‘Beter iets dan niets’ met verlenging bekritiseerde uitzend-cao

Print
‘Beter iets dan niets’ met verlenging bekritiseerde uitzend-cao

Afbeelding: ANP

Met de verlenging van de huidige uitzend-cao met vier maanden tot 1 oktober wilde vakbond LBV voorkomen dat uitzendkrachten helemaal zonder cao zouden komen te zitten.

„Beter iets dan helemaal niets”, aldus de bond. De komende maanden hoopt LBV met brancheorganisaties NBBU en ABU en andere bonden tot overeenstemming te komen over nieuwe afspraken.

LBV kwam tot een akkoord voor een verlenging van de geldende afspraken met ABU en NBBU kort nadat FNV, CNV en De Unie waren weggelopen van de onderhandelingstafel. De andere drie vakbonden zijn boos en willen dat de minister het cao-akkoord nietig verklaard. Volgens FNV, CNV en De Unie is de relatief kleine LBV ook niet onafhankelijk.

Onderhandelingstafels

Die laatste opmerking schiet cao-onderhandelaar Marco Stavinga van LBV in het verkeerde keelgat. Volgens hem trekt zijn bond al jaren op met andere bonden aan de verschillende onderhandelingstafels. „En dan ineens word je als bond als niet onafhankelijk weggezet. Ik snap daar niets van.”

De belangrijkste reden dat LBV zijn handtekening onder het akkoord zette, was volgens hem de toch al onzekere positie van uitzendkrachten. Het oude cao-akkoord liep tot 1 juni. Zonder nieuwe afspraken of een verlenging zou het volgens Stavinga onzeker zijn op welke afspraken uitzendkrachten met betrekking tot de rechtspositie of het salaris kunnen terugvallen. Volgens hem is het niet automatisch zo dat ze dan op de oude cao terug kunnen vallen.

Afspraken

Ook Stavinga hoopt met de ABU en NBBU tot afspraken te komen die voor werknemers gunstiger uitpakken. Maar hij erkent tegelijkertijd dat het in de sector lastig is om tot afspraken te komen. Dat bleek ook in het verleden. „Het zijn taaie onderhandelingen”, aldus Stavinga.

Volgens de drie vakbonden die nu protest aantekenen, deden werkgevers te weinig om de arbeidsvoorwaarden gelijk te trekken met die van vast personeel. Ze eisten onder meer loondoorbetaling voor uitzendwerkers als er tijdelijk geen werk voor ze is. De cao geldt voor de naar schatting ruim 1 miljoen mensen die in Nederland uitzendwerk doen.