Nadine Visser grijpt naast medaille: ‘Op horde zes ging het mis’

Print
Nadine Visser grijpt naast medaille: ‘Op horde zes ging het mis’

Visser komt tekort voor een medaille (links winnares Jasmine Camacho-Quinn). Afbeelding: EPA

Atlete Nadine Visser heeft op de Olympische Spelen in Tokio geen medaille kunnen bemachtigen. De 26-jarige Noord-Hollandse eindigde in de finale van de 100 meter horden als vijfde in 12,73.

Jasmine Camacho-Quinn uit Puerto Rico rende als snelste over de tien horden en won het goud in 12,37. Het zilver ging in 12,52 naar de Amerikaanse Kendra Harrison en Megan Tapper uit Jamaica rende in 12,55 naar brons.

Finishfoto

Direct bij de finish was duidelijk dat Visser niet had kunnen verrassen met een plak. Nadat de finishfoto uitvoerig was bekeken, bleek dat Visser vijfde was geworden; ze was 0,01 sneller dan Devynne Charlton van de Bahamas. De Nigeriaanse Tobi Amusan, de nummer 4, was 0,13 sneller dan Visser.

Het was voor Visser spannend of ze de Olympische Spelen zou halen, want bij haar eerste wedstrijd outdoor in het olympische seizoen liep ze een hamstringblessure op, die haar zes weken aan de kant hield. Ze herstelde echter voortvarend en kon in aanloop naar de Spelen in Tokio nog wat wedstrijdritme opdoen.

Gemiste kans

In Tokio kwam ze soepel door de series in 12,72 en plaatste ze zich in de halve finales als tijdsnelste (12,63) voor de eindstrijd. In de finale ging het goed tot horde zes. Toen maakte Visser een foutje en dat kostte haar een medaille. Dat zei de 26-jarige Noord-Hollandse na de olympische finale van de 100 meter horden, waarin ze als vijfde eindigde. „Ik baal. Het is 100 procent een gemiste kans op een medaille.”

Visser was na de halve finales emotioneel. Haar voorbereiding op de Spelen was door een hamstringblessure verre van ideaal verlopen, maar ze slaagde erin de korte aanloop naar Tokio in toch in vorm te komen. „Er was toch even die emotie van; ik heb het toch maar geflikt om de olympische finale te halen.”

Beter in vorm

De nacht was kort, want er zat weinig tijd tussen de halve finales op zondag en de finale op maandag. „Maar dat gold voor alle finalisten. Ik voelde me scherper en beter in vorm en had er alle vertrouwen in mijn snelste race ooit te lopen. Ik wilde om de medailles meedoen. Dat had gekund. Een tijd van 12,55 moet ook ik kunnen lopen.”

Nu werd het de vijfde plaats in 12,73, zelfs boven haar Nederlands record van 12,62. Het was wel weer iets beter dan de zevende plek op de WK van Londen en de zesde plek op de WK van 2019. Ze was bovendien de enige Europese atlete in de finale. „Dat is wel speciaal, maar het doel was een medaille.”

Verwerken

Visser had dan wel een perfecte race nodig en die liep ze dus niet. „Bij horde zes ligt vaak het kritieke punt. Als ik goed in de race lig en snelheid heb, moet ik snel bewegen om afstand tot de horden te houden. Dat deed ik niet goed. Ik moest omhoog komen voor mijn sprong en verloor daardoor te veel snelheid.”

De tweevoudig Europees kampioene indoor (op de 60 meter horden) had er vaak op getraind. „Maar een wedstrijd is anders en zeker de Olympische Spelen. Idealiter had ik meer wedstrijden gelopen in de voorbereiding, maar door die blessure ging dat niet. Maar aan de andere kant, het ging in de series wel goed. De halve finale gaf mij de bevestiging dat ik nog harder kon en dat is niet gelukt. Best lastig om dit te verwerken.”

Lees ook: Tijd om te oogsten: Nederland mikt op minimaal drie medailles bij atletiektoernooi