Er werd maar liefst acht avonden ‘gehuuld’ in Banholt, maar erg boze geesten lieten zich niet verdrijven

Print
Er werd maar liefst acht avonden ‘gehuuld’ in Banholt, maar erg boze geesten lieten zich niet verdrijven

De jonkheid komt ‘huule’ bij de aanstaande bruid. Afbeelding: Rob Hermans

Banholt -

Banholt kent nog het oude gebruik van het ‘huule’. Met lawaai van bijvoorbeeld deksels, ketels, emmers en melkbussen worden boze geesten verjaagd.

Het huule wordt uitgevoerd door de Jonkheid – de jongens en de oudere jonkgezellen van het dorp – als een weduwe of weduwnaar hertrouwt of als mensen met een aanmerkelijk leeftijdsverschil in het huwelijk treden. Huule wordt ook ketele, peltere, oewattele of waot loewe genoemd.

Huulbeer

In september 1891 ging de weduwnaar Jan Pieter H., 44 jaar, hertrouwen met Rosalia B., 23 jaar. Het was een huwelijk ‘in haast’, wist iedereen. Terstond verscheen de Jonkheid voor een serenade van ketelmuziek. Naar oude gewoonten duurt zo’n serenade enkele avonden. De trouwlustigen kunnen het lawaai afkopen met een of enkele vaten bier, het huulbeer. Op zo’n avond probeert de kapitein van de Jonkheid op gezette tijden met het aanstaande echtpaar tot een vergelijk te komen. Doen de echtelieden onvoldoende toezeggingen, dan gaat het mansvolk door met lawaai maken. Om een uur of tien gaan zij naar huis, maar de volgende dag hervatten zij de ketelmuziek. Tot zij de beoogde vaten bier krijgen toegezegd.

Proces-verbaal

Jan Pieter H. was niet van plan te zwichten. Het lawaai bleef dus aanhouden. Als de marechaussee verscheen, vluchtten de jongelui over heg en struik, maar hervatten vervolgens het gehuul. De weduwnaar hield het been stijf, een losprijs werd nooit betaald. Er werd minstens acht avonden lang gehuuld. Drie leden van de Jonkheid werden geverbaliseerd.

Boze geesten

Toen het bruidspaar ter kerke ging, werd het gezelschap voorafgegaan en gevolgd door een commissie van hoge heren van de Jonkheid. Zij bleven wachten en brachten het paar ook weer naar huis. Toen het kind geboren was, werd het ten doop naar de parochiekerk in Mheer gebracht. Nu werd het kleine gezelschap omgeven door dansende leden van de Jonkheid. In hun register noteerden zij de nieuwgeborene als Magemet – een vreemde naam voor een meisje dat Maria Catharina Gertrudis heette. Het kind overleed zeven maanden oud. Maar de terreur bleef aanhouden. De veldgereedschappen van vader Jan Pieter werden doorgezaagd. De garven op zijn veld werden losgesneden. Erg boze geesten hadden zich niet laten weghuule.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen