Waterputten in het oude Stein: noodzakelijke voorziening, maar ook sociale ontmoetingsplaats

Print
Waterputten in het oude Stein: noodzakelijke voorziening, maar ook sociale ontmoetingsplaats

Verdwenen waterputten in Stein. Afbeelding: Archief SES

Urmond / Elsloo / Berg / Maasband / Stein / Veldschuur / Catsop / Meers -

De eerste bewoners die zich zo’n 6.000 jaar geleden in onze streken vestigden, gingen daar wonen waar helder en voldoende drinkwater voorhanden was. Zo ook in Stein.

Drinkwater vormt de primaire levensbehoefte voor mens en dier. Deze bron van het leven werd met name gevonden in de directe omgeving van heldere beken of bronnen. Zo ontstonden in Limburg op de lage plateaus langs de Maas kleine nederzettingen, waaronder het dorp Stein. De bewoners betrokken hun water rechtstreeks uit schone waterpoelen, de nabijgelegen Ur en uit de bronnen in de oeroude Maashelling, waarboven zij zich vestigden. Op deze wijze konden zij eeuwenlang leven in voor onze begrippen primitieve omstandigheden.

Mest

Door de bevolkingstoename na de Middeleeuwen werd dat anders. Enerzijds omdat veel mensen in armzalige lemen of stenen boerderijtjes woonden met daarbij de schuurtjes of stallen voor het vee. De mest van dieren en mensen werd verzameld op een mestvaalt. Deze lag meestal op het erf van de boerderij waardoor de vloeibare mest langzaam kon indringen in de bodem en zo de bovenste waterlagen in de omgeving verontreinigden. Anderzijds was voor een groter aantal mensen en dieren veel meer water nodig. De relatief kleine bronnen in de Maashelling konden daardoor niet meer alleen in de behoefte aan zuiver drinkwater voldoen.

Om die reden begon men met het delven van waterputten om de dieper gelegen schone waterlagen te bereiken. Deze putten werden het eerst gebouwd bij het kasteel van Stein, de pachthoeve Den Hoaf, de verdwenen kasteelhoeve Het Slötje, en een andere grotere boerderijen. Zo stamt de waterput in de puttoren naast de ingangspoort van het Bovenste Slot van kasteel Stein uit de Middeleeuwen, toen het kasteel is gebouwd. Deze waterput van 10 meter diep en 1,1 meter breed is nog altijd aanwezig. De waterput is de oudste nog aanwezige waterput binnen het grondgebied van het oude dorp Stein.

Ook de waterput op het oorspronkelijk woonerf achter de voormalige pachthoeve D’n Hoaf in de Brugstraat is nog een stille getuigenis uit de periode van de waterputten. De put stamt waarschijnlijk uit 1808, toen D’n Hoaf werd gebouwd.

Aanleg waterput

Het bouwen van zo’n put was afhankelijk van de samenstelling van de verschillende grondlagen en de vereiste diepte die nodig was om een betrouwbare schone waterlaag te bereiken. Om de te metselen putwand gelijkmatig in de ondergrond te kunnen laten zakken werd eerst een rond raamwerk van houten planken of balkjes van ca 1,5 meter doorsnede gemaakt, lijkende op een groot karrewiel.

Vervolgens werd een gat van bijna 1,5 tot 2 m diep gegraven, waarin het raamwerk werd ingelaten en op de grond gelegd. Hierop werd gestart met het metselen van de putwand. Dit gebeurde met platte maaskeien en later met baksteen. Voor de bakstenen putten werden speciale putstenen gebakken die een beetje taps toeliepen, zodat er makkelijk een ronde put kon worden gemaakt. Vaker werden echter gewone bakstenen gebruikt die dan taps werden afgekapt.

De in goed verband gemetselde lagen werden opgemetseld tot ruim boven de oppervlakte. Wanneer dit metselwerk goed was uitgehard, werd de grond onder het raamwerk verder voorzichtig uitgegraven en liet men het metselwerk langzaam zakken. Deze niet ongevaarlijke werkzaamheden werden herhaald totdat de laag met schoon drinkwater was bereikt. Vanaf het begin van de 20e eeuw gebruik werd gemaakt van geprefabriceerde betonnen putringen.

Openbare putten

Pas in 1868 bracht men op een aantal plekken in de gemeente openbare drinkwaterputten aan voor de bewoners van het dorp. Hiervoor werd goedkeuring door Gedeputeerde Staten verleend nadat door de gemeenteraad verzoek was ingediend namens een aantal bewoners van Stein: Mathijs Coumans wonende aan Op den Berg, Theodoor Coumans wonende aan het Houterend, Mathijs Janssen wonende aan de Valderstraat, Mathijs Vaassen wonende aan de Kelderstraat en Martinus Vaassen wonende aan de Nieuwstraat / Keerend. Hun verzoek was gebaseerd op het feit dat er minstens 150 meter gelopen moest worden om water te halen uit twee met de grond gelijkstaande putjes, die meestal sterk vervuild waren.

