Van nul tot nu

Geschiedenis van de Hubertusmarkt in Gulpen

Print
Geschiedenis van de Hubertusmarkt in Gulpen

De Hubertusmarkt aan het begin van de vorige eeuw. Afbeelding: archief Heemkundevereniging Galopia

Gulpen / Ingber / Reijmerstok / Slenaken / Beutenaken / Epen / Trintelen / Nijswiller / Partij / Wahlwiller / Wittem / Eyserheide / Piepert / Eys / Elkenrade / Wijlre / Heijenrath / Mechelen / Diependal -

De eerste Hubertusmarkt in Gulpen vond plaats in 1544. Dit jaar zou de markt op 3 november voor de 477ste keer plaatsvinden. Vanwege de coronapandemie slaat de organisatie dit jaar over.

In 2005 zette een wethouder zich in om een nieuwe markt te organiseren en de oude te behouden. Hij is het ook die mede bepaald hoe een markt er moet uitzien. Maar in vroegere tijden zag een week- of jaarmarkt er heel anders uit en was het voor de bevolking een gunst die door de ‘heer’ van het dorp werd verleend. Het was een manier om verkoper en koper nader tot elkaar te brengen. Beiden werden er beter van. Belastingheffing zorgde dat de heer van het dorp er ook beter van werd. En, zoals het met hedendaagse termen heet: de economie leefde weer op.

Gunst

In de geschiedenisboeken is terug te vinden dat de Hubertusmarkt een gunst is uit het jaar 1544. In dat jaar beëindigde Keizer Karel de Vijfde en de Hertog van Gulik hun vijandelijkheden. Oorlogen kosten veel geld, ook toen al. Een van de mogelijkheden om de ontstane armoede te laten verdwijnen, was het toestaan van een jaarmarkt. De heer van Neubourg en de Hertog van Brabant hadden dit bij Keizer Karel de Vijfde in overweging gegeven. Op paaszaterdag 1544 werden de verzoeken schriftelijk door Keizer Karel de Vijfde in Brussel gehonoreerd. De eerste jaarmarkt op 3 november 1544 was een feit. De Hubertus-feestdag wordt herdacht op 3 november, de dag waarop zijn gebeente van Brussel werd overgebracht naar Luik.

Functie

In de eerste 30 jaar van de 20e eeuw had deze markt ook een geheel andere functie. In die tijd waarin veel boerderijen in Limburg waren en de mechanisering in de kinderschoenen stond, was het werk op die boerderijen veelal handmatig en er kwam veel werk bij kijken. Ook waren het bijna allemaal gemengde bedrijven. Dat betekende dat ze veel vee hielden, zoals paarden, koeien, schapen, varkens, kippen en ganzen. Daarbij kwam nog het werk op het land dat ook arbeidsintensief was. Veel personeel woonde intern. Een meisje ging bijvoorbeeld uit wonen (‘uit dienen’). De paardenknecht had meestal zijn eigen kamertje, boven paardenstal. Op deze manier was hij dicht bij zijn paarden. Die moesten al gevoerd en verzorgd zijn, voordat ze werden ingespannen. Hun verdiensten waren vaak alleen kost en inwoning plus een kleine vergoeding.

Dat betekende ook dat er een grote keuken was, omdat er veel monden moesten worden gevoed. Dat hield in dat de keuken ook personeel verlangde. De ingrediënten voor deze keuken kwamen meestal ook uit eigen kweek. Dat groeide niet vanzelf, dus ook daar was een tuinman voor nodig.

Arbeidsovereenkomst

Ze hadden in die tijd geen arbeidsovereenkomst, zoals dat nu gebruikelijk is. Toch werden afspraken gemaakt. En juist daarvoor was die Hubertusjaarmarkt nu belangrijk. Het was ook de grote dag voor het personeel. Op die dag werden er opnieuw afspraken gemaakt voor het komende jaar, voor wat betreft de arbeidsovereenkomst.

De oogst lag in de schuur. De bieten, maïs, hooi, de wintervoorraad voor het vee lagen veilig opgeslagen. En op die markt troffen boeren en boerinnen, knechten en meiden elkaar. Zij bespraken de resultaten van de oogst. De mee- en tegenvallers. Maar er werd ook overleg gepleegd tussen werkgever en werknemer. Als de boer de knecht nog een jaar langer in dienst wilde hebben, dan werd dat op die dag afgesproken en het loon werd ook vastgesteld. Werden baas en knecht het eens, dan was het gebruikelijk dat de boer de knecht een muntstuk gaf. Bij ‘rijke’ boeren was dat een rijksdaalder maar vele moesten met een gulden tevreden zijn. De werknemers hadden over deze contracten voldoende gespreksstof.

Bockbier

Hierbij kwam nog dat de plaatselijke brouwerij hun eerste brouwsel, meestal een bockbier, van de nieuwe graanoogst hadden gebrouwen. De gezelligheid van de markt, de vrije dag en het extra muntstuk zorgde voor een gezellige sfeer op de markt. Een bockbier verhoogde alleen nog maar de feestvreugde.

De groepen knechten zag je bij elkaar staan. Het gesprek ging dan meestal over het vrouwvolk. Die hadden geen verstek laten gaan en die stonden bij elkaar te giechelen, misschien wel over het manvolk. Nu durfde nog geen vrijgezel een stap richting dames te zetten. Maar dat zou snel veranderen na enkele bockbiertjes. Welke jongeman welke jongedame naar huis zou brengen zou in de loop van de avond duidelijk worden. Voor de mannen zat er een groot nadeel aan vast. Als ze hun lief naar huis wilde brengen, moesten ze vroeg de gezelligheid van het feest verlaten, omdat het vrouwvolk ’s avonds nog werk op de boerderij had. En vooral met dat bockbier in het vat mocht je als man niet teveel van het kostbare sap drinken. De dames wilden door de mannen naar huis worden gebracht en niet andersom.

H. Hubertus

Over Hubertus (655-727) is vooral bekend hoe hij als edelman tot inkeer kwam toen er op Goede Vrijdag tijdens een jachtpartij in de Ardennen een hert voor hem verscheen met een lichtend kruis tussen het gewei en hij een stem hoorde die hem tot inkeer bracht. Hubertus werd priester en later bisschop van Maastricht. De bisschopszetel verplaatste hij naar Luik, boven het graf van zijn vermoorde voorganger Sint Lambertus. De Hubertus-feestdag wordt herdacht op 3 november, de dag waarop zijn gebeente van Brussel werd overgebracht naar Luik.

Uit: Gerarduskalender 2016

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen