Justitie wil 3 en 4 jaar cel voor fraude met mondkapjes

Print
Justitie wil 3 en 4 jaar cel voor fraude met mondkapjes

Afbeelding: Getty Images

Tegen twee verdachten van grootschalige mondkapjesfraude zijn woensdag in de rechtbank in Zwolle celstraffen van 3 en 4 jaar geëist.

De onder andere aan Limburg grenzende Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen maakte in maart 880.000 euro over als aanbetaling voor miljoenen mondkapjes die vervolgens nooit werden geleverd.

Het geldbedrag was een aanbetaling voor de levering van 11 miljoen mondkapjes bedoeld voor zorgverleners in de deelstaat. Tien vrachtwagens stonden eind maart al klaar om naar een loods in Amsterdam te rijden toen ontdekt werd dat de Duitsers waren opgelicht. Via de bankrekening kwamen politie en justitie op het spoor van de 61-jarige Gerard M. uit Amersfoort en de 52-jarige Eddy B. uit Oldenzaal.

Hogere eisen dan gebruikelijk

De officier van justitie kwam met hogere eisen dan gebruikelijk bij oplichting en witwassen van bijna 9 ton. „Vertegenwoordigers van de rechtsstaat moeten helder maken dat misbruik van deze coronacrisis niet geaccepteerd en streng gestraft wordt”, zei hij. Door snel ingrijpen van de banken kon 780.000 euro worden teruggestort. Tegen het bedrijf van B., waarvan de bankrekening werd gebruikt, eiste de officier een boete van 250.000 euro voor witwassen.

De fraude stak simpel in elkaar. De gegevens van een onderneming uit Wezep werden gestolen en gebruikt voor een nepsite in de verkoop van mondkapjes. Middels valse documenten werden de Duitsers simpel om de tuin geleid. De aanbetaling werd vrijwel meteen doorgeboekt naar meerdere rekeningen, waaronder een in Nigeria waar een mogelijk derde verdachte zou zitten. B. nam direct 40.000 euro contant op. Volgens de officier moeten de fraudeurs toegang hebben gehad tot de bankrekening van B. Dat maakt dat deze man samen met M. een cruciale rol speelden in de oplichting.

Beide verdachten ontkennen. „Alleen al uit de verdeling van de gelden blijkt dat M. niet de grote man achter de schermen was”, zei zijn advocaat. Tegen hem werd de hoogste straf geëist. Volgens B. waren de tonnen een investering in zijn bouwbedrijf. Zijn raadsman noemde de Duitsers naïef door zo snel zo veel geld over te maken.