Reproductiegetal coronavirus stijgt van 1,37 naar 2,17

Print
Reproductiegetal coronavirus stijgt van 1,37 naar 2,17

Het reproductiegetal van het coronavirus is gestegen naar 2,17. Dat is het hoogste niveau sinds 24 februari 2020, toen het virus al wel in Nederland was aangekomen maar nog niet was vastgesteld. Het cijfer, dat aangeeft hoe snel het virus zich verspreidt, stond afgelopen vrijdag nog op 1,37.

Het gaat om het cijfer van alle varianten bij elkaar, stelt hoofd Aura Timen van het Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een presentatie voor de Tweede Kamer. Het reproductiegetal van de Delta-variant (voorheen de Indiase variant) is 2,52.

Een reproductiegetal van 2,17 betekent dat een groep van honderd besmette personen gemiddeld 217 anderen aansteekt, die het virus op hun beurt overdragen aan 471 anderen en zij besmetten vervolgens 1022 mensen. Het aantal besmettingen loopt dan sneller en sneller op.

Het getal gaat over de situatie twee weken geleden, eind juni, omdat recentere cijfers nog niet betrouwbaar genoeg zijn. Eind juni haalde de Delta-variant de Alfa-variant (de Britse variant) in als de meest voorkomende mutatie. Inmiddels gaat het bij twee op de drie gevallen in Nederland om de Delta-variant, aldus Timen.

Lees ook: Rood op de Europese kaart: wat betekent dat?

Reproductiegetal coronavirus stijgt van 1,37 naar 2,17

Het aantal positieve tests is afgelopen week met 576 procent gestegen ten opzichte van de week ervoor. Het aantal uitgevoerde testen steeg in dezelfde periode met 59 procent. Ongeveer 15 procent van alle testen brengt een besmetting aan het licht, tegen ongeveer 3 procent een week geleden.

In alle regio’s is sprake van een toename, maar vooral in Amsterdam-Amstelland, Groningen en Utrecht. Het zijn vooral 18- tot 29-jarigen die positief testen, maar ook in de andere leeftijdsgroepen stijgt het aantal nieuwe gevallen.

Ziekenhuiscijfers

Het RIVM verwacht een mogelijke toename van ziekenhuisopnames en ic-opnames. Maar die stijging kan worden vertraagd als risicovolle contacten van jongvolwassenen met andere leeftijdsgroepen (kwetsbaren) zoveel mogelijk wordt beperkt. Door hoge vaccinatiegraad onder oudere leeftijdsgroepen leidt dit niet noodzakelijk tot overbelasting van de zorg, verwacht het RIVM.