Mooier dan in Rome zelf

Print
Mooier dan in Rome zelf

Afbeelding: Nico Bastens

In de steengroeve op zijn Valkenburgse landgoed, zo’n 25 meter onder de grond, liet de Tilburgse textielfabrikant Jan Diepen 110 jaar geleden de vroegchristelijke begraafplaatsen van Rome minutieus nabouwen. De ruim zestig grafnissen van de Romeinse Katakomben worden nu geconserveerd en gerestaureerd.

“We zijn in Rome”, roepen archeologen opgetogen uit bij de opening van de Romeinse Katakomben in Valkenburg. Een groter compliment kan Jan Diepen niet krijgen voor de voltooiing van zijn droom, die hem zelfs tot in het Vaticaan heeft gebracht. Diepen raakt gefascineerd door de grafcultuur van de Romeinen na het lezen van een boek van Lambertus Hagen, priester in Wittem. Samen met Hagen brengt hij in 1909 een bezoek aan de Italiaanse hoofdstad. Hij regelt een privé-audiëntie bij de paus en krijgt goedkeuring om de grafkamers zo exact mogelijk na te bouwen op zijn eigen landgoed.

Het resultaat, dat in juli 1910 wordt opgeleverd, is verbluffend. “Eigenlijk krijg je in onze Katakomben een betere indruk dan in Rome zelf”, zegt Peter van der Pasch, die als gids in het museum werkt. “Van veertien Romeinse catacomben zijn in Valkenburg de mooiste ruimtes nagebouwd. Zo is hier een fraai totaalbeeld ontstaan, terwijl de catacomben in Rome verspreid rondom de stad liggen en moeilijk toegankelijk zijn.”

Mooier dan in Rome zelf
Angelique Friedrichs en René Hoppenbrouwers van SRAL aan het werk in de Romeinse Katakomben. Foto: Photo: Nico Bastens | fotonique ®

Vandalisme

De duizenden bezoekers die zich vanaf de opening van de Katakomben vergapen aan de grafkamers, zorgen er ook voor dat in de loop der tijd heel wat schade ontstaat. Het museum is dan ook blij met de steun van de Provincie Limburg en Gemeente Valkenburg die nu de restauratie van alle onderaardse ruimtes en schilderingen en het aanbrengen van nieuwe ledverlichting mede mogelijk maken. Met de restauratieklus is de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) druk bezig. “Op sommige plaatsen zijn de schilderingen verweerd of vervuild, door bijvoorbeeld vleermuizenpoep”, vertelt René Hoppenbrouwers, adjunct-directeur van de SRAL. “Op andere plekken is er sprake van vandalisme: bezoekers hebben hun namen in de muren gekrast of kaarsen uitgedrukt tegen de beschilderde wanden. Als gevolg van het gebruik van fakkels, zitten er roetvlekken op het plafond. Die krijg je niet meer volledig hersteld. Maar heel erg vinden we dat niet, want die zwarte plafonds vertellen ook iets over de geschiedenis van de Katakomben. In de Tweede Wereldoorlog hebben inwoners van Valkenburg hier hun toevlucht gezocht. Net als Amerikaanse soldaten; zij hebben hun namen achtergelaten in de mergelwanden.”

Wijn

Van der Pasch, oud-leraar klassieke talen, houdt van de verhalen rondom de Romeinse grafcultuur. “De Romeinse gestorvenen werden na de komst van het christelijke geloof eeuwenlang als martelaren vereerd”, zo weet hij. “Familie organiseerde voor hen herdenkingsmaaltijden in de catacomben. “Daarbij vergaten ze de doden niet. Ze staken een buisje door de plaat die de grafnis afdekte en lieten zo ook de overledene meegenieten van een slokje wijn.”

Bezoekers kunnen de restauratie van de Katakomben op de voet volgen, want tijdens de reguliere rondleidingen op donderdag en vrijdag én op 11 en 12 juli zijn de restauratoren van SRAL live aan het werk. De rondleidingen zijn bijzonder geschikt voor families.

www.romeinsekatakomben.nl

Tekst: Meyke Houben

Beeld: Nico Bastens