Fashionactivist eet liever even geen haring meer

Print
Fashionactivist eet liever even geen haring meer

COLUMN - Sinds een jaar of zes wordt bij mij in de regio een happening georganiseerd, waarbij de nieuwe haring aan een smaaktest wordt onderworpen.

Hiertoe worden ‘prominente proevers’ opgetrommeld. Lokale bestuurders, ondernemers, pers, culturele filantropen, de usual suspects. Onlangs viel mij de eer te beurt, voor de tweede keer maar liefst. Op een zomeravond meldde ik me dus voor de eerste 1,5 meterharingproeverij ooit, waar de verse maatjes – mede dankzij de royaal gesponsorde wodka – vlotjes naar binnen gleden. De (hernieuwde) kennismaking met mijn medeproevers was genoeglijk. Tot, tussen twee rondes door, werd geïnformeerd naar mijn werkzaamheden. ,,Ik ben fashionactivist”, antwoordde ik. ,,Ac-ti-vist?” echode het. „Dat klinkt agressief.”

En – poef! – weg goede sfeer. ‘Agressief’ is het woord waarmee ik geregeld word beschreven, sinds ik me uitspreek over diversiteit en inclusie. ‘Agressief’ is de kwalificatie die wordt toegekend aan de vele strijders tegen onrecht die ik persoonlijk ken. Bevlogen mensen, voor wie de term ‘activist’ een geuzennaam is. Net als voor mij. Dat geldt helaas niet voor heel veel anderen. Zeker niet als het (witte) 40-plussers betreft. Want of het nu draait om mode, milieu of om het-is-een-kinderfeest: activisten worden nog al te vaak als gevaarlijk, gek, lastig of bedreigend beschouwd. En dat terwijl het gaat om personen die zich inzetten voor het groter goed: maatschappelijke verandering. Iets dat ze doen uit overtuiging, niet voor een foto in de krant of uit geldelijk gewin.

Vrouwenrechten

Activisten lopen voor de troepen uit. Als samenleving, als land, maar ook internationaal hebben we veel aan hen te danken. Zaken als vrouwenrechten, de 40-urige werkweek, lhbtq+-emancipatie en anti-apartheid zouden zonder hen niet zijn gerealiseerd. Kwesties als een sinterklaasfeest voor alle kinderen zouden zonder hen niet op de agenda staan. En de voorstellen van toenmalige ‘milieugekkies’ zijn nu regeringsbeleid geworden.

Wanneer ik presentaties of colleges over inclusieve mode en journalistiek geef, krijg ik vaak de vraag wat ‘activisme’ betekent. Voor mij is het een paraplubegrip waar al mijn activiteiten onder vallen: schrijven, modereren, lesgeven, mediaoptredens, zitting hebben in kunst- en cultuurcommissies. Plus uiteraard het ouderwetse veldwerk: deelnemen aan manifestaties en protestacties. Zo was ik bij de Black Lives Matterbijeenkomst in mijn woonplaats. En bij de veelbesproken demonstratie in Amsterdam. Om na afloop overigens keurig in zelfquarantaine te gaan, net als de maanden daarvoor.

Luisteren

Ook op de Dam was Saskia Noort, wier plek in deze krant ik deze zomer mag innemen. We hebben elkaar toen niet getroffen. Later wel, virtueel weliswaar, in het kader van de wereldwijde #sharethemicnow-Instagramcampagne na de moord op George Floyd, waarbij vrouwen van kleur aan witte vrouwen werden gekoppeld. Saskia en ik spraken over racisme en discriminatie en over hoe dit aan te kaarten en op te lossen. Over haar angst om het verkeerde te doen of zeggen. Over luisteren zonder oordelen en over hoe je als wit mens je privilege kunt inzetten. Een goed eerste gesprek was het. Beetje ongemakkelijk ook. Nu heeft La Noort vakantie en schrijf ik deze column – op haar voordracht. Misschien kunnen we te zijner tijd een drankje doen. Wijn of een wodkaatje, met wat te snaaien erbij. Bitterballen! Haring hoeft even niet voor mij.

Janice Deul vervangt tijdelijk Saskia Noort.

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen