Rugbyen om een keihard roggebroodje: de traditionele worsteling om het ‘kosjbroad’ in Oud-Geleen

Print
Rugbyen om een keihard roggebroodje: de traditionele worsteling om het ‘kosjbroad’ in Oud-Geleen

Pastoor H. van Sloun en bakker D. Eussen gooiden broodjes naar het talrijke publiek. Afbeelding: archief Heemkundevereniging Geleen

Born / Buchten / Holtum / Papenhoven / Geleen / Graetheide / Sittard / Windraak / Limbricht / Einighausen / Guttecoven / Munstergeleen / Obbicht / Grevenbicht -

Volgens de plaatselijke traditie moest de koster in de Advent (drie à vier weken voor Kerstmis) een roggebroodje bakken en dit zolang in de oven laten liggen totdat het keihard was gewonden. Op tweede kerstdag gingen de jongemannen in een oude plunje naar de vespers en zodra deze kerkdienst ten einde was, begon de worsteling om dit broodje.

De Geleense jongelui vormden drie partijen: Oud-Geleen met Daniken, Krawinkel met Spaans-Neerbeek en Lutterade. Men stond in groepjes van vijf of zes van dezelfde partij tussen even grote groepjes van de beide rivalen. Langs de huizen, in de vensters en in de bomen, die hier en daar voor de huizen stonden, hadden zich vele kijklustigen opgesteld.

Gespannen

„Duizenden vreemdelingen namen plaats voor de vensters, de muren en boomen tot op de daken” (Ecrevisse, De Bokkerijders, 1910 blz. 109). Als de koster op het kerkhof was verschenen, werd het stil en aller ogen waren gespannen gericht op het kosjbroad, dat hij in zijn hand hield. Hij wierp dit niet altijd uit de toren, zoals het eens beweerd werd. Volgens Ecrevisse rolde hij het over de grond, terwijl het volgens Jos Russel (Heerlijkheid Geleen 1860) vanaf het kerkhof tussen de jongemannen werd geworpen.

Rugbywedstrijd

De worsteling, die volgde, had veel weg van een echte rugbywedstrijd, die vaak in een woest gevecht ontaardde. Wie erin staagde het broodje boven zijn hoofd uit te steken en te roepen kosjbroad, mie broad! was de broodjeskoning en had voor zijn wijk de overwinning behaald. Maar voordat het zover was, werd er vaak hevig gestreden. Volgens de plaatselijke overlevering golfde het gevecht soms over de volle lengte van de Dorpstraat (Marcellienstraat). Het zou zelfs zijn voorgekomen dat een poort uit haar hengsels werd gelicht en dat de worstelaars door het ijs van een daarachter gelegen mestpoel zakten; volgens sommigen zou het ijs op de poel onder het gewicht en geweld van de worstelaars zijn bezweken.

Op tweede kerstdag 1982 heeft men geprobeerd de oude traditie op een gewijzigde manier nieuw leven in te blazen. Pastoor H. van Sloun en bakker D. Eussen gooiden broodjes naar het talrijke publiek (zie foto).

Uit ‘De jaarkring in het oude Geleen’.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Dagelijks worden meer dan 100 Plus-artikelen gepubliceerd door de verslaggevers van De Limburger. Steun de regionale journalistiek en word digitaal abonnee vanaf 1,04 per week.

Profiteer nu