Column: Dick Advocaat vindt ongetwijfeld dat ik dit stukje veel beter aan Max Verstappen had kunnen wijden

Print
Column: Dick Advocaat vindt ongetwijfeld dat ik dit stukje veel beter aan Max Verstappen had kunnen wijden

Het laatste fluitsignaal van Feyenoord-FC Utrecht echode nog na toen Dick Advocaat besloot het op een lopen te zetten, zondagmiddag in De Kuip.

En hup daar ging-ie, Dick, met de hem kenmerkende driftige Dick Advocaat-pasjes, in één spurt naar de overzijde van het veld. De handen ietwat gegeneerd in de lucht gestoken en vechtend tegen de tranen daalde hij vervolgens af in de spelerstunnel.

23 mei 2021 is de dag dat Max Verstappen sporthistorie schreef door als eerste Nederlander de Grand Prix van Monaco te winnen en daardoor in elk geval voorlopig het wereldkampioenschap aan te voeren. Objectief bekeken verdient hij op deze plek natuurlijk alle denkbare credits. Maar vergeeft u het me alstublieft dat ik het wil hebben over dat andere fenomeen. Dick, de man die zondag voor de laatste keer afscheid nam als trainer. En nu echt. Nou ja, misschien dan. Want ja, wie weet immers. Wellicht dat alsnog. Afijn.

Column: Dick Advocaat vindt ongetwijfeld dat ik dit stukje veel beter aan Max Verstappen had kunnen wijden
Dick Advocaat beent na zijn laatste wedstrijd als (Feyenoord-)coach snel naar de spelerstunnel. Foto: Hollandse Hoogte / ANP

U heeft de beelden ongetwijfeld gezien van Dick, sprintend over het veld, kort voordat het ‘Dickie bedankt’ goed en wel was aangezwollen vanaf de tribunes. Aad de Mos was op zo’n moment vermoedelijk alle toeschouwers in De Kuip hoogstpersoonlijk langsgegaan, zodat ze hem nog eenmaal van dichtbij konden zien. Ik sluit niet uit dat Louis van Gaal zelf de stadionmicrofoon zou hebben gepakt om groots stil te staan bij het afscheid van Louis van Gaal. Hoe anders ging het bij Dick, voor wie het er na ruim 40 jaar als trainer op zat. Hij dook de catacomben in alsof hij de eerste trein naar Den Haag moest halen.

Het is precies zoals ik Dick ken en waarom ik hem zo hoog heb zitten. Wars van poeha is hij. Vol zelfrelativering ook. En iemand die vooral het voetbal centraal wil stellen, niet zichzelf. Diep in zijn hart geniet hij er echt wel van, hoor, die aandacht die hij -drievoudig Oranje-bondscoach- zo verdient na onder meer het behalen van landstitels met PSV en Glasgow Rangers, de UEFA Cup-winst met Zenit Sint-Petersburg en de miraculeuze handhaving met het destijds al afgeschreven Sunderland. Maar hij vindt het vooral ook ongemakkelijk, treffend onderstreept met zijn opmerking aan de ESPN-verslaggever. „Jeetje, wat sta ik voor lul, zeg”, zei Dick, geconfronteerd met zijn waterige ogen na de winst op FC Utrecht.

Ik ga hem missen. Ik meen het echt. We zijn in onze gezamenlijke PSV-tijd heus weleens gebotst. Maar ik ben hem enorm dankbaar voor alles. Voor de professionaliteit die hij me bijbracht. Voor zijn vakmanschap. Voor de kansen die hij me gaf. Een toptrainer is hij. En een topmens. Zelden in mijn loopbaan ben ik een fijnere, warmere en grappigere trainer tegengekomen dan hij. Wil ik toch graag nog even kwijt.

Of Dick deze ode ook daadwerkelijk onder ogen krijgt? Geen idee. En mocht dit zo zijn, dan kan ik zijn reactie alvast uittekenen. Dat ik dit stukje volgens hem veel beter aan Max Verstappen had kunnen wijden.