Kermis en vlaai horen bij elkaar in Keer

Print
Kermis en vlaai horen bij elkaar in Keer

Een bakkes. Afbeelding: Historische Kring Cadier en Keer

Cadier en Keer -

Cadier en Keer was vroeger een boerendorp waar de mensen hard moesten werken om de dagelijkse kost te verdienen. Maar op zijn tijd werd er ook flink gefeest. Het grootste feest was de kermis.

In Keer waren elk jaar vier kermissen. En bij kermis hoorde vlaai. Al dagen voor dit feest was men in de weer om vlaaien te bakken, de huizen te witten, de vloer te schrobben en de varkens te slachten. Tot zestig jaar geleden was op 15 augustus (Maria-Tenhemelopneming) de Mariakermis die ook vlaajekèrmis werd genoemd. Dit was omdat in die oogstmaand men zich tegoed kon doen aan vlaai met vers geoogst fruit.

Vlaaien

De vlaaien werden gebakken in ‘t bakkes. Dat was een gemetselde oven die vanwege het brandgevaar los stond van de woning. Die oven werd aangestoken met ’n sjtruujwösj (een bosje stro) en gestookt met takkenbossen. Het deeg voor de vlaai werd in een grote houten baktrog met de handen (soms zelfs met de voeten) gekneed. De spijs voor op de vlaai was er in vele soorten; kersen, kruisbessen, pudding met grummele (meel, klontjes roomboter en suiker), rijst en appelmoes met krenten.

Gedroogd fruit

Tot de Eerste Wereldoorlog werd ook äövevlaaj gebakken. De spijs van deze vlaai (äöve) bestond uit stukjes gedroogde appelen en peren zonder klokkenhuis. Die stukjes fruit werden na de oogst aan touwtjes geregen en achter de kachel te drogen gehangen. Als ze gedroogd waren gingen ze de zolder op totdat ze als vlaaibeleg de oven ingingen.

Vare vuur vlaje

In de dorpen aan weerszijden van de weg van Keer naar Vaals was het traditie dat de jonkheid naar de kermis in de naburige dorpen ging vare vuur vlaje. Ze gingen van deur tot deur, waar ze vertelden dat ze met kar en paard onderweg waren en dat ze een wiel (raad) van de kar moesten vervangen. Daarom vroegen ze of men e raad (verkleinvorm: e raedsje) voor hen had, zodat ze weer verder konden. Het ging hen echter niet om e raedsje voor de kar maar om vlaai waarvoor ook het woord raedsje werd gebruikt. Om hun verzoek kracht bij te zetten maakten ze met schoppen, zwepen, bellenkransen van de paardenhaam, kettingen en rieken een hels kabaal. Om van deze ketelmuziek af te komen bleef de bewoners niets anders over dan e raedsje te offeren.

Het kwam maar zelden voor dat men weigerde vlaai te geven. Het verhaal gaat van een oude vrouw die dat wel deed en een emmer vuil water uitgoot over de mand met vlaaien die de jongeren al hadden opgehaald. ’s Nachts namen deze wraak door haar huis met koeienstront in te smeren.

Voor meer informatie over de geschiedenis van Cadier, Keer, Honthem, ’t Rooth en Sint-Antoniusbank zie www.historischekringcadierenkeer.nl

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →