Kabinet en sociale partners bereiken pensioenakkoord

Print
Kabinet en sociale partners bereiken pensioenakkoord

Afbeelding: ANP

Vakbonden, werkgevers en het kabinet hebben een definitief akkoord bereikt over de hervorming van het pensioenstelsel. Dat hebben voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW, FNV-voorman Han Busker en minister Wouter Koolmees bekendgemaakt na overleg op het ministerie van Sociale Zaken.

De overeenkomst is een verdere uitwerking van het pensioenakkoord dat de partijen vorig jaar al sloten. Om het stelsel op termijn betaalbaar te houden, worden de uitkeringen meer afhankelijk gemaakt van de financiële prestaties van de pensioenfondsen. Dat betekent dat de pensioenen bij tegenspoed sneller moeten worden gekort, maar in betere tijden ook sneller weer kunnen stijgen. Het akkoord wordt nog aan de achterbannen voorgelegd.

Een jaar geleden bereikten kabinet en sociale partners een akkoord op hoofdlijnen over een nieuw pensioenstelsel. Dat komt er op neer dat de hoogte van ieders pensioenuitkering minder zeker wordt: als het goed gaat met de economie en de fondsen maken veel winst, dan kunnen de pensioenen eerder stijgen. Maar andersom: als het slechter gaat, kunnen ze ook eerder gekort worden. Ook werd in het akkoord afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel wordt verhoogd, naar 67 jaar in 2024.

Geen korting

Verder hoeven zoals verwacht pensioenfondsen niet te korten op hun pensioenen. Daartoe is besloten „gegeven de zeer uitzonderlijke economische situatie”. Een pensioenfonds moet dan wel een dekkingsgraad van 90 procent hebben aan het eind van dit jaar.

„Het stelsel wordt transparanter en persoonlijker, en sluit beter aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Ook biedt het nieuwe stelsel eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen en blijven premies voor ondernemers stabiel. Ook kunnen zelfstandigen gemakkelijker pensioen opbouwen”, aldus een verklaring van Koolmees’ ministerie.

Ruzie

Maar sindsdien wordt er achter de schermen ruzie gemaakt over de uitwerking. Een van de grootste problemen die nog moet worden opgelost, is wie de rekening betaalt. In het nieuwe stelsel verdwijnt de zogeheten doorsneepremie. Nu betalen jongeren relatief te veel voor hun pensioen. Straks wordt het een eerlijker percentage van iemands inkomen. Voor het afschaffen van de doorsneepremie moeten werknemers van 45 jaar of ouder wel gecompenseerd worden, is de afspraak.

CNV

Een deal waar we mee kunnen thuiskomen. Met die woorden typeerde CNV-voorzitter Piet Fortuin het onderhandelingsresultaat over het nieuwe pensioenstelsel. Volgens CNV is alles bij elkaar een ‘historische stap voorwaarts’ gezet. De bond legt het resultaat met vertrouwen voor aan de achterban.

Volgens CNV dreigde een miljoen pensioendeelnemers met een verzekerde premieregeling erop achteruit te gaan in het nieuwe stelsel. In deze deal is dit voorkomen. Ze houden het recht op een hogere pensioenpremie, wat de goedkeuring heeft van de bond.

Verder benadrukt CNV dat ‘onnodige’ pensioenkortingen volgend jaar worden voorkomen omdat de afspraken die eind vorig jaar zijn gemaakt worden verlengd. Deze toezegging is hard nodig in deze crisis, vindt CNV. Voor zware beroepen is er verder extra geld om eerder met pensioen te gaan. Begin volgende week legt CNV de uitwerking van de pensioendeal met een positief advies voor aan een vertegenwoordiging van de leden.

Zzp’ers

Eerder deze week werd al bekend dat er een overeenstemming zou zijn over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Het kabinet zou het voorstel dat de Stichting van de Arbeid eerder dit jaar deed willen overnemen. Zelfstandigen zijn straks standaard verzekerd voor langdurig inkomensverlies na ziekte of een ongeval. Ze kunnen zelf bepalen of ze een eigen-risicoperiode van een half jaar, een jaar of twee jaar willen. Zo kunnen zij de premie voor hun verzekering drukken.

Het aandeel zelfstandigen met een verzekering daalde van 24 procent in 2013 naar 19 procent in 2018. Vooral mensen met lagere inkomens verzekeren zich minder vaak.