Aangifte tegen vijf (oud-)bewindslieden in toeslagenaffaire

Print
Aangifte tegen vijf (oud-)bewindslieden in toeslagenaffaire

Wopke Hoekstra. Afbeelding: ANP

Advocaat Vasco Groeneveld heeft dinsdag namens twintig gedupeerden in de kindertoeslagaffaire aangifte gedaan tegen vijf (oud-)bewindslieden, onder wie de ministers Tamara van Ark (Medische Zorg), Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken). Volgens Groeneveld hebben zij zich schuldig gemaakt aan een ambtsmisdrijf.

Naast de drie ministers heeft de raadsman Menno Snel, voormalig staatssecretaris van Financiën, en Lodewijk Asscher (voorheen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in de aangifte betrokken. De aangifte is gedaan bij de procureur-generaal van de Hoge Raad, omdat het om (oud-)bewindslieden gaat.

De advocaat stelt dat de (oud-)bewindslieden strafrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld, door na te laten wettelijke bepalingen uit te voeren, terwijl dat tot hun taak behoorde. Het gaat daarbij om een aantal beginselen van „behoorlijk bestuur”, waaronder het fair play-beginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

Discriminatie

De advocaat stelt dat de (oud-)bewindslieden strafrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld, door na te laten wettelijke bepalingen uit te voeren, terwijl dat tot hun taak behoorde. Het gaat daarbij om een aantal beginselen van „behoorlijk bestuur”, waaronder het fair play-beginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. De bewindslieden hadden volgens de raadsman moeten voorkomen dat de Belastingdienst zich schuldig maakte aan zogeheten knevelarij en beroepsmatige discriminatie. Ook zijn artikel 1 van de Grondwet (het gelijkheidsbeginsel) en het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind geschonden.

Het vernietigende parlementaire rapport dat over de affaire is uitgebracht, vormt een belangrijke basis voor de aangifte. Volgens Groeneveld blijkt uit het rapport dat de betrokken (oud-)bewindslieden over „zodanig verontrustende informatie” beschikten dat zij hadden moeten ingrijpen. „Zeker vanaf het verschijnen van het kritische rapport van de Nationale Ombudsman, onder de titel ‘Geen powerplay maar fair play’, in augustus 2017, stond het sein op rood”, zegt Groeneveld. Maar ook eerder waren er al belangrijke signalen, stelt hij, maar ging het onrechtmatig invorderen door de Belastingdienst tot in elk geval eind 2019 door.

Groeneveld: „De bittere gevolgen voor deze groep slachtoffers klinken maar al te bekend: armoede, depressie, relatiebreuk, dakloosheid en een diep wantrouwen naar de overheid.”

Rampzalige gevolgen

Strafrechtelijke vervolging is geboden, vindt de raadsman, wegens de ernstige inbreuk op de rechtsorde en de rampzalige gevolgen voor de slachtoffers. „De norm moet bevestigd worden en het vertrouwen hersteld.”

Vorige week maakte het Openbaar Ministerie bekend dat het de Belastingdienst niet strafrechtelijk zal vervolgen vanwege de affaire. Meerdere ouders spanden daarop procedures aan om die vervolging alsnog gedaan te krijgen.