Nul tot nu

Straatpoepers en een lopend vuurtje

Print
Straatpoepers en een lopend vuurtje

Vlak voor de keldergaten van pand Siem bevindt zich het massagraf van de slachtoffers van de dysenterie-epidemie. Afbeelding: Alfons Bruekers

Ospel / Leveroy / Nederweert / Nederweert Eind / Ospeldijk -

Onze streken worden al eeuwenlang geteisterd door besmettelijke ziekten. Men kan spreken over een lange en repeterende reeks van pest, diarree en griep. Niet echt een bijzonder vrolijk verhaal. Wel is het grappig om te zien dat sommige zaken uit de Covid-19-aanpak eeuwenlang geleden ook al speelden.

‘Chirurgeijn’ Hubertus Hobus was in Nederweert in 1769 in functie getreden en was werkzaam tot 1807. In zijn carrière maakte hij twee grote dysenterie-epidemieën mee. Er was in die tijd ook een ontluikend besef van hygiëne en adequate voorzorgsmaatregelen. Zoals in de tweede week van september 1779, toen de dysenterie zijn intrede deed in Nederweert, binnengebracht uit de omstreken. Dysenterie is een door bacillen veroorzaakte ontsteking van de dikke darm. Het gemeentebestuur van Nederweert schoot meteen in actie. De oorzaak van de ziekte werd geweten aan het eten van wittekool en van noten. Dus werd er een verbod op de invoer hiervan ingesteld. Het kwam verder tot wat we in de huidige tijd een lockdown zouden noemen. Alle verkeer met omliggende gemeenten waar de ziekte heerste werd verboden. Alleen met vergunning mocht men de grens over. Zodra iemand ook maar enig kenmerk van de ziekte vertoonde, moest hij of zij verplicht in zijn huis blijven tot men volledig genezen was. Streng verboden werd het aan zieken om naar de kerk te gaan en elkaar zo te besmetten. Het werd absoluut verboden aan eenieder om naast de kant van de straat zijn of haar behoefte te doen. Overtreding van het straatpoepverbod werd bestraft met een boete van een dukaat.

Infecterende dampen

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kon niet voorkomen worden dat de ziekte van 1779 op een afgrijselijke manier huis hield in Nederweert. De eerste ziektegevallen waren in Nederweert-Eind in begin oktober van dat jaar. Van daaruit verspreidde het virus zich als een lopend vuurtje naar Staat en de dorpskern, waarna het huishield in Boeket. Aanvankelijk bleven buurtschappen als Smisserstraat, Strateris, Schoor en Rosveld gespaard, maar die moesten er ook heel snel aan geloven. Pas medio november was de epidemie uitgewoed. Omdat er dagen waren geweest dat er vijf of zes doden tegelijk waren te betreuren, kwamen de begrafenissen in het gedrang. De Nederweerter gemeentebestuurders verordonneerden dat de doden zo snel mogelijk begraven moesten worden, liefst nog dezelfde avond en anders uiterlijk de vroege ochtend die volgde op het overlijden. kerkklokken ‘ofte iets dergelijcke onnoodigheijt’ werd taboe verklaard. Doden moesten meer dan zes voet diep worden begraven. Graven van besmette inwoners mochten tien jaar lang niet voor andere begravingen worden benut omdat anders ‘infecteerende dampen’ zouden kunnen vrijkomen.

Straatpoepers en een lopend vuurtje
Het verloop van de epidemie van 1779. De piek lag in de week van 17 oktober, met 18 overledenen. Foto: Alfons Bruekers

Het totaal aantal sterfgevallen ten gevolge van de epidemie, zo’n zestig, viel ten opzichte van vorige epidemieën nog mee. Voor een deel zal dat met de rigoureuze maatregelen te maken hebben gehad, al was de aan wittekool en noten gewijde oorzaak natuurlijk een staaltje fake news. Maar met maatregelen als een reis- en contactverbod en afstand houden was natuurlijk wel de basis gelegd voor de aanpak uit het Corona-tijdperk.

Keldergaten

Omdat het kerkhof overvol was werden massagraven aangelegd. Zo was er een tussen de kerk en het bekende Pand Siem (Kerkstraat 56). Zij aan zij werden hier de slachtoffers van de epidemie begraven. Die plek zou lang blijven voortleven in de herinnering van onze voorouders. Want nog lang gold in Nederweert de zegswijze als iemand onverwacht gestorven was: ‘Hae ligktj aan Dieles keldergaater’. Met ‘Diel’ wordt een bewoner van ‘Siem’ bedoeld. En de ‘keldergaater’ zijn er nog steeds. Wie tussen de kerk en het huis het steegje in loopt ziet net boven het maaiveld drie oude keldergaten. Dat zijn ‘Dieles keldergaater’ en als je daar ligt als Nederweertenaar dan is het dus niet goed met je afgelopen.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen