Van nul tot nu

‘Rammel ‘ns effe in de kachel, vuur dat ze oêt geit’

Print
‘Rammel ‘ns effe in de kachel, vuur dat ze oêt geit’

Brabantse plattebuiskachel Afbeelding: Keerder Kroniek

Cadier en Keer -

Tot in de jaren vijftig waren veel Keerder huisgezinnen voor het verwarmen van hun woonruimte aangewezen op de kolenkachel. In bijna elk huis stonden een Brabantse plattebuiskachel, een fornuis (kwiezenjaer) en een potkachel (‘ne sjtaof).

De Brabantse kachel stond in de kamer (gooj kamer). In de warme perioden van het jaar, als hij ‘rust’ had, was hij de trots van de huisvrouw: en pronkstuk, gepoetst, geschuurd en gitzwart gepotlood. Naast de kachel stond de kolenkit die werd gebruikt om de kolen via de vulopening in de kachel te storten.

In de keuken stond de kwiezenjaer, in Keer vaak gewoon ’t forneus genoemd. Deze had meer kookplaten en dus meer kookmogelijkheden. Verder was er nog de sjtaof. Die was kleiner en stond meestal in de bijkeuken. Vaak werd hij gebruikt om het varkensvoer klaar te maken. Ook werd er de was op gekookt.

Steenkolen

Het stoken met steenkolen was duur. Vaak werden alleen tussen Kerstmis en Nieuwjaar kolen gestookt. Na Nieuwjaar was de kolenstook afgelopen. Daarom gebruikte men in de meeste huisgezinnen sjlaâm (kolenslik). Deze werd door de kolenhandelaren geleverd of met kar en paard bij de kolenmijn zelf afgehaald. De sjlaâmkar werd voor het keldergat leeg gekieperd en met de schop de kelder ingewerkt. In veel huisgezinnen werden fomme (briketten van kolengruis en leem) gemaakt, die men achter het huis in een open schuurtje bewaarde.

Aan stoken werd heel wat tijd besteed, zeker in de tijd dat men ook nog op de kachel moest koken. Als de kachel eenmaal brandde moest het vuur regelmatig met de pook worden opgepord. Verschillende keren per dag luidde daarom de opdracht: „Rammel ‘ns effe in de kachel, vuur dat ze oêt geit” of „Goej nog ’n sjöp sjlaâm op ’t vuur”.

Hergebruik afval

Het tegenwoordig zo gepropageerde hergebruik van afval en energie werd bij de kolenstook ook al, zij het op een bescheiden manier, toegepast. Asresten uit de kachel die via het rooster in de asla kwamen werden in de winter op de stoep gestrooid voor gladheidsbestrijding. En stukjes gloeiend houtskool werden gebruikt in het strijkijzer. De restwarmte van het strijkijzer werd op zijn beurt weer gebruikt om bij vriesweer de voeten van kinderen in bed te verwarmen. Een beddenkruik werd alleen bij deftige mensen gebruikt.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen