin. „Door het lage water kan er helaas niet meer bij”, verklaart Patrick. Het schip verstouwt met gemak het dubbele. Want Lutin mag dan dwerg of kabouter betekenen in het Frans: een onderdeurtje is het bepaald niet. Met zijn 135 meter lengte en 4403 ton laadvermogen behoort het tot de moderne giganten van de binnenvaart. Gehannes met ‘trossen los’ of een anker? Nee hoor, de schipper trekt gewoon de spudpalen in die hij vanuit de stuurhut automatisch in de rivierbodem kan prikken. Met een slechts duwtje tegen een joystick dirigeert hij het schip weg van de laadkade het brede water van de Rijn op en zijn we vertrokken.

„Mijn opa uit Elsloo had al een sleepboot die de Lutin heette”, vertelt Patrick, terwijl de dieselmotoren in de machinekamer grommend stroomopwaarts beulen. Sindsdien is die naam familietraditie.

Maar de scheepvaartgeschiedenis van de Vrankens gaat nog veel verder terug. „Voor zover we weten, zitten we al sinds 1800 in de vaart.” Patrick zelf heeft nooit getwijfeld over wat hij later wilde worden. „Ik heb altijd gezegd dat ik wilde varen.” Opgegroeid op het achterdek van zijn ouders was het voor hem niet meer dan vanzelfsprekend dat hij op zeventienjarige leeftijd als matroos aan boord ging om het vak te leren. Van het schrobben van het dek tot het besturen van het schip. „De eerste keer dat ik een sluis moest binnenvaren… dat was wat!” Met vader als een schaduw achter hem voor het geval er iets mis mocht gaan. „Beetje gas bij. Beetje naar rechts. Zo ging dat.” Inmiddels bestiert hij samen met zijn vrouw Petra (49) al zo’n twintig jaar het varende familiebedrijf, dat naast de Lutin bestaat uit de Goblin (kabouter in het Engels), een tweede schip van hetzelfde formaat, waarop zijn zus en zijn zwager varen.

Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis
Foto: Ron Langenveld

Koblenz, 8.45 uur

Plots verschuift het Rijnpanorama vanuit de stuurhut niet alleen horizontaal, maar ook verticaal. Met een druk op de knop laat Petra Vranken de stuurhut zakken en trekt de Lutin het hoofd tussen de schouders. „Je kunt de stuurhut zelfs helemáál inklappen”, zegt ze. Maar zo laag zijn de bruggen in Koblenz niet waar we onderdoor moeten. Met een gangetje van zo’n tien kilometer per uur glijdt het schip in de ochtendzon langs de Rijnboulevard en het Deutsches Eck, daar waar de Moezel in de Rijn stroomt. Het standbeeld van Keizer Willem I staat er eenzaam bij in coronatijd. „Normaal ziet het hier zwart van de toeristen.”

„Vroeger op school dachten ze dat wij aan boord op sinaasappelkistjes leefden”, vertelt Patrick. Totdat hij de klas een keer mee aan boord mocht nemen op het schip van zijn ouders. „Wij hebben altijd moderne schepen gevaren”, zegt hij. „Mijn ouders ook al.” Gekleed in een vlotte bloes en nette spijkerbroek beent hij op kousenvoeten door de hypermoderne stuurhut. Schoenen worden hier bij de deur uitgedaan. „Ik heb een hekel aan een vuil schip.” De Vrankens hebben steeds opnieuw geïnvesteerd in nieuwe, grotere schepen en moderne technieken om mee te kunnen spelen in de eredivisie van de binnenvaart. In de ‘goede tijd’ liet vader Willie zelfs om de paar jaar een nieuw schip bouwen. „Er was zo veel vraag dat je het schip voor meer verkocht dan dat het had gekost.” De zes miljoen kostende Lutin en Goblin zijn de laatste wapenfeiten van het familiebedrijf.

Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis
Foto: Ron Langenveld

Boppart, 12 uur

De twee Tsjechische bemanningsleden hebben het er maar druk mee. Een voor een hebben ze de aluminium dekluiken over het ruim geschoven. En met de steile wijnvelden op de achtergrond is het nu dweilen en schrobben geblazen. Drie weken op, drie weken af werken ze. Zelf heeft Patrick zojuist een hoognodig uurtje geslapen, terwijl Petra aan het roer zat. Het lossen van de vracht heeft gisteren langer geduurd dan gepland. Zodoende heeft hij bij de hele nacht door moeten varen om vanmorgen op tijd in Bendorf te zijn. „Maar dat zijn we wel gewend.” Als het nodig is, varen ze zelfs 24 uur per dag door. „Dan hebben we een traprelatie”, lacht Petra. Dan kruisen hun wegen alleen bij de trap als de een naar de stuurhut gaat om te varen en de ander benedendeks om te slapen.

Dat boerendochter Petra uit Koudekerk aan den Rijn ooit schipper zou worden, had ze in haar stoutste dromen niet kunnen denken. Ze studeerde talen en culturen van Latijns-Amerika aan de universiteit in Leiden en werkte als stewardess bij KLM. „In een après-ski bar in Zell am See kwam ik Patrick tegen.” Die voer toen al bij zijn ouders. „Om bij hem te kunnen zijn, moest ik wel mee op het schip. Belde ik op: waar zitten jullie? En dan vloog ik naar Basel om aan boord te gaan.” Zo rolde ze de binnenvaart binnen. Met haar keuze voor Patrick, koos ze ook voor een leven op het water. Al ging dat niet vanzelf. „Het is ook een tijdje uit geweest.” Omdat ze het leven op het schip simpelweg niet meer trok. „Zag ik aan de wal mensen wandelen en op een terrasje zitten. Terwijl wij op ons drijvende eiland alleen maar bezig waren met varen, varen, varen. Ik dacht: is dit mijn leven?” Patrick heeft daar wel begrip voor. „Dat sociale aspect, dat is het lastige van dit leven.”

Maar de liefde gaf uiteindelijk de doorslag. Schoonvader Willie leidde Petra van dekmatroos op tot schipper. „Doctorandus dekmatroos”, lacht ze. Ze heeft zich er inmiddels mee verzoend dat ze een zwervend bestaan leidt en geregeld een feestje mist omdat ze onderweg zijn. „Ik ben al blij als ik in Koudekerk één keer per jaar op een verjaardag kan zijn en alle vriendinnen weer eens zie. Maar het heeft ook mooie kanten. Het varen, het water. Niet weten waar je over twee weken bent. En al die mooie plekken waar je komt.”

Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis
Foto: Ron Langenveld

Sankt Goar, 13.35 uur

Bij Sankt Goar moet er gas bij. Tot nu toe stampte de Lutin gestaag stroomopwaarts. „Maar dit is een van de smalste stukken”, verklaart Patrick over de sterke stroming waar het schip tegenop bokst. Verderop ligt de Lorelei, de legendarische rots waar in een ver verleden zo veel schepen zijn gezonken. De legende wil dat schippers er werden afgeleid door het gezang van een mysterieuze nimf. Maar het is gewoon een lastige bocht. Nog steeds. Zeker voor een schip van 135 meter. „Je moet weten waar water staat”, zegt Petra over de belangrijkste regel bij het varen. Waar de bedding voldoende diep is voor een schip met een diepgang van 2,35 meter. Want een ‘buikschuiver’ over de rotsige Rijnbodem is niet zonder risico. „Op sommige plekken zit er maar een halve meter water onder.”

Hartverscheurende drama’s waren het soms. Als ze zoon Jesse (14) en dochter Yasmine (13) bij het schippersinternaat moesten afzetten. „Ik wil niet naar het internaat”, imiteert Petra het gejammer van haar kroost destijds. „Dat vond ik wel moeilijk.” Inmiddels hebben de kids hun draai ruimschoots gevonden op de leefgroepen van de Prinsenvaart in Maasbracht. Maar nog steeds rijdt Petra elke donderdag of vrijdag – ongeacht waar ze liggen met het schip - naar huis om de kinderen op te halen voor een weekend aan boord. Om ze op zondag weer terug naar Limburg te rijden. Behalve nu dan. Vanwege de coronacrisis zitten de kinderen nu al weken aan boord. „Ik heb vroeger op hetzelfde internaat gezeten”, vertelt Patrick. „Ik heb het er altijd heel goed naar mijn zin gehad.” In tegenstelling tot zijn zus, die er gekweld werd door heimwee. „Veel van mijn huidige vrienden heb ik destijds op het internaat leren kennen.” Als ze toch voor de kinderen in Limburg is, pikt Petra meestal de kapper of de sportschool mee. Voor Patrick zit dat er niet in. Slechts een keer in de zes tot acht weken hebben ze een ingehuurde kapitein aan boord en kan hij een paar dagen met zijn gezin naar hun huis in Maasbracht. „Kan ik ook eens naar een voetbalwedstrijd van de kinderen of naar vrienden en familie.” Maar na een paar dagen vinden ze het meestal ook wel weer mooi geweest. „Dan zijn we meestal blij dat we weer aan boord kunnen.”

Een dag mee met de binnenvaartschipper: altijd onderweg,altijd thuis
Foto: Ron Langenveld

Trechtingshausen, 16.05 uur

De ene burcht is nog niet uit zicht, of het volgende middeleeuwse kasteel doemt al op. Zo’n veertig stuks maar liefst liggen er op dit traject aan de Mittelrhein, dat mede om die reden op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. „Normaal gesproken stikt het hier van de passagiersschepen en de pleziervaart”, zegt Petra. „En kano’s”, verzucht ze. „Altijd precies waar ik wil varen. Dan moet ik de hoorn wel eens gebruiken.” Maar de toeristenbranche is langs de Rijn volledig tot stilstand gekomen. De hellingen worden haast ongemerkt minder steil en het landschap weidser. Varen kunnen ze hier op de semi-automatische piloot. Met slechts zo nu en dan een piepje als de bediening te lang onaangeroerd blijft om te voorkomen dat er iemand in slaap sukkelt.

Maasbracht prijkt er met trotse gouden letters op de zijkant van de Lutin. Maar in de thuishaven is het schip alleen bij uitzondering. „Wij varen vooral in Duitsland”, zegt Patrick. Van Duisburg naar Basel in Zwitserland, naar Mainz of Frankfurt. Deed zijn vader ook al. „We hebben goede contacten met een aantal Duitse verladers”, geeft hij als reden. Bij hen moet hij een nieuwe vracht voor straks vanuit Mulhouse zien te regelen. Kolen, grind, boomstammen, erts of maïs, maakt niet uit. „Het is wel eens spannend of dat lukt.” En hoeveel het oplevert. „Soms moet je wel eens water bij de wijn doen om niet leeg terug te hoeven varen.” Mogelijk kunnen ze met een aantal onderdelen van een hijskraan richting Antwerpen. „Op dit moment hebben we sowieso wat minder te willen”, zegt hij, want het coranavirus laat ook in de binnenvaart sporen na. Maar ze kunnen er heel goed van leven, geven ze ruiterlijk toe. „Daar werken we ook hard voor”, zegt Petra. „En we hebben een goede schopstoel gehad”, geeft Patrick genereus de credits aan zijn vader en moeder voor het fundament waarop hun varende familieonderneming gebouwd is.

Of zoon Jesse of dochter Yasmine ook gaan varen? „Misschien”, zegt Jesse weifelend. Inmiddels heeft hij onder toezicht van pa al zijn eerste stukken achter het roer mogen zitten. En dat beviel wel. „Van mij hoeven ze geen schipper te worden”, zegt Patrick. „Maar het zou uiteraard wel mooi zijn.”

Bingen, 17.05 uur

In de verte doemt de stalen autosteiger op, terwijl op het dek de auto opnieuw in de touwen hangt. „De volgende autosteiger ligt tien uur varen verderop”, benadrukt Patrick het belang om hier van boord te gaan. Tijd om aan te leggen is er niet. Het schip wordt slechts even stil gehouden om de gast van boord te laten. Daarna gaat de reis gaat meteen verder richting Mulhouse. „Ik denk dat we vanavond nog tot een uurtje of negen doorvaren”, zegt de schipper bij het afscheid. En dan morgenvroeg meteen weer verder. „Zo rond een uur of vijf. Eerst de motoren aan en vervolgens het koffiezetapparaat. En dan in alle rust varen. Heerlijk.”

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Sluit je daarom ook aan en kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt. Juist in deze onzekere tijden.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen