Ivo’s Formule 1-blog: ‘Wie kent Brutus uit Monza?’

Print
Ivo’s Formule 1-blog: ‘Wie kent Brutus uit Monza?’

Afbeelding: De Limburger

BLOG - Kent u Brutus, die gespierde kolos, aartsvijand van Popeye in de tekenfilms over de zeeman die telkens intens verliefd is op Olijfje? Armen als boomstammen, vervaarlijke tanden, ruige zwarte baard, ijzeren torso, donkere blik. Dat is Brutus. Hij boog zich donderdagochtend over mijn nietige lichaam, met een wattenstaafje tussen zijn knuisten. Covid-19-test nummer vier in tien dagen tijd. Formule 1 volgen kost offers.

De voorgaande drie tests waren geen genoegen, maar vielen alleszins mee. Geen ellenlang gewroet en ook geen kokhalzen. Snel en degelijk, zo kwam het over. In Francorchamps werd al vooraf gezegd dat het helemaal niet nodig was om ruw en diep in keel en neus te gaan wroeten om het testmateriaal te verkrijgen. En zo geschiedde.

Maar nu was daar dus Brutus uit Monza. Het circuit aldaar boezemt me al ontzag in. De tempel van de hogesnelheid, waar de guillotine altijd klaar staat. Wolfgang von Trips in 1961; Jochen Rindt, vandaag op de kop af vijftig jaar geleden; Ronnie Peterson in 1978; allemaal Formule 1-helden die het prachtige park dat het circuit omzoomt niet levend hebben verlaten.

In dat park, in de schaduw van de Curva Parabolica, zit ik in een keetje nederig onderuitgezakt op een plastic stoeltje te wachten tot Brutus gaat toeslaan. Zou hij ook de covid-19-test hebben afgenomen bij Silvio Berlusconi, vraag ik me ineens af. De oud-president met het plastic gezicht is positief getest en zit in zijn villa in Arcore, grenzend aan het park van Monza, in isolatie. Had hij met zijn 83 jaar maar niet naar Sardinië moeten gaan om feest te vieren met Flavio Briatore, de vroegere teambaas van Jos Verstappen in 1994 bij Benetton. Enfin, een dag later moet Berlusconi zijn villa verlaten en wordt hij overgebracht naar het ziekenhuis. Dat gun ik die oude feestvierder nu ook weer niet.

Brutus is er klaar voor. Hij lacht eens vriendelijk en vraagt hoe de eerdere tests waren verlopen. ‘Prima’, zeg ik, waarna hij vraagt aan welk neusgat ik de voorkeur geef voor het onderzoek. ‘Doe maar rechts’, zeg ik. De wattenstaaf verdwijnt richting hersenpan, maar Brutus is niet tevreden en herhaalt dezelfde voorgang in mijn linker neusgat. Hij grijnst eens vriendelijk. ‘Volgende keer moet je aangeven dat je links getest wil worden. Dat neusgat is beter.’ Oke meneer Brutus, ik knoop het in mijn oren en zal eraan denken als ik morgenochtend weer op consult kom bij u.