De witte poort van Kasteel Stein

Print
De witte poort van Kasteel Stein

De restanten van de hoofdburcht. Afbeelding: Jos Drubers

Urmond / Elsloo / Berg / Maasband / Stein / Veldschuur / Catsop / Meers -

De vroegere heren van Stein verkregen de Heerlijkheid Stein als een leengoed van de graven van Loon. Bij het aanvaarden van het leengoed werd aan de leenheer een eed van trouw afgelegd.

Merkwaardig is dat daarnaast ook een leenverband bestond met het leenhof van Valkenburg. Enkel de zogenaamde ‘Witte Poort’ van het kasteel Stein gold als een buitenleen van Valkenburg. Wat moet hier nu onder worden verstaan? Pater Munsters heeft in 1945 in de Maasgouw (verenigingsblad van het LGOG, red.) een artikel gepubliceerd over de ‘Witte Poort’ van Stein. Hij legt in dit artikel uit dat het kasteel bestond uit een bovenste en benedenste slot. Het bovenste slot, dat nog grotendeels in zijn oorspronkelijke omtrekken bewaard is gebleven, is in twee fasen gebouwd: in de 13de/14de eeuw is de donjon opgetrokken; in de 15de/16de eeuw zijn meerdere woonvertrekken ontstaan en is het kasteel voorzien van een barbacane, een voorwerk bestaande uit een vierkante mergelstenen poorttoren, geflankeerd door twee kleinere roodbakstenen torens. Het benedenste slot, dat door een gracht van het bovenste gescheiden wordt, is van oorsprong slechts een voorburcht met uitgebreide dienstgebouwen.

Bouwmateriaal

Lange tijd is gedacht dat de vierkante mergelstenen poorttoren, die toegang geeft tot het bovenste slot, de zogenaamde witte toren van Stein is. Zo wordt ook de donjon vaak aangeduid als ‘Witte toren’. Daarnaast kan de benaming ‘Witte Poort’ ook haar verklaring vinden in de mergel als bouwmateriaal, zoals men ook spreekt over de ‘witte toren’ uit mergelsteen tegenover de ‘rode toren’ uit baksteen.

De benaming ‘Witte Poort’ moet echter toegekend worden aan de toegang tot het benedenste slot, de voorburcht. Volgens getuigenissen uit de 14de en 15de eeuw is de witte poort een toren ‘bij de eerste brug aan den ingang van den voorhof’. Volgens de Loonse leenregisters wordt in 1457 Jan van Loon van Heinsberg beleend met het kasteel en heerlijkheid Stein als een Maaslands leen met uitzondering van de ‘middelste poort’, dat een Valkenburgs leen is. De ‘middelste poort’ was inderdaad de tweede van drie Steinse poorten. Onmiddellijk aan de weg, waar nu de Putbeek onderdoor stroomt, was een muur met een poort. De tweede en middelste poort is de toegang tot de voorburcht en de derde poort is de toegang tot de hoofdburcht.

Benedenste slot

In 1618 wordt in een getuigenis van Boudewijn van Luxemburg-Hollogne met betrekking tot het Valkenburgse leen niet meer gesproken over een toren, maar enkel over een boog, waarvan de ligging en het onderscheid met het bovenste slot helder wordt aangegeven. Vrij vertaald wordt gezegd dat de boog, ook genaamd de ‘Witte Poort’, zich bevindt gescheiden van het huis van de Heren van Stein op het benedenste slot.

Over de stenen brug komt men aan de oude poortingang: een laatgotische hardstenen rondboog. Hier ligt het Valkenburgse leen, zoals ook in 1780 wordt beschreven ‘liggende binnen het kasteel Steijn en zijnde nog geen tien voeten in het vierkant’.

In de kelders naast de ingang worden zware fundamenten van de voorburcht en de Witte Poort aangetroffen. Ze bestaan uit mergel en zijn aan de kant van de gracht diep onder het water gefundeerd. Ook deze archeologische bevindingen zijn geheel in overeenstemming met de historische gegevens: de ‘Witte Poort’ is een oorspronkelijk element van het kasteel, het bovenste én benedenste slot, dat helemaal uit mergel was gebouwd.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen