Goud voor Nederland, teamsprinters maken favorietenrol volledig waar

Print
Goud voor Nederland, teamsprinters maken favorietenrol volledig waar

De Nederlandse baanwielrenners op weg naar goud. Afbeelding: ANP

De Nederlandse baanwielrenners hebben Nederland op de Olympische Spelen de zesde gouden plak bezorgd door de teamsprint te winnen.

De teamsprinters waren in de finale sneller dan regerend olympisch kampioen Groot-Brittannië: 41,369 om 44,589.

Klasse apart

Nederland trad in de finale tegen de Britten aan met het trio Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland. Zij kwamen eerder over de finish dan Ryan Owens, Jack Carlin en Jason Kenny.

De Nederlandse teamsprinters, de favoriet voor goud en drievoudig wereldkampioen, zijn al enige tijd een klasse apart. Begin vorig jaar zetten ze in Berlijn het wereldrecord op 41,225. De Britten pakten in 2008, 2012 en 2016 olympisch goud op de teamsprint.

Lees ook: Gaat Nederland het medaillerecord van Sydney breken? En zo ja, is dat dan ook een historische prestatie?

Starter Van den Berg begon met een rondje 17,255, waarna Lavreysen 11,964 klokte. Hoogland haalde met een rondje van 12,15 het goud binnen. De Britten reden toen al op grote achterstand, omdat Kenny een gaatje liet vallen.

Trots op iedereen

In de kwalificatie en de eerste ronde waren de Nederlandse renners ook het snelst. In de kwalificatie trad Matthijs Büchli aan in de plaats van Hoogland. Het brons ging nar Frankrijk (42,331). Die landenploeg klopte Australië (44,013) tijdens een race om een medaille.

„Dit moet even bezinken”, jubelde Van den Berg vlak na de finale. „Het is echt bizar wat we hier hebben laten zien. Door corona hebben we zo lang alleen maar voor onszelf kunnen trainen. Maar wat we hier nu weer als team presteren. Ik ben zo trots op iedereen.”

Iets bijzonders gebeuren

Zijn teamgenoot Harrie Lavreysen was opgelucht dat hij met de teamsprinters de favorietenrol waarmaakte. De drievoudig wereldkampioen wist „dat er iets bijzonders moest gebeuren om ons te verslaan”.

„Op de WK vorig jaar hadden we meer dan een seconde voorsprong en we hebben echt niet stilgezeten en kei- en keihard getraind. Maar het maakt me wel trots dat ik nu kan zeggen: we zijn de beste”, aldus de 24-jarige Lavreysen, bij wie het besef nog niet helemaal was doorgedrongen dat hij olympisch goud had veroverd.

„Het voelt nog heel raar, want dit is de eerste keer in lange tijd dat we weer zo op het middenterrein staan. Ik heb dan ook nog niet het besef dat dit de Olympische Spelen zijn, dat is heel raar.”