Over de grens: arbeidsmigratie in Stein

Print
Over de grens: arbeidsmigratie in Stein

Brikkenbakkers. Afbeelding: www.canonvanlimburg.nl

Urmond / Elsloo / Berg / Maasband / Stein / Veldschuur / Catsop / Meers -

Door de coronacrisis kunnen veel seizoenarbeiders uit het buitenland en arbeidsmigranten moeilijk naar Nederland komen. Stein kende in het verleden sterke arbeidsmigratie.

Seizoenarbeiders zijn onder andere werkzaam binnen de tuinbouw en landbouwsector, de groothandelssector en de detailhandelssector. Ook slachthuizen en de horecasector maken meestal gebruik van seizoenarbeiders en arbeidsmigranten.

Seizoensarbeid en arbeidsmigratie is van alle tijden. Nederland kreeg, zeker na de Tweede Wereldoorlog, te maken met een toenemende immigratie. Omgekeerd is er in de Nederlandse geschiedenis ook sprake van arbeidsmigratie naar andere landen. Stein is daar een treffend voorbeeld van. Paul Haimon beschreef in zijn roman De weg over de grens (1978) de werkelijkheid van Stein, in de tijd dat het grootste gedeelte van de inwoners ’s zomers naar Duitsland trok om daar geld aan de brikken te verdienen. Het leven van veel Steindenaren werd gekenmerkt door een dubbel ritme: het leven aan de brikken en het leven in Stein. ’s Zomers was Stein het domein van huisvrouwen en kinderen, ’s winters van de hele bevolking, als ook weer de mannen het straatbeeld bepaalden.

Brikkenbakken

Brikkenbakken, zwaar slavenwerk onder primitieve omstandigheden, was 80 jaar lang normaal voor de Steindenaren. Ze waren eraan gewend elk jaar ongeveer vier maanden lang dit werk te doen. Het moest om te kunnen (over)leven en iets beters dan de brikken bood zich eigenlijk niet aan. Hun eigen tuintje, de vrije tijd en hun autonomie wilden ze niet opgeven. Om deze leefwijze vol te houden moesten ze eigenlijk wel in Duitsland gaan werken. De brikkenbakkers verdienden daar in één seizoen het dubbele van wat een dagloner in een heel jaar verdiend zou hebben.

Ook de industrie was niet echt een alternatief. Het leven als brikkenbakker werd verkozen boven het leven in de aardewerkfabrieken van Regout in Maastricht. Omdat de Steindenaar zijn half-agrarisch, onafhankelijk bestaan niet wilde opgeven, zou hij nooit kunnen opklimmen tot vakman, het enige beroep dat enigszins redelijk verdiende. Bovendien wilde hij zeker niet naar Maastricht verhuizen, omdat het stadse leven veel te duur was. Uren te voet naar Maastricht elke dag was geen alternatief. Hij bleef liever in Stein wonen. Bovendien moest hij zich in de fabriek overgeven aan het moordende ritme van de machine, de lange arbeidstijden, de strenge discipline, en dát tegen een zeer karig loon.

Sterke positie

Het feit dat het brikkenbakkerswerk ieder jaar terugkeerde voor de Steindenaren en dat de ondernemers zeker waren dat ze zouden komen én dat de brikkenbakkers erop konden rekenen dat ze aangenomen zouden worden, gaf hen een relatief sterke onderhandelingspositie. Deze onderhandelingspositie zou echter teloor gaan in de industriële productie. Tenminste zolang de Duitse industrie nog in opbouw was en naast de moderne steenproductie de traditionele steenbakkerij nog van node was. Immers, de Duitse industrie werd in korte tijd uit de grond gestampt en bij die industrie ontstonden nieuwe, grote steden. Kortom, er waren veel stenen nodig.

Maar, met de opkomst van de mijnindustrie in Nederland stegen ook de kosten van levensonderhoud in de Limburgse mijnstreek. De relatief voordelige positie van de brikkenbakker was niet langer houdbaar. Die positie was gebaseerd geweest op de grote verschillen in kosten van levensonderhoud tussen Nederland en Duitsland. Er was nu met de ontwikkeling van de mijnbouw een beter lonend alternatief ontstaan.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Dagelijks worden meer dan 100 Plus-artikelen gepubliceerd door de verslaggevers van De Limburger. Steun de regionale journalistiek en word digitaal abonnee vanaf 1,04 per week.

Profiteer nu