‘Pottentrienen’ en ‘Teuten’: Limburgers handelden al lang voor het begin van onze jaartelling

Print
‘Pottentrienen’ en ‘Teuten’: Limburgers handelden al lang voor het begin van onze jaartelling

‘De Marskramer’ van Jeroen Bosch. Afbeelding: archief Martin van der Weerden

Ransdaal / Craubeek / Klimmen / Weustenrade / Fromberg / Kunrade / Ubachsberg / Voerendaal / Winthagen / Kerkrade / Eygelshoven / Bocholtz / Simpelveld / Huls / Landgraaf / Schaesberg / Nieuwenhagen / Rimburg / Brunssum / Heerlen / Hoensbroek -

In de rubriek Van Nul tot Nu gaat Martin van der Weerden in op de veelzijdige historie van deze regio. Deze week gaat het over handelsnetwerken uit voorbije eeuwen.

Vóór de opkomst van een netwerk van kruideniers en moderne warenhuizen werd veel ambachtelijke waar aan huis verkocht. Hierbij werden enorme afstanden te voet afgelegd. Handel over grote afstanden is al duizenden jaren oud. Al lang voor het begin van onze jaartelling werd Limburgse vuursteen verhandeld tot in Engeland en Zuid-Duitsland. In de Middeleeuwen brachten Maaslandse kooplieden hun koopwaar tot in Denemarken en Zuid Frankrijk.

Pottentrienen

Naast de handel in het groot is er altijd ook kleinschalige handel blijven bestaan, die op de rug meegedragen kon worden. In het voorjaar ging men op stap om vaak pas tegen de winter terug te keren. Onder deze kleine handelaren bevond zich een respectabel aantal vrouwen, pottentrienen genaamd.

Teuten onderscheiden zich van gewone marskramers door een strakke organisatie met kenmerken van een gilde. De toelatingseisen waren scherp omschreven en schriftelijk vastgelegd. Teuten richtten zich vaak op dun bevolkte, afgelegen gebieden, waarvan de inwoners niet zo snel de benodigde zaken in de stad ging halen. De venters hadden onderling een sterke band en spraken vaak een soort geheimtaal, bijvoorbeeld bargoens genaamd. Een typisch voorbeeld is het ambacht van den eijsernen, waarin zich in de 18e eeuw smeden en slotenmakers verenigd hadden uit de streek tussen Brunssum en Geleen. Hun producten vonden tot in Portugal aftrek. Naast nieuwe koopwaar hadden zij ook gereedschap bij zich om reparaties uit te voeren. Vanwege de opkomst van een moderne infrastructuur verdwenen de teuten omstreeks 1900 uit het straatbeeld.

Oorsprong benamingen

Het woord marskramer is helder genoeg. Een kramer is een kleine handelaar en mars verwijst naar de langen tochten. Het is niet duidelijk waar het woord teut vandaan komt. Mogelijk van teutoons (Duits) of van het Duitse woord Tüte (tas). Omstreeks 1600 duikt het woord voor het eerst op.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen