Als Hans Gerrit werd verbrand in Banholt, waren de Bronkdagen voorbij

Print
Als Hans Gerrit werd verbrand in Banholt, waren de Bronkdagen voorbij

Hans Gerrit. Afbeelding: Heemkundevereniging Tebannet

Banholt -

In Banholt was het de gewoonte om op woensdagmiddag na de Bronk-kermis nog flink te fuiven. Er werd dan een stropop gemaakt, die op carnavalsmanier werd aangekleed, met de hoge hoed op. Hans Gerrit, de patroon der lege beurzen. Aan het einde van het feest werd de pop verbrand, dan waren de Bronkdagen definitief voorbij.

Eens tegen het einde van de negentiende eeuw hadden ze flink gesold met Hans Gerrit. Hij was toegesproken en toegezongen en er was op zijn gezondheid geproost. Liters brandewijn waren hem aangeboden. Hij was op een kar geïnstalleerd en van herberg naar herberg gereden – toen had Banholt nog twintig herbergen op vijfhonderd inwoners. Wie op die kar wilde meerijden, moest een fles brandewijn geven. De wagen, die door de jeugd werd voortgetrokken, was al eens omgeslagen, sommigen hadden zich flink bezeerd. Maar de jongelui wisten van geen ophouden.

Verbranden

De al wat oudere Gilleske B. werd het even te veel. Hij wilde het verbranden van Hans Gerrit beslist wel meemaken, maar in afwachting daarvan zette hij zich thuis even in zijn zetel. Hij had het geluk vlak naast het feestterrein te wonen. Zo kon hij de feestelijkheden prima in de gaten houden.

Meedogenloos

Inmiddels was Hans Gerrit voor het gerecht gedaagd. Sommige van de jongens hadden zich uitgedost als rechters, andere als advocaat. Iemand had een boek en was dus de griffier. De jury kon niet omgekocht worden. Van de lege beurzen, de lege flessen en vaten, van de ondergaande zon en alle andere rampen droeg Hans Gerrit de schuld. De rechters vonnisten meedogenloos. Hans Gerrit moest verbrand worden. De stropop werd tegen de Gerlachus-den gezet en de vlam ging er in.

Verzopen

Gilleske B. werd plotseling opgeschrikt door geroep en geschreeuw. Hij opende een half oog; hij zag vuurgloed tegen de zoldering van zijn keuken en rook brandlucht. Hij schoot omhoog, greep de emmer water die daar stond, rende naar buiten en plensde de emmer leeg over de vuurzee. Plotseling viel er een stilte – en keek hij in de beteuterde gezichten van tientallen feestgangers. „Nou wát?!” riep Gilleske. „Dit jaar hebben we Hans Gerrit niet verbrand. We hebben hem verzopen!”

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Word nu abonnee en lees al onze Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Ruim 110.000 tevreden lezers gingen je al voor.

Bekijk de actie-abonnementen