‘De Morgen’ maakte pruimtabak in Beek, het toenmalige centrum van de sigarenindustrie

Print
‘De Morgen’ maakte pruimtabak in Beek, het toenmalige centrum van de sigarenindustrie

In ‘De Morgen’ werden jaarlijks tienduizenden pruimrollen gemaakt. Afbeelding: archief Heemkundevereniging Beek

Spaubeek / Beek / Maastricht-Airport / Geverik / Groot Genhout / Kelmond / Klein Genhout / Neerbeek -

Vanaf rond 1850 tot aan de Tweede Wereldoorlog was het voornamelijk de sigaar, en in mindere mate de pruimtabak, het genotsmiddel bij uitstek om van tabak te genieten. Ook in Beek. De sigaret brak pas na de Tweede Wereldoorlog door.

Eind 19de en begin 20ste eeuw stond Beek bekend als centrum van de sigarenindustrie in Zuid-Limburg. In Beek maakte men naast sigaren ook snuif- en pruimtabak. In 1910 opende Jos. Garé, zoon van sigarenfabrikant Alphons Garé, in het hoekpand Burg. Janssenstraat en Achter de Kerk een fabriekje, dat zich specialiseerde in het maken van pruimtabak en pruimrollen. In 1928 verhuisde het bedrijf naar de Prins Mauritslaan en kreeg de fabriek de naam ‘De Morgen’. In de nieuwe fabriek werden jaarlijks tienduizenden pruimrollen gemaakt. In 1964 sloot de ‘De Morgen’ haar poorten, omdat steeds minder ‘gepruimd’ werd.

Pruimtabak

Voor pruimtabak gebruikte men bij voorkeur sappige, vettige en zoete tabaksoorten. De tabak werd gesneden (kerven). Hierna volgde het sausen, dit gaf zijn specifieke smaak. De tabak werd vermengd met smaakmakers zoals drop, honing, laurier, muskaat, venkel, kaneel, jeneverbessen en krenten. De tabak werd in tabaksbladeren gesponnen en verdeeld in stukjes van ongeveer één centimeter lengte. Deze propjes moesten gekauwd worden.

Pruimrollen

De natte pruimrollentabak was de zwaarste vorm. Deze moest zo vochtig mogelijk aan de klant geleverd worden. De tabak van pruimrollen werd ook in een speciale saus gedompeld. Deze saus bestond uit allerlei zoetmakende stoffen (waaronder zoethout) en smaakversterkende aroma’s. De natte pruimrollen werden na de fabricage, in de saus, in stopflessen of blikken verpakt. Uit deze verpakking verkochten de winkeliers weer de pruim. Deze emballage was niet gemakkelijk, daarom werd later de natte pruim in geparaffineerd papier verpakt, die de uitdroging moest voorkomen.

Scheurbuik

Het pruimen van tabak werd aanbevolen tegen allerlei ziekten. In het begin van de 17de eeuw werd pruimtabak door de scheepschirurg voorgeschreven om scheurbuik te voorkomen. Op schepen was het ten strengste verboden om te roken en mocht er wel gepruimd worden, mits men de uitgespuugde rochel zelf opruimde in de kwispedoor (spuwpot).

In onze regio gebruikten vooral mijnwerkers pruimtabak en -rollen, omdat in de mijngangen een rookverbod was. Ook werd verteld dat het pruimen goed was tegen stoflongen, omdat het kolenstof werd opgenomen in de tabak en speeksel. De mijnwerkers gebruikten geen kwispedoor, want in de mijngangen was plek genoeg om de pruim uit te spugen.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen