Achterban CNV akkoord met ‘historisch’ polderadvies over flexwerk

Print
Achterban CNV akkoord met ‘historisch’ polderadvies over flexwerk

De presentatie van het polderakkoord over de hervorming van de arbeidsmarkt. Afbeelding: Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

De achterban van vakbond CNV is akkoord met het onlangs gepresenteerde polderadvies waarin vakbonden en werkgevers het eens werden over het aan banden leggen van flexwerk.

De ledenvertegenwoordiging van de kwart miljoen CNV-leden heeft ingestemd met het advies dat werd opgesteld door de Sociaal-Economische Raad (SER).

„Met deze uitslag zijn we uiteraard zeer verheugd”, laat CNV-voorzitter Piet Fortuin weten. „Twee weken geleden presenteerden we met trots dit SER-advies. Een advies dat we als een overwinning voor werknemers zien. Maar dit advies is pas geldig als onze leden instemmen. En dat hebben zij in overgrote meerderheid gedaan.”

Lees ook: Akkoord bonden en werkgevers over arbeidsmarkt: wat staat er precies in het SER-advies?

In het advies dringen de sociale partners onder meer aan op het afschaffen van nulurencontracten. Daarnaast zou werken via een tijdelijk contract maximaal nog maar drie jaar mogen duren. Ook zou het wettelijk minimumloon moeten worden verhoogd, waarbij de koppeling aan uitkeringen in stand blijft. Fortuin sprak direct na de totstandkoming van het advies al van een „historisch advies”. Hij hoopt dat het nieuwe kabinet de voorstellen straks opneemt in het nieuwe regeerakkoord.

Achterbannen

Het SER-advies wordt voorgelegd aan verschillende achterbannen, voordat het formeel wordt vastgesteld in de raadsvergadering van de SER. Als alle bonden en werkgeversorganisaties hebben ingestemd, zijn volgens CNV de onderhandelende politieke partijen aan zet.

Dat laatste is nog een uitdaging, geeft Fortuin aan. De formatie verloopt zeer traag, terwijl de problemen op de arbeidsmarkt nijpend zouden zijn. „We roepen de formerende partijen dan ook op om over hun eigen schaduw heen te stappen en snel tot een nieuw kabinet en regeerakkoord te komen.”