Kraaienjacht in Banholt was in de 19e eeuw niet ongevaarlijk: pastoor kon alleen nog het lijk zegenen

Om een kraaiennest te bereiken, moesten vroeger halsbrekende toeren worden uitgehaald. © J. Troisfontaine

Banholt -

Kraaien waren in de 19e eeuw een lekkernij. Volwassen vogels werden uit de nesten van de eieren af gehaald. Of jonge kraaien werden met ijzerdraad aan het nest vastgebonden. Eenmaal door de ouden flink vetgemest, werden zo ‘geoogst’, geslacht en heerlijk toebereid.

Harry van der Bruggen - Heemkundevereniging Tebannet

Kraaienjacht was niet ongevaarlijk: kraaien zijn agressieve vogels, die hun nesten met geweld en beleid kunnen verdedigen, in paren of in zwermen. Maar hoe gevaarlijker de inspanningen, des te smakelijker de vangst. Het gevogelte werd gebraad in boter of reuzel. Kraai is heerlijk met pruimen of stoofpeertjes. Het sausje even aanmaken met wat aardappelmeel.

Dierenwet

De dierenbeschermers daarentegen protesteerden geregeld in de bladen. Waar was de eerbied voor de natuur? De broedsels werden verstoord en de kraaienstand was aan het afnemen! De dierenbeschermers werden dan weer uitgemaakt voor weekhartig en ziekelijk sentimenteel. De Nuttige Dierenwet die in 1880 na hevige polemieken en met krappe meerderheid aan stemmen werd vastgesteld, zou weliswaar 69 vogelsoorten en enkele inheemse knaagdiersoorten beschermen die nuttig waren voor de landbouw en de houtteelt. Maar de kraai was daar niet bij: die was niet nuttig, wel smakelijk. De dierenbeschermers waarschuwden eveneens voor de gevaarlijke toeren die men uithaalde om de lekkernij te bemachtigen.

Moedeloos

„Dat wordt smullen”, dacht de 69-jarige Jan Mathijs Franssen toen hij in mei 1877 naar de boomkruinen tuurde. Jongens hadden twee van de langste ladders met de einden aan elkaar gebonden. „Laat mij maar gaan”, zei de ervaren kraaienjager tegen de jeugdigen, „anders gebeuren er ongelukken.” Hij klom langzaam en voorzichtig langs de ladders omhoog, steeds hoger. Een van de jongens maakte de ladders los. Franssen haalde de hoogste ladder naar zich toe, plaatste die op een tak en vervolgde zijn tocht omhoog. Zo steeg hij alsmaar hoger, tot waar men alleen is en waar het stil is. De boomtoppen ruisten, God ging voorbij.

Toen Jan Mathijs naar het kraaiennest reikte, knapte het takje waarop hij zat. De bejaarde tuimelde omlaag en brak zijn nek. De jongens liepen wel vlug om de pastoor, maar deze kon alleen nog het lijk zegenen. „Het is om moedeloos van te worden”, schreven de dierenbeschermers, „dat ouden van dagen nog op die manier aan hun einde komen!”

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal