Minister wil gevluchte criminelen in Oostblok opsporen, maar dat kan nog lastig blijken

Print
Minister wil gevluchte criminelen in Oostblok opsporen, maar dat kan nog lastig blijken

Een gevangenis in Leeuwarden. Afbeelding: ANP

Criminelen die nog een straf hebben uitstaan, maar gevlucht zijn het buitenland, mogen niet langer hun straf ontlopen. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) wil dat deze mensen alsnog hun straf uitzitten in het land waar ze naartoe zijn gegaan. In veel gevallen is dat een land in het Oostblok.

Dekker wil hiervoor afspraken maken met die landen. Van alle veroordeelden die hun straf ontlopen is 25 procent van naar hun thuisland Polen of Roemenië gevlucht. Of afspraken maken een reëel scenario is, blijft de vraag: juist in bijvoorbeeld Roemenië zitten de gevangenissen al overvol, waardoor de overheid weinig geprikkeld zal zijn om ‘onze’ straffen ook nog te laten uitzitten.

Grotere zorg

Het probleem komt voort uit een grotere zorg van dit kabinet. In 2018 bleek dat maar liefst 11.000 veroordeelden op dat moment hun straf niet aan het uitzitten waren, terwijl dat wel had gemoeten. De verklaring is tamelijk simpel: tussen het vonnis en het melden bij de gevangenispoort zit in veel zaken tijd, waardoor criminelen de kans zien de benen te nemen. Het direct vastzetten van iedereen die veroordeeld is, wil kabinet noch Tweede Kamer. Er bestaat immers een kans dat iemand in hoger beroep wordt vrijgesproken, waarna mensen ten onrechte hebben vast hebben gezeten.

Daardoor vlucht 90 procent van de voortvluchtigen wel naar het buitenland, waarvan een fors deel dus naar het Oostblok. In een deze week verschenen onderzoek naar de problematiek blijkt niet dat Nederland grote steken laat vallen bij het opsporen of vast laten zetten van voortvluchtigen. Er is geen sprake van ‘grote gemiste kansen’. Er zijn geen delen in de ‘processen’ waarbij men grote steken laat vallen, concluderen de onderzoekers, die ook naar andere landen keken voor een vergelijking.

Lastig

Wel zou Nederland een grote ‘voorraad’ voortvluchtigen hebben, juist omdat hier ‘relatief veel’ korte celstraffen worden opgelegd. Het lastige hierbij is dat er vaak geen internationale opsporingsbevelen kunnen worden uitgevaardigd, omdat de straf daarvoor te kort is. Namelijk: korter dan 120 dagen.

De onderzoekers opperen overigens om daarom minder vaak celstraffen en vaker werkstraffen of boetes te laten eisen door het Openbaar Ministerie, maar daar lijkt minister Dekker niet voor te voelen.

De minister wil liever de opsporing verbeteren. De teams die op hen jagen hebben zo’n 1466 veroordeelden, ‘die lange tijd uit beeld waren’ opgespoord en opgepakt. ,,Daar zaten zware criminelen tussen’’, schrijft Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Hij wil proberen te voorkomen dat er meer voortvluchtigen de wijk nemen naar het buitenland door een ‘risicotaxatie-instrument’ te laten ontwikkelen die de kans op vluchten kan voorspellen. ,,Zo neemt bijvoorbeeld het risico van een vlucht naar het buitenland toe als iemand geen of weinig binding met Nederland heeft.”

Borgsom

Als dat risico hoog is, kan bijvoorbeeld voor het snelrecht worden gekozen, zodat bij veroordeling de straf meteen kan worden uitgevoerd. Ook wil hij kijken of er manieren zijn dat een veroordeelde zich niet aan de straf kan onttrekken. Dit kan bijvoorbeeld ook betekenen dat verdachten bij een hoog risico geen kans maken op schorsing van hun voorlopige hechtenis.

Voor de gevallen waarin wel tot schorsing wordt overgegaan, zal worden verkend of het opleggen van een borgsom. Dat kan in Nederland namelijk wel, alleen wordt praktisch nooit van dat middel gebruik gemaakt. Dekker is er nog voorzichtig over: hij wil kijken of het ‘mogelijk is’ en ‘uitkomst biedt’.