Van nul tot nu

Oplazeren en buiten blijven

Print
Oplazeren en buiten blijven

De Sint Sebastiaanskapel van Laar op de grens van Weert en Nederweert heeft nog een fraai kijkgat of ‘hagioscoop’ Afbeelding: Alfons Bruekers

Nederweert / Weert -

Het is frappant om te zien hoe sommige maatregelen uit de tijd van Covid-19 een eeuwenoude traditie kennen. Wie er oog voor heeft, kan zelfs in onze tijd nog sporen ontdekken van de omgang met epidemieën in de middeleeuwen.

In deze miniserie hebben we het al gehad over Spaanse griep (1918) en dysenterie (1779). Laten we ook eens stil staan bij een andere catastrofale epidemie, die van de lepra. De Kerk beschouwde eeuwenlang lepra (of ook genoemd ‘De ziekte van Lazarus’) op basis van een nogal dubieuze interpretatie van bijbelteksten als de straf van God voor zondig en overspelig gedrag. Lepralijders of leprozen werden daarom verstoten uit de gemeenschap. Ze moesten letterlijk en figuurlijk ‘oplazeren’ (daar komt dat woord dan ook vandaan). De social distancing kent dus een lange voorgeschiedenis…. Lepra had natuurlijk niets met zondigheid te maken maar was in werkelijkheid een bacteriële infectieziekte die werd overgedragen door ademhaling, hoesten en niezen. In die zin lijkt het een beetje op de besmettingsvorm bij Corona. Een verschil was dat lepra leidde tot vlekken en knobbels op de huid en soms tot gruwelijk ogende verminkingen.

Kijkgat

De oudste vermelding van georganiseerde leprozenzorg in Nederweert dateert al uit 1518. In dat jaar is sprake van ‘der laezarus vrouwen’ en deze melaatse vrouw werd van gemeentewege voorzien van turf om haar huis te verwarmen. Verder mocht zij drinkwater halen in de waterput van een nabijgelegen boerderij. Aan de binnenweg van Weert naar Nederweert, in Rosveld en pal op de toenmalige gemeentegrens, had het gemeentebestuur in de zestiende eeuw een paar quarantaine-huisjes voor lepralijders laten bouwen. Die dienden om zieke leprozen in afzondering te kunnen verplegen. De lepralijders mochten geen kerken of kapellen bezoeken en moesten verplicht buiten blijven. Om hen toch van dienst te zijn, kregen de kerkelijke gebouwen vaak een klein kijkgat, laag naast de ingang. Al knielend konden de zieken dan van buiten uit toch een blik op het altaar of de heiligenbeelden werpen. Een ‘hagioscoop’ (letterlijk: zicht op het heilige) noemt men zo’n kijkgaatje. In de kapel van Sint Sebastianus in Weert-Laar, eveneens vlak bij de grens van Weert en Nederweert gelegen – dat zal net als de locatie Rosveld geen toeval zijn – kent daar nog steeds een fraai voorbeeld van.

Oplazeren en buiten blijven
De Sint Antoniuskapel van Rosveld staat sedert 1992 in Nederweert-Boeket. Foto: Alfons Bruekers

In Nederweert werden die quarantaine-huisjes van Rosveld vroeger ‘De Blaetenhuijsjes’ genoemd. ‘Belaet’ is een oud woord voor melaatse of lepralijder. Kluizenaar pater Theodorus van Berckel stichtte bij die huisjes in 1684 een zogenaamde kluis, een woning voor hemzelf die bekostigd en onderhouden werd door de gemeente. Van Berckel was een weduwnaar die op hoge leeftijd was ingetreden bij de paters Franciscanen. Sinds zijn komst ging dit deel van Rosveld in de volksmond al gauw ‘De Kluis’ of later ‘Bi-j Kloeës’ heten. Het was de officiële taak van de kluizenaar om leprozen, pestlijders en andere zieken te verplegen. Die missie werd van Berckel noodlottig want tijdens een grote epidemie in Nederweert in 1691 stierf hij zelf ten gevolge van besmetting. Hij was nog geen zeven jaar in functie geweest.

Kluis

Diverse kluizenaars volgden Van Berckel in de loop der jaren op. Omstreeks 1760 woonden er zelfs twee vrouwelijke kluizenaars, de dames Margaretha en Aldegundis Mertens, beiden lid van de Derde Orde van St. Franciscus en in een boerderij vlakbij geboren en getogen. Na het overlijden van de laatste zuster in 1773, werd de kluis opgeheven. Het oude veldkruis dat tussen de kluis en de boerderij stond werd in 1917 vervangen door een fraaie neogotische kapel, gewijd aan St. Antonius. Van melaatsenzorg is op die plek al heel lang niets meer te zien. Dat geldt ook voor de Antoniuskapel van Rosveld. Die moest wijken voor het industrieterrein Kampershoek en werd in 1992 herbouwd in de buurtschap Boeket waar zij nog steeds te bewonderen is. Een kijkgat is daar overigens niet nodig want de deur van de kapel staat altijd gastvrij open.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen