Van nul tot nu

Bidden en een goeie borrel

Print
Bidden en een goeie borrel

De Sint Rochuskapel van Budschop gezien vanaf Brug Vijftien, op een ansichtkaart van omstreeks 1920. Afbeelding: Archief Stichting Geschiedschrijving Nederweert

Ospel / Leveroy / Nederweert / Nederweert Eind / Ospeldijk -

De Corona-infectie of Covid-19-epidemie heeft de wereld in zijn greep en houdt ons zowel letterlijk als figuurlijk van de straat. Als het gaat om besmettelijke ziekten hebben onze voorouders al heel wat voor hun kiezen gehad. Zoals ruim een eeuw geleden bij de pandemie die bekend staat als de Spaanse Griep.

De voormalige St. Rochuskapel van Nederweert-Budschop was gesticht in het jaar 1644, naar verluidt vanwege een besmettelijke pestziekte die in dat jaar had huisgehouden. Dat kan kloppen, want St. Rochus geldt niet voor niets als een van de zes zogenaamde ‘pestheiligen’. Als er een besmettelijke ziekte was, werd een draagbaar altaar uit de grote kerk naar de kapel van Budschop gebracht. Daar werden dan heilige missen opgedragen voor degenen die kwamen bidden om genezing. Budschop werd in die tijd een belangrijke bedevaartsplaats in de regio. Van heinde en verre kwamen ze er op af, de zieken en zij die ervoor gevrijwaard wilden blijven. Toen in 1857 in Weert een cholera-epidemie heerste, kwamen de Weertenaren volgens berichten uit die tijd in groten getale naar de kapel van Budschop. Met z’n honderden stonden ze daar buiten de kapel ‘troepsgewijze luide gebeden stortend’.

De oude kapel raakte in verval en werd ook veel te klein om de bedevaartgangers een plek te bieden. In 1894 werd in neoromaanse stijl een grote, nieuwe kapel gebouwd. In de voorgevel werd een gedenksteen met jaartalvers aangebracht. Die droeg als tekst: ‘Zalige Rochus, bewaar Nederweert evenals voorheen van alle besmettelijke ziekten, 1894’. De vergrote kapel gaf een grote impuls aan de verering en sindsdien spreken krantenberichten over jaarlijks enkele duizenden bedevaartgangers. Met als hoogtepunt de epidemie van 1918.

Spaanse Griep

Anders dan de naam doet vermoeden, kwam deze pandemie in 1918 niet uit Spanje maar uit de Verenigde Staten. Toch sprak men wereldwijd van de Spaanse Griep, omdat het de Spaanse media waren die in de zomer van dat jaar massaal alarm sloegen. Het aflopen van de Eerste Wereldoorlog betekende dat honderdduizenden geallieerde militairen het virus letterlijk in sneltreinvaart mee naar huis namen en over de hele wereld verspreidden. Het waren vooral jonge mannen die aan de hevige gevolgen van deze influenza-besmetting doodgingen. In de herfst van 1918 werd er in en bij de St. Rochuskapel stevig gebeden om de Spaanse griep buiten de deur te houden. Buiten bij de kapel stonden honderden mensen luidkeels en hartverscheurend te bidden. Van social distancing had nog nooit iemand gehoord.

Bidden en een goeie borrel
Het beeld van St. Rochus in de naar hem genoemde kerk van Budschop. Foto: Antoine Jacobs

Het mocht niet baten. Alleen al in Nederland waren er bijna 60.000 slachtoffers, in Nederweert circa 100. In de laatste anderhalve maand van 1918 stierven in Nederweert 75 mensen, meest jonge mannen in de kracht van hun leven. De top in Nederweert lag op 28 november, 2 en 3 december 1918, elke dag vier slachtoffers. Op 4 december zelfs zes slachtoffers op een dag. De toenmalige pastoor Leonard Veltmans liet zich met sjees en paard naar de vele zieken brengen om de sacramenten toe te dienen. Van deze Stramproyenaar is de legendarische uitspraak aan zijn voerman: „Mies, drink dich eine gooie borrel veur des te met mich mei gieëst, dan hilst tich de kwaoj dampe op eine aafstandj”. Een van de eerste slachtoffers in Nederweert was Joannes Hubertus Knapen. Diens overlijdensakte was mede ondertekend door de toenmalige koster Michel van Deursen die, ruim een maand en zeventig doden later, eveneens aan deze besmettelijke ziekte zou bezwijken. Een goede borrel bood blijkbaar toch niet voldoende bescherming tegen de kwade dampen. En de mondkapjes moesten nog uitgevonden worden.

Vingerwijzing

In mei 1940 liep de St. Rochuskapel schade op door het laten ‘springen’ van de nabijgelegen Brug Vijftien door het Nederlandse leger. Het Duitse leger roofde enige tijd later ook de bronzen luidklok van de kapel. Na de oorlog raakte de kapel verder in verval en ook het Heilige Roomse Leven begon stilaan af te brokkelen. Dat leidde er helaas toe dat de kapel van Budschop in 1958 werd afgebroken. Het torenspitsje met leidak is nog jarenlang te zien geweest in de tuin van Oscar Cox bij de kanaalbrug, als een vermanende ‘vinger’ tegen zoveel afbraakwoede. Het beeld van St. Rochus, de heilige die met zijn vinger wijst naar de pestbuilen op het ontblote bovenbeen, staat sindsdien in de St. Rochuskerk van Budschop. In tegenstelling tot tijdens de griepepidemie van een eeuw geleden is het daar in deze coronatijden opvallend stil om hem heen.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen