Financieel directeuren worstelen met praktijk van duurzaam beleid

Print
Financieel directeuren worstelen met praktijk van duurzaam beleid

Afbeelding: Getty Images

Vrijwel alle financieel directeuren (96 procent) van de 250 grootste bedrijven van Nederland vinden duurzaamheid op het gebied van milieu, maatschappij en regelgeving van belang voor hun organisatie.

Wel worstelt het merendeel van de Chief Financial Officers (CFO’s) met de praktische uitvoering van duurzaamheid. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in opdracht van Transformation Forums, dat het jaarlijkse CFO Forum organiseert.

Ontbreken duidelijke doelstelling

Een belangrijke reden voor problemen bij de uitvoering lijkt het ontbreken van duidelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Zo geeft 70 procent van de bedrijven duidelijke financiële doelen mee aan managers, terwijl slechts een kwart van hen eisen stelt op het gebied van duurzaamheid. „Duurzaamheid staat hoog op de agenda van elke CFO, maar er valt nog een wereld te winnen in de doorvertaling naar de bedrijfsactiviteiten”, zegt onderzoeker Frank Verbeeten, hoogleraar Accounting aan de UvA.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de helft van de ondervraagde CFO’s duurzaamheid als een belangrijke bron van ‘waardecreatie’ voor hun organisatie ziet. Verbeeten: „Het bewustzijn en de wil is er, maar de doorvertaling vergt tijd en een duidelijk verdienmodel. Bedrijven zoeken naar waardecreatie. Een integrale aanpak van duurzaamheid (ESG - Environmental, Social, Governance) is nodig om zowel maatschappelijke als economische waarde te creëren.”

Juiste data

Veel CFO’s hebben ook moeite met het meetbaar maken van duurzaamheid. Driekwart zegt niet over de juiste data te beschikken om de financiële impact van duurzaamheid door te berekenen. „Ondanks dat het voor de meeste CFO’s lastig is om de toegevoegde (financiële en economische) waarde van duurzaamheid echt inzichtelijk te krijgen, zien we dat bestuurders crises als de coronapandemie en het klimaat aangrijpen om hun bedrijven voor te bereiden op de toekomst”, stelt Verbeeten.