Door de nieuwe putten verder af te werken met een afdak ontstonden zo op de verschillende kleine pleintjes in het dorp miniatuurhuisjes, rond of vierkant, met een deurtje en een grote zwengel aan een windas waaraan een touw met emmer was bevestigd. Maar ondanks dat deze nieuwe waterputten werden gebouwd, kregen de gebruikers van de putten toch regelmatig met vervuiling van het water te maken.

Zodoende werd er in 1873 bij het gemeentebestuur op aangedrongen om de openbare weg te verhogen, aangezien de vloeibare bestanddelen van de mestvaalten over de weg heenliepen. Tevens werd gevraagd om mestvaalten te laten verkleinen of geheel te verwijderen en zorg te dragen voor het schoonhouden van de omgeving bij de waterputten. Toegezegd werd om langs de wegen goten aan te brengen om een goede afvoer van de gier te waarborgen.

Sociale functie

De openbare waterputten kregen door het gebruik van de omwonenden ook een sociale functie. De laatste nieuwtjes of roddeltjes werden er uitgewisseld en ook de jeugd was veel bij de waterputten te vinden. Het ‘even’ water halen duurde dan ook langer wanneer er wat te vertellen viel. Voor de jeugd was het een ontspanning om te zien hoe de vrouwen of meisjes met hun juk, waaraan twee emmers hingen, kwamen aangelopen en de emmers dan vulden met het water uit de opgetakelde volle grote emmer. De oudere en sterkere jongens mochten dan wel zo’n gevulde emmer met de zwengel optakelen. Vaker werd er ook door mannen water gehaald met een platte kruiwagen waarop een grote ronde of ovale teil stond en waar heel wat water in kon.

Het onderhoud van deze openbare waterputten gebeurde door verschillende buurtbewoners. Zo werd in de jaren 30 van vorige eeuw het onderhoud van de waterput Op de Berg (het latere Wilhelminaplein) nog gedaan door Geurt Janssen (bijnaam Geurt van Deumke). Wanneer de emmer stuk was kocht hij een nieuwe. Op een houten balk van de omlijsting van de put hing dan een briefje dat de buurtbewoners hiervoor een bijdrage moesten betalen.

Waterputten in het oude Stein: noodzakelijke voorziening, maar ook sociale ontmoetingsplaats
Koster Peer van Mulken en zoon Tjeu bij de put op de Berg. Foto: - Foto Archief SES, ‘Een tijdsbeeld 1930 – 1938’, Leo van Heur

Een ander voorbeeld hiervan is dat de waterput op het pleintje tussen het Keerend en Kruisstraat was verontreinigd omdat er iets was ingevallen (of gegooid). Daardoor was het water als drinkwater niet meer bruikbaar. De tegenover wonende Teun Smeets (bijnaam Teun de Pòkkel) werd er bijgehaald en omdat deze nogal klein van postuur was, werd hij staande in de putemmer in de put afgelaten om de verontreinigingen eruit te halen.

Tyfus en cholera

Door meer van dergelijke gebeurtenissen werden de waterputten hoe langer hoe meer een gevaar voor de volksgezondheid. Vooral in de grote steden waren zij de veroorzaker van infectieziekten, zoals tyfus en cholera. Om die reden werd in 1913 in Nederland het Rijksinstituut voor de Drinkwatervoorziening opgericht met als doel het waarborgen van een goede kwaliteit van het drinkwater dat via de verschillende waterleidingbedrijven wordt geleverd.

Voor de gemeente Stein duurde het vervolgens tot 1929 om toe te treden tot de N.V. Waterleiding Maatschappij voor Zuid-Limburg en er werd begonnen met het aanleggen van het waterleidingnet in de gemeente. Toch duurde het nog lang voordat er geen gebruik meer werd gemaakt van de drinkwaterputten. Dit omdat de rechtgeaarde Steindenaren nog lang hun voorkeur bleven geven aan het water uit de putten: ‘het smaakt toch anders!’. Maar door het toenemend verkeer in de relatief smalle straten moesten deze worden verbreed en de putten verdwijnen.

Herinnering

Zo werd ook de waterput op het Wilhelminaplein afgebroken, nadat in 1940 eerst nog overwogen was om deze in verband met de verkeersveiligheid wit te verven. Een aantal jaren later werd iets verderop een slechte replica geplaatst. Met het plaatsen van een herinneringsplaat op het Wilhelminaplein ter herinnering aan de vele waterputten die Stein eens zo rijk was, werd op 1 april 1945 voor Stein het tijdperk van de waterputten afgesloten.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Je las zojuist een gratis artikel, maar niet al onze journalistiek is gratis. Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen in de vorm van nieuws, achtergronden, analyses en opinie.

Onze verslaggevers zijn 24/7 bezig met het schrijven van deze verhalen. Zodoende geven we duiding aan het nieuws en helpen we jou met het vormen van een mening.

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week.

Bekijk de actie-abonnementen