De halte

‘Agnes, de vliegende non van Venlo’

Print
‘Agnes, de vliegende non van Venlo’

Afbeelding: De Limburger

Venlo / Hout-Blerick / Boekend / Steyl / Lomm / Tegelen / Velden / Belfeld / Blerick / Arcen -

COLUMN - Wanneer breed gedragen de behoefte wordt gevoeld aan een top tien van saaiste gevels in de binnenstad, nomineer ik de blinde muur in de Kleine Beekstraat. Hoe is het mogelijk dat de gemeente deze treurnis ooit heeft gefiatteerd? Tegenover mijn favoriete automatiek nog wel. C&A doet een dappere poging om met klimmend groen de pukkel op te fleuren. Het zal echter nog jaren duren voordat het grijs en grauw is overwoekerd en aan het kritische zicht onttrokken.

Historisch is deze plek interessanter dan architectonisch. Al in de vijftiende eeuw worden pestlijders op deze plek verzorgd door cellebroeders. Ze zijn op verzoek van het stadsbestuur uit Maastricht overgekomen. Hun klooster wordt Trans Cedron genoemd. Latijn voor: Over de Beek. De beek waarvan de naam echoot in de Kleine Beekstraat. In 1578 verlaten de cellebroeders Venlo.

Enkele weken geleden werd onder supervisie van stadsarcheoloog Jacob Schotten een muurkluis in de kapel van Genooi geopend. Daarvoor moest de hulp in worden geroepen van een professionele slotenmaker. In de safe waren tijden geleden relikwieën opgeborgen. De interesse ging vooral uit naar de schedel van Agnes Huyn. De adellijke non woonde met haar medezusters annunciaten in de zeventiende eeuw in het klooster Trans Cedron. We blijven dus bij de treurmuur aan de Kleine Beekstraat. Ruim een eeuw geleden schrijft gemeentearchivaris Keuller haar biografie. Uit het geschrift kringelt bij wijze van spreken wierook op en sijpelt wijwater. Het is een aaneenrijging van vrome ongerijmdheden. Agnes geselt zichzelf, koestert haar lichamelijke kwalen als een geschenk uit de hemel en vast streng.

Er gebeuren wonderbaarlijke zaken rond haar persoon. Eens is ze zo diep in het gebed verzonken, dat haar lichaam opstijgt. De Venlose vliegende non is gebedsgenezeres en damt een pestuitbraak in. Onmiddellijk na het overlijden in 1641 krijgen haar gezicht en lichaam de normale kleur terug. Bovendien verspreidt de dode een zoete geur. Alles wijst dus op een heilige. Twee jaar na haar overlijden wordt haar lichaam opgegraven en wat blijkt? Agnes’ hersenen zijn nog intact. Met het oog op een toekomstige heiligverklaring wordt de schedel als relikwie bewaard. In 1797 is Agnes herbegraven in de kapel van Genooi. Zonder hoofd. De schedelreliek komt samen met onder meer een met bloed bevlekt kleed, in de negentiende eeuw terecht in het Venlose Sint-Jozefgasthuis. Weldra komen vanuit daar ook berichten over wondergenezingen na contact van patiënten met de relieken van Agnes Huyn (wordt vervolgd).

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen